sport en innovatie / ’Topatleet is imitator, geen innovator’

„Innoveren in sport is complexer dan het ontwikkelen van een nieuwe gloeilamp.” InnoSportNL legt op Papendal de verbinding tussen sport, wetenschap en bedrijfsleven.

Eens pionier, altijd pionier. Eind jaren zeventig experimenteerde verspringer Jan Willem van der Wal met een stukje haaienhuid onder zijn spikes. „Het idee was meer wrijvingsweerstand, zodat je niet uitgleed op de afzetbalk. Heel spannend, maar achteraf totale onzin.”

De directeur van InnoSportNL was ’als broekje van 23’ al bondscoach verspringen. Samen met die andere pionier uit de atletiek, de kennisspons Henk Kraaijenhof, zocht hij over de grenzen naar nieuwe ontwikkelingen.

„We zagen filmbeelden uit Rusland van hinkstapspringers die met halter op de nek van een kast een meter naar beneden sprongen. Spectaculair. We testten op onszelf uit hoe dat aanvoelde. Zo deden we dat met alles, voordat we atleten aan iets nieuws blootstelden.”

„We gingen naar Italië om te kijken hoe Pietro Mennea (destijds wereldrecordhouder 200 meter, red) trainde. Er was weinig voorhanden op het gebied van trainingsleer en periodisering. Het was nieuw dat wij elke sprong in training registreerden zodat we ontwikkelingen konden bijhouden. Ik had er ruzie over met de vader van Emiel Mellaard (nog altijd Nederlands recordhouder verspringen, red). Die vond het onzin, springen deed je op intuïtie.”

Nu schrijdt de wetenschap in de sport snel voort, maar achterdocht en weerstand zijn gebleven. „Een topatleet is een imitator, geen innovator. Hij zal vasthouden aan wat hem in het verleden succes heeft opgeleverd. Met een soort metafysisch geloof blijft hij rondlopen in het oude shirtje dat tot succes leidt. Het vraagt enorme mentale moed om iets te veranderen. Een uitgesproken voorbeeld is de klapschaats. Die werd door de toppers verketterd en in de prullenbak gegooid. Het waren junioren die ermee aan de slag gingen. Eenzelfde argwaan is er nu ten opzichte van de dunnere ijzers.”

Innovaties zijn er op twee gebieden. Nieuw materiaal dat onmiddellijk effect heeft en vernieuwing op gebied van training en herstel. „Dat laatste is minder spectaculair maar op lange termijn interessanter. Met nieuw materiaal kun je snel vooruitgang boeken, het oogt spectaculair en genereert publiciteit. Maar de voorsprong is tijdelijk, want iedereen moet er met het oog op gelijke kansen gebruik van kunnen maken. Bovendien loop je het risico dat je twee jaar onderzoek hebt gedaan, waarna de regelgeving bepaalt dat het niet mag worden gebruikt.”

„Ik ben aan het inventariseren welke baanbrekende innovaties zijn verboden. Een hele waslijst. Ooit gehoord van het spaghettiracket? Een tennisracket met twee lagen bespanning. Dankzij de enorme topspin kon je zo hard slaan als je wilde, de bal kwam altijd in. Superieure prestaties, maar verboden.”

„In 1972 kwam de gedoodverfde olympische kampioen Bob Seagren met de bananenpolsstok. Twee dagen voor het olympisch toernooi werd die licht voorgebogen stok verboden. Seagren liet in allerijl zijn klassieke stokken overkomen uit de VS en werd geen kampioen.”

„Over het oortje in het wielrennen is een discussie gaande. Ik heb daar Hein Verbruggen over gesproken. Zijn uitspraak: ’We willen geen ingenieurs die races winnen, we moeten terug naar de menselijke maat, de technologie terugdringen’. Dat heeft mede te maken met kosten. Ook een Nigeriaan moet de fiets van Theo Bos kunnen betalen. Maar met polsstokhoogspringen hebben we niet de spectaculaire hoogtes als we nog met bamboestokken springen.”

Het spanningsveld omvat meer dat het veto van regenten. „Topsport is bij voorbaat geen makkelijke weg. Waarom is innovatie en sport zo ingewikkeld? Het is complexer dan het ontwerpen van een nieuwe gloeilamp. En dat is al ingewikkeld.”

„De topsporter stapt niet zomaar in het diepe. Wetenschappelijk onderzoek kost tijd en leidt af. De wetenschapper moet zijn expertise publiceren. Coach en topsporter willen die kennis voor zichzelf houden.”

„Inherent aan het koppelen van wetenschap en topsport, is tegengesteld belang. Ik betrek een enthousiaste ondernemer bij de ontwikkeling van een nieuwe klapschaats. Die ondernemer wil er zo snel mogelijk de markt mee op. Maar wij vragen hem nog een jaartje te wachten, omdat onze eigen atleten voor gaan.”

InnoSportNL is een intermediair. Ideeën van anderen worden beoordeeld, onderzoek word geïnitieerd en drie veldlaboratoria zijn opgezet voor onderzoek. „We starten nu een periode van vier jaar waarin we in zes tot zeven projecten onderzoek doen in het schaatsen. Belangrijker is, dat we dit eerste jaar geleerd hebben hoe we met de tegenstellingen kunnen omgaan. Hoe we een verbinding kunnen maken tussen drie separate werelden, sport, wetenschap en bedrijfsleven.”

„Dat is uitermate complex, maar de meerwaarde maakt het de moeite waard. Zeker bij innovaties op gebied van optimaliseren van training en herstel. Dat zal niet door regelgeving worden verboden en kan op lange termijn een enorm effect hebben. Een opeenstapeling van elke keer een paar procent verbeterde efficiency in het schaatsen, creëert na vier jaar een wonder. Die voorsprong kan je lang behouden. Omdat het niet gemakkelijk is, is het niet gemakkelijk te kopiëren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden