Sport stinkt, meurt en geurt

Het ruikt naar brandend rubber, maar penetranter, scherper, met een vleugje benzine: de geur van heel hard remmen, van schroeiende remblokjes op carbon-velgen. Je ruikt het iedere venijnige afdaling weer in koersen als de Waalse Pijl of Luik-Bastenaken-Luik. Mijn neusvleugels krullen altijd een beetje omhoog bij die geur.

De geur van geoliede benen, dat is voor velen de geur van wielrennen. Mentholachtig. Dat ruik je, als een peloton renners langs flitst. Die geur blijft nog even hangen. Maar als ik aan de geur van wielrennen denk, denk ik aan schroeiende remblokjes. Een geur die ik niet zomaar kan oproepen, maar die zo gauw ik 'm ruik onwillekeurig voor prikkende nekharen en kriebel in de benen zorgt. Want de geur van schroeiende remblokjes is ook de geur van een valpartij. Valpartijen stinken. Ze stinken naar knappend en schurend carbon, maar vooral naar heel hard remmen. De geur maakt me een beetje onpasselijk en heel alert.

Belgische voorjaarsklassiekers stinken ook naar braadworst. Niets is zo vies en tegelijk zo lekker om in je neusgaten te voelen als je met maximale hartslag, snakkend naar adem de Muur van Hoei of de Oude Kwaremont op rijdt. De geur van braadworst is de misselijkmakende geur van verlossing: bijna boven, waar de marteling ophoudt - en die vettige walm wegwaait in de wind.

Het is bijzonder wat geuren met je doen, dacht ik deze week na de Waalse Pijl. Eén enkele geur die je jaren niet geroken hebt, kan je plotseling terugwerpen in een situatie waar je even zo lang niet aan gedacht hebt. Ineens zie je het weer levendig voor je, herinner je je details waarvan je niet wist dat ze nog in je geheugen zaten. Alleen maar door hoe iets ruikt.

Sport stinkt, meurt, geurt. Beschrijven kun je het bijna niet, maar als hij het ooit geroken heeft vergeet geen mens de geur van een sporthal. Zweetschoenen. Van een voetbalveld. Gemaaid gras. Of van een zwembad. Chloor.

Oud-profvoetballer Jevgeny Levtsjenko vertelde me eens een prachtig verhaal over zijn eerste bal, die hij kreeg toen hij acht jaar was. Oekraïne, waar hij opgroeide, stond op de rand van een omwenteling. Het communisme wankelde. Nog een paar jaar, dan zou het vallen. Zijn ouders waren arm. Zo arm dat het gezin Levtsjenko alleen in de zomer groente at. In de winter stond er macaroni op tafel. Een stuk vlees kwam af en toe van opa, die op het platteland woonde en wel eens een kip of een varken slachtte.

Eigenlijk was er helemaal geen geld voor een bal voor de kleine Lev. Toch kreeg hij er een op zijn verjaardag: een witte met blauwe vlekken, gemaakt in Kiev. De bal was van gebleekt leer en hij rook naar gebleekt leer. Lev nam hem mee naar bed, sliep snuffelend aan zijn bal, nam hem overal mee naartoe.

Toen hij ouder was, prof inmiddels met geld voor mooie en dure dingen, ontdekte Levtsjenko in een parfumerie een parfum met daarin precies deze geur, van gebleekt leer. Het werd een van de geuren die hij nog altijd het liefst op zijn kaken sprenkelt. Stinkend leer werd de geur van geluk. Geluk van een kleine jongen uit een arm gezin in een verscheurd land.

Sport stinkt, maar de stank is vaak ook de zoete geur van de overwinning. Op jezelf, op de ander. Geen zweetschoen ruikt vies als hij voor een zege heeft gezorgd. En elke stinkbal maakt een kind gelukkig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden