Sport was toen de uitlaatklep

Sportherdenking dit jaar in teken van hockey in de oorlog

Dat Jan ter Haar (91) in 1944 kampioen van Nederland werd met de Hilversumsche Mixed Hockey Club (HMHC) kan de oud-hockeyer zich nauwelijks herinneren. Wel staat hem nog bij hoe hij na de trainingen verzetswerk deed vanuit zijn kelder. "Als er een plantje in de vensterbank stond, waren de jongens welkom voor overleg", vertelt Ter Haar. "Stond het er niet, dan was er een razzia gaande in de buurt."

Ter Haar was gisteren als gast bij de jaarlijkse sportherdenking bij het Olympisch Stadion in Amsterdam. Na een gesprek met Frits Barend over hockey in de oorlog - het thema van dit jaar - werden kransen gelegd en twee minuten stilte gehouden. Voor Ter Haar blijft 4 mei een speciale dag. "Het is lang geleden, maar ik sta er altijd bij stil."

Hoewel het tijdens de Duitse bezetting verboden was om met grote groepen bij elkaar te komen, mocht er wel gesport worden. Veel sportclubs konden de trainingen en wedstrijden om die reden gewoon door laten gaan.

"Sport was een uitlaatklep in barre tijden van oorlog", zegt bestuurslid Louis Coster van de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond. "Het was zo'n beetje het enige vermaak, dus er was veel interesse voor." De voetbalstadions zaten daarom voller dan voorheen en ook het hockey ging door. Sommige verenigingen veranderden hun naam, omdat het woord koninklijk er niet meer in voor mocht komen. Ook hing de vlag van nazi-Duitsland tijdens wedstrijden in de stadions, was te zien op archiefmateriaal dat gisteren in het Olympisch Stadion werd getoond.

Daar werd ook verteld over de beperkingen voor Joodse sporters. In september 1941 mochten zij niet meer op sportvelden komen. Het boegbeeld van Joodse hockeyers die niet meer mochten sporten is Dirk Rozendaal. Deze jongen speelde bij de Gooische Hockey Club in Bussum en was plotseling niet meer op de trainingen aanwezig. Later werd bekend dat hij op 17-jarige leeftijd in concentratiekamp Auschwitz is omgekomen.

De sportverenigingen probeerden in het begin van de oorlog politiek neutraal te blijven, maar dat lukte niet overal, vertelt Wouter van Balen, voorzitter van hockeyclub Pinoké. "De club waar Rozendaal speelde kwam in opspraak toen alle leden hun lidmaatschap in 1942 opzegden, omdat toenmalig voorzitter Pat van Gastel met de Duitsers sympathiseerde." Van Gastel nam wraak: hij gaf de oud-leden aan bij de burgemeester. Die stuurde hen naar werkkampen in Duitsland.

Dat sport in tijden van oorlog - maar ook in het normale leven - een uitlaatklep is, werd gisteren na de kranslegging in het Olympisch Stadion gevierd met twee vriendschappelijke wedstrijden. Jan ter Haar is niet gaan kijken. "Sinds de oorlog heb ik niet meer gespeeld. Maar ik zou het zo weer oppakken, hoor", grapt de 91-jarige.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden