Sporen van islamitische kerstnacht

Dissidente islamologen stellen spectaculaire vragen bij het traditionele verhaal over de begintijd van de islam. Deel 4 van een serie: voor-islamitische kerstliturgie in de Koran.

Het is een van de kortste koranhoofdstukjes, soera 97. Het lijkt meer op een gedichtje dan op proza, de vijf verzen rijmen. Koranvertalers zijn het oneens over de de naam, lailat al-qadr.

De Nederlandse koranvertaling van Kramers maakt er ’nacht van de maat’ van. Anderen vertalen met ’nacht van de bestemming’. De korte tekst kent meer onduidelijkheden. Toch lijdt het voor orthodoxe moslims geen twijfel dat de ’neerzending’ van de Koran bedoeld is. Hoewel het heilige boek in de mini-soera niet wordt genoemd, de Arabische tekst spreekt neutraal over ’het’ of ’hem’ (vertalers maken er soms om onduidelijke redenen ’haar’ van).

De Duitse taalkundige Christoph Luxenberg denkt dat dat ’het’ of ’hem’ niet de Koran maar het Christuskind is. Volgens hem verwijst het hoofdstukje naar de manier waarop christenen in het Midden-Oosten de kerstnacht doorbrachten.

Luxenberg (die onder een schuilnaam werkt) zorgde afgelopen zes jaar voor beroering met zijn theorie, dat de Koran niet is geschreven in zuiver Arabisch, maar dat er resten in zijn te vinden van een andere, verwante taal: het Aramees. Dat was 1500 jaar lang cultuurtaal nummer één van het Midden-Oosten. Via toepassing van zijn methode op soera 97 komt hij tot een compleet andere uitleg dan de gebruikelijke.

Het is een detailstudie, die goed laat zien hoe Luxenberg te werk gaat bij zijn historisch-taalkundige onderzoek. Om een kleinigheidje gaat het overigens niet, hoe nietig soera 97 ook mag ogen. Want volgens de traditionele uitleg liet God in de ’nacht van de neerzending’ de Koran neerdalen van de hoogste naar de laagste hemel. Soera 97 levert de basis voor die opvatting.

In de kosmologie van die dagen bestond het heelal uit een soort flatgebouw, waarvan het bovenste gedeelte bestond uit zeven op elkaar gestapelde hemelen. Beneden bevonden zich eveneens zeven hellen en daartussen was de aarde. De onderste hemel is in die antieke voorstelling van de kosmos het gebied waar de sterren zich bevinden.

Toen de Koran was afgedaald tot de onderste hemel begonnen van daaruit bij stukjes en beetjes de openbaringen aan de profeet Mohammed, verspreid over een periode van 22 jaar.

Volgens de overlevering valt de ’nacht van de neerzending’ in de nacht tussen de 26ste en de 27ste dag van de vastenmaand ramadan.

Het is het hoogtepunt van de ramadan. Veel moslims brengen die nacht wakend door. Heel bijzonder is de viering in Jeruzalem. Een geweldige mensenmassa dromt zich door de smalle straatjes van de oude stad naar het plein, waar eens de tempels van Salomo en Herodes stonden en nu de Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee.

De band met de hemel is daar in die wakend doorgebrachte nacht van dubbele betekenis, vanwege de neerzending van de Koran maar ook omdat vanaf deze plaats Mohammed volgens de overlevering op een soort vliegend paard naar de hemel reisde. Via tussenpersonen onderhandelde hij daar met God over het aantal malen dat moslims per dag het salaatgebed moesten verrichten.

Je moet geen last hebben van slappe knieën, als je van de ’nacht van de neerzending’ een kerstnacht wilt maken. Luxenberg bewandelt verschillende paden op weg naar dat resultaat.

De vanuit het Arabisch onduidelijke gedeelten van soera 97 probeert hij te begrijpen via het Aramees. Verder maakt hij gebruik van het gegeven dat in de oudste koranhandschriften vrijwel geen klinkers zijn aangegeven en dat de lettertekens voor medeklinkers meerduidig kunnen zijn. Het vroegste Arabisch bevat namelijk een aantal totaal verschillende medeklinkers, die wel dezelfde vorm hebben. Puntjes onderscheiden ze van elkaar en in de oudste koranhandschriften ontbreken die ’diakritische’ punten.

Die puntjes en de klinkers van de moderne koranteksten zijn later toegevoegd. Daarbij kunnen fouten zijn gemaakt, reden waarom Luxenberg zich vrij voelt om bij onbegrijpelijke passages zelf de klinkers opnieuw in te voegen en eventueel zelfs de medeklinkers anders te interpreteren door er andere puntjes bij te denken.

Als hij al die bewerkingen heeft uitgevoerd op soera 97 kijkt hij welk licht gewoonten van oude christenen kunnen werpen op de inhoud van de tekst. Ten slotte vindt hij steun voor zijn visie in overgeleverde berichten over het leven van de profeet.

Met zijn interpretatie van soera 97, hoe verrassend die ook is, schendt Luxenberg overigens in theorie geen taboe, want Jezus staat ook in de islam in hoog aanzien. Net als Mohammed geldt hij als profeet en gezant van God.

Ook de Koran besteedt flinke aandacht aan Jezus’ geboorte, met een kleurrijk verhaal over de zwangerschap van Maria, het gevolg van een goddelijke ingreep, waaraan geen man te pas kwam. Het koranverhaal beschrijft Maria’s paniek bij de bevalling, omdat ze vreest dat niemand haar zal geloven. Het Christuskind redt haar door vanuit de wieg aan de geschokte familie tekst en uitleg te geven.

Juist dit korangedeelte, waarover hij ook enige verhelderende opmerkingen maakt, bracht Luxenberg op het idee om in de Koran verwijzingen naar een kerstliturgie te zoeken. Hij denkt die te hebben gevonden in soera 97.

Luxenberg is niet de eerste, die bij deze tekst associaties kreeg met kerst. De Engelse koranvertaler Bell en zijn Duitse collega Paret zaten ook al op dat spoor. Ze waren onder de indruk van de combinatie van engelen, nacht en vrede. Luxenberg voegt er nog drie begrippen aan toe, die hij in deze tekst verborgen ziet en die in de richting gaan van het bijbelse kerstverhaal. Het zijn de geboorte-ster, hymnen en nachtwakes, nocturnes.

Volgens Kramers luidt de vertaling van soera 97 luidt:

In de naam van God de Barmhartige Erbarmer.

Wij hebben haar nedergezonden in de nacht der Maat.

En wat doet u kennen wat de nacht der Maat is?

De nacht der Maat is beter dan duizend maanden.

In haar dalen neder de engelen en de Geest

met verlof van hun Heere

krachtens elke bestiering.

Heil is zij tot de opgang van de dageraad.

Luxenberg vertaalt, in tegenstelling tot Kramers, het woord qadr niet met ’maat’ maar met ’lotsbestemming’ Hij vermoedt dat qadr op zijn beurt weer een vertaling is van het Aramese woord helqa.

Dat laatste woord heeft een bundel van betekenissen, die te maken hebben met lot, lotsbestemming, horoscoop en geboortester. Luxenberg denkt dat op deze plaats in soera 97 het Arabische qadr dezelfde, Aramese waarde heeft als helqa.

Luxenbergs verhaal is te technisch om in zijn geheel weer te geven. Belangrijk is de manier waarop hij de ’duizend maanden’ in de vertalingen van Kramers en anderen interpreteert. Het is nogal duister. Wat kan de tekst ermee bedoelen dat een nacht beter is dan duizend maanden?

Hier neemt Luxenberg de vrijheid voor een andere medeklinker te kiezen. In de moderne korantekst staat sjahr, wat ’maand’ betekent. Luxenberg leest hier sahar, wat een religieuze nachtwake of nocturne kan betekenen.

Luxenberg kan zich beroepen op oeroude koranteksten, waarin door het ontbreken van klinkers en onderscheidende puntjes geen verschil is te zien tussen sjahr en sahr, beide zien eruit als SHR.

Het zinsverband bepaalt welk woord er gelezen moet worden en daarover verschilt Luxenberg dus van mening met de oude moslimcommentatoren, op wie de vertalers zich baseren.

Uiteindelijk komt Luxenberg tot een Duitse vertaling van soera 97, waarvan de Nederlandse weergave ongeveer als volgt is:

Wij hebben hem (= Jezus) in de nacht van de lotsbestemming (van de geboortester) laten afdalen.

Hoe weet u, wat de nacht van de lotsbestemming is?

Die nacht (=nocturne) is rijker aan genade dan duizend nachtwakes.

De engelen brengen daarin, met toestemming van hun Heer, allerlei hymnen ten gehore.

Vrede is die nacht tot het aanbreken van de ochtendschemer.

Met andere woorden, de met gebed, prediking en gezang doorgebrachte nocturne in de kerstnacht heeft meer waarde dan duizend andere wakes. Dat klinkt begrijpelijker dan de vergelijking tussen een nacht en duizend maanden.

Het woord ’hymne’ haalt Luxenberg overigens uit het woord amr, dat normaal zoiets als ’bevel’ betekent. In dit verband heeft het volgens hem dezelfde waarde als het Aramese memra, dat ook hymne kan betekenen.

Na zijn vertaling meldt Luxenberg dat volgens een overlevering Mohammed de langste nacht van het jaar een wake hield. Dat zou hij hebben gedaan toen hij nog geen profeet was.

Voor de oude Midden-Oosterse christenen was de langste nacht de kerstnacht, die ze wakend doorbrachten. Volgens een andere overlevering zonderde Mohammed zich jaarlijks een maand af in een hol, in een rituele toestand van tahannuth, wat volgens Luxenberg een Arabische verbastering is van een Aramese, christelijke liturgische term.

Luxenberg concludeert dat Mohammed, als die verhalen kloppen, moet zijn opgegroeid in een christelijk milieu. Een beetje voorzichtigheid is wel geboden. Juist mensen als Luxenberg zullen als eersten ertegen waarschuwen om overleveringen over de profeet te gemakkelijk gezag toe te kennen.

Het Midden-Oosten lijkt in die dagen verder een soort laboratorium te zijn geweest van uiteenlopende vormen van monotheïsme. Dat waren lang niet allemaal joden en christenen. De grenzen zullen vaag zijn geweest. In zo’n situatie kan het dat iemand meedoet aan een ritueel van een godsdienst, waarvan hij strikt genomen geen aanhanger is.

Misschien ook zijn de wakes in de langste nacht veel ouder dan het christendom. In dat geval is het maar de vraag of Mohammed wakker bleef vanwege Jezus of om een ander motief.

Toch blijft het boeiend dat een verwijzing naar een voor-islamitisch, christelijk ritueel in de korantekst terecht is gekomen, vooropgesteld dat Luxenbergs analyse klopt.

Luxenberg vermoedt dat de veranderde interpretatie van soera 97 het gevolg is geweest van de toenemende verwijdering tussen christendom en islam, die historisch-politieke oorzaken had.

De grenzen waren op den duur wel afgebakend en daarmee lag het voor de hand dat ook het mooie gedichtje van soera 97 een andere uitleg kreeg, waarin niet Jezus maar de Koran centraal staat.

(met medewerking van Thomas Milo)

Dit verhaal is gebaseerd op een bijdrage van Luxenberg in de bundel ’Streit um den Koran. Die Luxenbergdebatte’, Verlag Hans Schiler, Berlijn, 2005.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden