Sporten onder het oog van de Führer

Ook in Nederland was er discussie over deelname aan de Spelen van de nazi's

Met zes gouden, vier zilveren en zeven bronzen medailles keerden de Nederlandse deelnemers aan de Olympische Spelen in Berlijn in augustus 1936 terug naar het vaderland. Dat was een prima oogst, schrijft Auke Kok in zijn onderhoudende en vlot geschreven boek over de Hollandse topsporters die aan dit omstreden evenement hadden meegedaan. Omstreden omdat de nazi's, drie jaar aan de macht, hun ware racistische aard al hadden laten zien en via rassenwetten Joden tot tweederangs burgers hadden gedegradeerd.

Vooral de prestaties van de zwemster Rie Mastenbroek en de sprinter Tinus Osendarp mochten er wezen. De Rotterdamse Mastenbroek haalde drie gouden en een zilveren medaille, en die laatste had ook van goud kunnen zijn als haar stadgenoot en grote concurrente op de 100 meter rugslag niet iets onmogelijks had verricht: Nida Senff had bij het keerpunt de wand niet aangeraakt, ze draaide terug om dat alsnog te doen en wist bij de finish toch Rie voor te blijven.

De Delftenaar Osendarp won twee keer brons, maar was toch de grote held: hij was 'de snelste blanke ter wereld'. Hij had het op de 100 meter, het koningsnummer, moeten afleggen tegen de 'negers' (zo werden ze in die tijd genoemd) Jesse Owens en Ralph Metcalfe, en op de 200 meter tegen dezelfde Owens en Mack Robinson. Osendarp had nog een medaille kunnen winnen als niet bij de 4 x 100 meter estafette zijn stokje door een concurrent uit handen was geslagen.

Vaardig beschrijft de ervaren auteur en historicus Kok (onder andere: '1974. Wij waren de besten') de prestaties van de Nederlandse atleten. De Berlijnse Spelen zijn al tachtig jaar oud, maar het lijkt wel alsof hij er zelf bij is geweest, sterker: alsof hij rechtstreeks verslag doet van de wedstrijden, zo spannend weet hij het te maken.

Kok heeft ook oog voor de afkomst van de sporters, en voor het verdere verloop van hun carrière en leven. Dat zag er in het geval van Tinus Osendarp niet zo florissant uit. Aanvankelijk verzette hij zich fel tegen de NSB-sympathieën van zijn vader, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog trad hij zelf toe tot deze partij en hielp hij de bezetter bij het opsporen van verzetsmensen. Na de oorlog werd hij veroordeeld tot twaalf jaar cel, een straf die hij deels kon afkopen door in de Limburgse mijnen te gaan werken.

Op de politieke kant van de Berlijnse Spelen gaat Kok uitgebreid in. Net als in andere landen kwam er in Nederland in de aanloop een discussie op gang of we wel moesten gaan. Want zouden we met onze aanwezigheid niet de nazi-dictatuur een geweldige dienst bewijzen?

De afloop van deze discussie was gezien de medailleoogst duidelijk: we gingen. Maar atleten werden er - soms vele jaren later - op aangekeken. Pijnlijk is de ontmoeting ergens in de jaren zestig tussen Rie Mastenbroek en de grote held van de Spelen van 1948 in Londen, Fanny Blankers-Koen. Hoewel, ontmoeting: Fanny liep Rie straal voorbij en wilde niets met haar te maken hebben, het was alsof er een sticker met 'Hitler' op haar voorhoofd was geplakt.

De Führer was regelmatig present op de tribune van het Olympisch Stadion. De nazi's wisten de Spelen enorm uit te buiten. Ze lieten de wereld zien dat ze perfect in staat waren zo'n groot sportevenement re organiseren. De atleten en de bobo's werden flink in de watten gelegd. Voor de gelegenheid werden de bordjes 'Voor Joden verboden' in Berlijn weggehaald - na de Spelen werden ze subiet teruggehangen. De wereld kreeg het beeld voorgeschoteld dat er in Duitsland niks mis was. En daar was het Hitler om te doen, schrijft Kok.

En de Duitsers wisten ook nog eens de meeste medailles in de wacht te slepen, nog meer dan de Verenigde Staten, dat was natuurlijk helemaal mooi meegenomen. Dat er een paar medailles naar 'negers' gingen, ach, dat kon de pret niet drukken.

Voor dit boek heeft Kok uitgebreid archiefonderzoek gedaan. En hij heeft de 99-jarige waterpoloër Hans Maier uitvoerig gesproken, het enige lid van de Nederlandse olympische ploeg dat nog in leven is. Zijn team maakte niet veel klaar: met een teleurstellende vijfde plaats viel het buiten de medailles. Maar Maier weet wel leuke herinneringen op te halen en de sfeer van destijds weer te geven.

Af en toe is de schrijver in zijn hang naar volledigheid iets te gedetailleerd, maar bij elkaar heeft hij een mooi en interessant boek geschreven. Prima leesvoer op weg naar Rio.

Auke Kok: 1936. Wij gingen naar Berlijn

Thomas Rap; 288 blz. euro 19,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden