Spoorzoeken op de Strabrechtse Heide

Alle zintuigen zijn nodig om ’Expeditie Salamander’, een educatieprogramma van Staatsbosbeheer, tot een goed einde te brengen. Van mier tot braakbal: de leerlingen van basisschool Agnetendal vinden het allemaal geweldig.

Lobke van der Velde knielt bij een hoopje bruine bolletjes. „Konijnenpoep!”, roept ze, intens gelukkig. „Jo, Jo!”, roept ze, terwijl ze over de Strabrechtse Heide bij Eindhoven naar vrijwilliger Jo Pinxt huppelt, haar schat in de handpalm. „Ik heb poep voor in het loeppotje!”

Vutter Pinxt heeft de leerlingen van groep 5 en 6 zojuist geïnstrueerd: ze moeten sporen van dieren zoeken. „Dat zijn pootafdrukken, of poep, of slijm”, weet Senna Berkenvelder. Bij elke vondst moeten ze een vlaggetje planten, zodat Pinxt die straks met de groep kan nalopen. De meiden rennen onmiddellijk de hei op. Bij iedere ontdekking roepen ze om het hardst om Pinxt, die zich goedmoedig van braakbal naar vossendrol laat slepen. „Weet je ook wat het is?”, vraagt hij Lobke, die nu een gat in de grond heeft gevonden. „Een muizenhol”, denkt ze. „Ja, ja. Of van een konijn”, verbetert Pinxt voorzichtig.

Ook de jongens uit de klas sprinten weg, maar zij trekken zich weinig aan van de opdracht. Ruben van den Akker (9) bestormt de hoogste heuvel in zicht. „Woehoe, ik sta op de Mount Everest”, gilt hij.

Het maakt niet uit, want bij ’Expeditie Salamander’ gaat het om beleven. Dat doen de leerlingen van basisschool Agnetendal uit Dommelen met volle teugen. Staatsbosbeheer prijst de excursie aan als een ’stoere’ tocht, interessant voor zowel jongens als meisjes.

„Kinderen onthouden 10 procent van wat ze horen, en 90 procent van wat ze doen”, is de overtuiging van boswachter Janneke de Groot. „Wij prikkelen alle zintuigen.” De Groot moet niets hebben van tochten waarbij de kinderen toeschouwer zijn. Een andere instelling ging ooit waterbeestjes scheppen, maar de kinderen mochten niet zelf het schepnet hanteren, zo heeft ze gehoord. „Dat is toch belachelijk!”

Volgens De Groot is het een trend bij Staatsbosbeheer: de belerende boswachter maakt overal in Nederland plaats voor avontuurlijke tochten. „Hoewel sommige collega’s vinden dat we ook niet te ver moeten doorslaan”, lacht ze.

Pinxt neemt de groep na het spoorzoeken mee naar een rustig plekje aan de rand van de heide. De scholieren moeten hier stil voor zichzelf luisteren naar de omgevingsgeluiden. Achteraf vertellen wat ze hebben gehoord. „Ik hoorde stemmen, en de wind”, zegt Senna. „Ik hoorde iemand zuchten”, zegt Eva Dulmen. „Dat was ik!”, zegt Jessy van Gompel trots. „Heel goed”, zegt Pinxt. „Schrijven jullie alles weer op?”

Dit is het eerste educatieprogramma van Staatbosbeheer op de Strabrechtse heide. „Die plek vlakbij de stad is uniek”, vindt De Groot. „Zo kunnen we naast de groep van vandaag, uit Dommelen, ook stadskinderen uit achterstandswijken trekken. Die kennen een heel andere wereld. Sommige ouders in de stad gaan nooit naar een natuurgebied. We hebben ook kinderen gehad van wie de vader in de gevangenis zit.”

De Groot wierf vrijwilligers via een advertentie. Ruim vijftig mensen reageerden, waaruit De Groot de beste twintig koos. Onder hen (oud-)leraren, huisartsen en medewerkers van de Eindhovense universiteit.

Pinxt was manager in een tehuis voor verstandelijk gehandicapten, waar hij zich al bezig hield met zintuiglijke ervaringen voor zijn cliënten. „Ik vind het heel bijzonder om met verstandelijk gezonde kinderen ook vanuit belevenissen te werken”, zegt hij. „Ik ben graag buiten in de natuur. En het enthousiasme van die kinderen is ontzettend leuk. Prachtig hoe ze zich verwonderen.” Hij noemt de groep ’geweldige hulpboswachters’. De deelnemers van Expeditie Salamander krijgen een soort schatkaart met daarop de route, die door verschillende biotopen kronkelt aan de rand van de heide. Eerst komen de kinderen in ’de luchtige wereld’: een weiland waar ze vlinders vangen – en uiteraard weer loslaten. Dat onderdeel is het populairst bij de meiden in de groep. De jongens houden meer van de drassige ’waterwereld’, waar ze vissen en insecten uit een beek scheppen. Naast de heide bezoeken ze nog het bos, ’de hoge wereld’. Hier krijgen ze in duo’s een blinddoek, zodat ze geconcentreerd aan boombasten en struiken kunnen voelen. „Of aan de dennenaaldjes op de grond”, zegt Pinxt. „Geen spinnen alsjeblieft”, zegt Senna, die door Lobke door het bos wordt geleid. Dan blijft ze staan. „Ik vertrouw je niet!”

Opnieuw schrijven ze alles op wat ze tegengekomen. Senna gebruikt de rug van Eva als onderlegger voor haar papier. „Dat kan ik best terwijl je loopt”, zegt ze stellig. „Ik noem alles wel op”, biedt Eva aan. „Wacht even, het is toch te hobbelig”, bedenkt Senna zich. Als de meiden stilstaan, zien ze rode mieren in het gras. Die moeten natuurlijk mee in het loeppotje. Pinxt kan verderop roepen wat hij wil: Senna en Eva zijn even bezig met beleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden