Reportage

Sporen van de grote oorlog

Camp MoreauBeeld Jeroen den Blijker

Bij Verdun ligt de Eerste Wereldoorlog nog aan de oppervlakte. Even woelen en daar heb je weer een granaatscherf of patroonhuls.

"Wie heeft hier gezeten?" Jean-Paul de Vries, eigenaar van het Mussee 1914-1918 in het Noord-Franse Romagne-sous-Montfaucon, vraagt het met enige nadruk. Even is het stil. Totdat ik me opeens realiseer dat dat mijn stoel was.

Verrek! Zitten die patronen nog wel in mijn jaszak? En die granaatscherf? Het is vooral het kruit dat De Vries alarmeert. Dat dwarrelde als confetti uit mijn jaszak. Maar ook na honderd jaar kan dat kruit nog steeds ontvlammen, waarschuwt De Vries.

Hij kan het weten. Als jongen vond hij ooit in een Noord-Franse bos een helm. "Met daaronder een soldaat." Sindsdien is hij, kind van Frans-Nederlandse ouders, slagvelddeskundige, gegrepen door de oorlog die volgend jaar precies een eeuw geleden begon. Een even gruwelijke als nutteloze oorlog waarbij iedere meter veroverde grond met duizenden mensenlevens moest worden betaald. Deskundigen schatten dat alleen al de slag om Verdun, in 1916, meer dan 700.000 mannen het leven kostte.

Van die zware strijd getuigen het Mémorial de Verdun en het nabijgelegen Ossuarium van Douaumont, een gigantisch knekelhuis waarin zich de resten van 130.000 ongeïdentificeerde Franse en Duitse soldaten bevinden.

Slagveldtoerisme
Maar ik ben vooral in Noord-Frankrijk om zelf te zoeken naar wat rest van die tijd. Aangetrokken door verhalen als dat 'de bossen en velden daar nog steeds boordevol liggen'. Slagveldtoerisme, noem het zoals je wilt. Jongetjesromantiek, ook best. Maar wel van het spannende soort. Niks officiële musea of imposante gedenkplaatsen, lekker met de laarzen de modder in. Want waren die loopgraven niet ook berucht om dikke kleverige modder?

De Vries, die zijn museum vulde met wat hij in achttien jaar aantrof in de bossen en velden van Romagne, blijkt daarbij een uitstekende gids. "Op een omgeploegde akker is de kans op iets interessants het grootst", legt hij uit.

De ploeg brengt namelijk van alles naar boven. Zo trok een slagveldtoerist bij Romagne onlangs nog een compleet geweer uit de grond. "En zoek vooral op de donkere stukken van een akker. Daar is de grond vervuild en de kans op een vondst het grootst", beveelt de gids aan.

De Grote Oorlog kende tienduizenden vermisten. Gelukkig worden menselijke resten ons bespaard. Maar vorige week nog zijn tien skeletten van gesneuvelde Franse soldaten blootgelegd nabij Verdun. Duitse wandelaars waren op beenderen gestuit.

We vinden binnen een kwartiertje diverse patroonhulzen, kogels en een granaatscherf. Dus is de vraag: zal ik dat meenemen? Maar ook: wat moet ik er eigenlijk mee? Uiteindelijk belanden ze toch in de jaszak - als souvenir. Na een half uurtje naar de grond turen bestaat de oogst uit enkele Franse uniformknopen, wat granaatscherven en een medicijnflesje.

Dan staat De Vries opeens stil. Zijn stok wijst naar de grond. "Kijk, daar liggen granaten." Vier stuks, van enkele steekt zelfs de kop net boven de aarde. Niet aankomen, waarschuwt de gids. "Door kristallisatie van de inhoud kan die ontbranden zonder ontstekingsmechanisme."

 
Een slagveldtoerist bij Romagne trok onlangs nog een compleet geweer uit de grond.

Lopen over het front
Met enige regelmaat duiken in Franse kranten berichtjes op van slachtoffers van dit historische wapentuig, zegt hij. En de Franse explosieven opruimingdienst heeft er zijn handen aan vol. Het gebruik van een metaaldetector is hier dan ook van overheidszijde verboden, zegt De Vries. "Anders graven leken de gekste dingen op."

Dan duikt de gids het bos in. Een merkwaardig bos, vol kuilen en hobbels. Dat komt, zegt De Vries, door granaatinslagen. "We lopen namelijk over het front." Sommige kuilen zijn een meter diep, andere zijn vooral door hun doorsnee indrukwekkend, al snel twee meter. Dat moeten enorm zware inslagen geweest zijn. Op zulke momenten flitsen filmbeelden door je hoofd van rookwolken en militairen die ineenduiken. Hier gebeurde dat dus.

Gids Jean-Paul 'leest' het landschap. En wie goed oplet, kan dat ook leren. Daar zijn schuttersputjes, te herkennen aan hun vierkanten vorm. En hier stond ooit geschut te bulderen: ook vierhoekig maar veel groter.

En natuurlijk zijn er loopgraven, deels overwoekerd, maar duidelijk herkenbaar aan vorm en diepte. In dit geval is het een Duitse, doceert De Vries, te herkennen aan de zigzagvorm. "Anders dan de Fransen wisten die van meet af aan dat het onverstandig is soldaten in een langwerpig loopgraaf te huisvesten. Belandt daar een granaat in, dan zaait die over vele meters dood en verderf. Zo'n zigzagpatroon biedt beschutting."

Kantine met wijnopslag
Het Duitse leger was sowieso veel beter toegerust op de langdurige strijd, blijkt een dag later in het Woud van Aragon. Het woud is zo groot als de provincie Utrecht. Daar is het Bois de la Gruerie et Camp Moreau, een van de vijftig Duitse legerplaatsen in het woud. Franse en Duitse vrijwilligers proberen dat kamp aan het verleden te ontfutselen door het oprukkende bos te temmen en, met oude foto's in de hand, soldatenonderkomens te restaureren.

"De Fransen verwachtten een strijd van een paar weken, de Duitsers dachten daar anders over", zegt vrijwilliger Celine Favier.

Dat is te zien. Camp Moreau is eigenlijk een dorpje, vier straten lang, geplakt tegen de bergwand, goed voor het verblijf van vijf-, zeshonderd militairen. De onderkomens van de manschappen en officieren zijn deels uitgehouwen in de bergwand, vaak verbonden door speciaal gegraven gangen. "Die gangen boden ook bij beschietingen bescherming", meldt Favier. "En werden als opslagruimte gebruikt." Zo treffen we onder de 'kantine' een heuse wijnvoorraad aan. O ja, er is ook een badhuis - met warmwaterinstallatie - en een ontsmettingsruimte.

Waar haalden de bezetters in oorlogstijd alle bouwmateriaal vandaan? Favier wijst op de restanten van een smalspoor, dat ooit rechtstreeks leidde naar het Oosten."Dat verbond ook alle militaire kampen." Verder diende het voor het transport van militairen van en naar het drie kilometer verderop gelegen front. En voor dat van gewonden naar het Feldlazerett. Er was zelfs een spoorboekje ontwikkeld. En, ook belangrijk, het kamp beschikte over een eigen, schone waterput, wijst Favier. Een zeldzaamheid. In de loopgraven werd vooral wijn en bier gedronken.

"Hier zie je een militair zonnebaden." Favier wijst op een foto in de bioscoop van het dorp. Ja, dat leven in Camp Mureau was eigenlijk zo gek nog niet, al was het front nooit ver weg natuurlijk. Is die soldaat na 1918 teruggekeerd naar zijn vaderland? Dat weet Favier niet.

Medicijnflesje in een akker.Beeld Jeroen den Blijker

Tips
Veel Noord-Franse dorpjes rond Verdun hebben militaire begraafplaatsen. Romagne-sous-Montfaucon heeft het Meuse-Argonne American Cemetery and Memorial, ter herinnering aan de 1,2 miljoen Amerikaanse soldaten die in 1918 zijn ingezet om de Duitse opmars naar Verdun te stuiten. Het is met ruim 14.000 graven de grootste militaire begraafplaats van Amerikanen in Europa. Een paar kilometer verderop, aan de rand van het dorp, is een sober Duits begraafplaatsje, met 1412 graven.

De oorlog heeft de landkaart van Noord-Frankrijk ingrijpend veranderd. Zo zijn negen dorpjes verdwenen, zoals Butte Vauquis. De restanten, op een bergkam, zijn een bezichtiging waard, vooral omdat daar Franse en Duitse soldaten kilometerslange gangen onder elkaars stellingen groeven en deze vervolgens opbliezen. Dat resulteerde in een maanlandschap.

Wie levende geschiedenis wil, moet in de tuin van Laurant Ladrosse zijn, in het frontlijndorpje Mogeville. Tien vrijwilligers, vaak gehuld in historische kostuums, proberen daar tussen nagebouwde stellingen en soldatenonderkomens de geschiedenis op te roepen.

Beeld Trouw: KT
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden