'Spookschrijven is plaag bij medici'

Een medisch wetenschapper die zijn naam zet boven een artikel dat niet door hem geschreven is. GezondeScepsis onderzocht het fenomeen.

Het spookschrijven van medische artikelen – je naam boven een stuk zetten dat je niet hebt geschreven – komt in Nederland waarschijnlijk nauwelijks voor. Waarschijnlijk. Niemand weet het zeker. „We letten er goed op”, zegt Peter de Leeuw, hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG). „Maar er zullen toch stukken doorheen schieten, waarvan we niet weten dat ze door derden zijn geschreven.”

GezondeScepsis, onderdeel van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik, heeft in opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg onderzoek gedaan naar ghostwriting. Spookschrijven is een plaag in de medische wetenschap. Het gebeurt waarschijnlijk op grote schaal, vooral bij de gerenommeerde buitenlandse wetenschappelijke bladen, zoals The Lancet, en de New England Journal of Medicine.

Artikelen worden geschreven in opdracht van een farmaceutisch bedrijf en gepubliceerd onder de naam van een arts of wetenschapper – doorgaans opinieleider in een vakgebied. De werkelijke auteurs zijn ingehuurde medische schrijvers. Zij krijgen riant betaald door de pillenfabrikant, net als de arts of wetenschapper die zijn of haar naam leent aan het artikel.

Belangrijkste kenmerk van spookartikelen: het besproken medicijn is per definitie effectief en de bijwerkingen vallen altijd enorm mee. Een goed gedocumenteerd voorbeeld is dat van de pijnstiller Vioxx van fabrikant Merck (in Nederland MSD). Deze pil werd in 2004 onverhoeds wereldwijd van de markt gehaald omdat gebruikers een hogere kans hadden op hart- en herseninfarcten. Merck kende dit risico, maar had dit voortdurend gebagatelliseerd.

De ontstekingsremmer Vioxx is op grote schaal door artsen voorgeschreven voor pijntjes waarvoor het middel niet op de markt was toegelaten. Dat werd in de hand gewerkt door spookschrijverij.

Tijdens rechtszaken die duizenden gebruikers en hun nabestaanden in de VS aanspanden tegen de fabrikant werd het spookhuis van Merck ontsloten. Uit documenten bleek dat het bedrijf stelselmatig wetenschappelijke artikelen had geproduceerd en daar gerenommeerde auteurs bij zocht. De namen van de werkelijke auteurs bleven zorgvuldig buiten beeld. Merck heeft de rechtszaken geschikt voor bijna 4 miljard euro.

Uit het vandaag gepubliceerde onderzoek van GezondeScepsis blijkt dat spookschrijven niet een op zichzelf staand verschijnsel is. Het is onderdeel van een systeem van ghostmanagement van farmaceutische bedrijven. Dat begint al voordat een geneesmiddelenstudie start en gaat door tot ver na de toelating van een geneesmiddelen op de markt.

Het risico van ghostmanagement is aanzienlijk, aldus het rapport. Makers van behandelrichtlijnen en zorgverleners baseren hun beleid immers op wetenschappelijke publicaties, in de veronderstelling dat die artikelen deugen. „Ghostmanagement kan tot gevolg hebben dat patiënten niet het beste medicijn krijgen en dat artsen bijwerkingen niet op tijd herkennen.”

Dat bleek wel uit het geval-Vioxx. Maar er zijn meer voorbeelden. Zoals dat van het antidepressivum paroxetine (Seroxat) van fabrikant GlaxoSmithKline, waarvoor vorig jaar in Nederland 1,5 miljoen recepten werden geschreven. Enkele jaren geleden wilde GSK de indicatie voor Seroxat uitbreiden tot kinderen met depressieve klachten. Het bedrijf besteedde een vermogen aan het sussen van berichten over een verhoogde kans op zelfdoding of suïcidale gedachten bij gebruikers.

Uit documenten bleek dat de firma opinieleiders had ingehuurd die op congressen spraken over de positieve studieresultaten. Die studies waren door GSK gemanipuleerd.

In Nederland is er volgens redacteuren van medische bladen nauwelijks sprake van ghostwriting. Toch ziet Peter de Leeuw van het NTvG ze heel af en toe voorbij komen, de manuscripten-met-een-luchtje. „Bij onbekende auteurs zoeken we via internet wel eens wat na. Dan kom je soms rare bedrijfjes tegen, en dan accepteren we zo’n artikel niet. Maar het gebeurt weinig. En er zal ook wel eens wat door de selectie schieten..”

De Leeuw, hoogleraar interne geneeskunde in Maastricht, stuitte ooit als reviewer – beoordelaar – van een artikel dat aangeboden was voor publicatie in een buitenlands medisch tijdschrift op een tekst die vrij zeker niet was geschreven door de auteur, een wetenschapper van naam. „Je kon aan de formulering zien dat het artikel niet door hem was gemaakt. Het stuk is afgewezen.”

Maar bij zijn eigen tijdschrift, het NTvG, komt spookschrijverij nauwelijks voor, denkt hij. „Het gaat toch vaak om publicaties van grote onderzoeken en die verschijnen doorgaans in de buitenlandse bladen.”

GezondeScepsis vindt dat artsenorganisaties het meewerken aan spookschrijverij scherper moeten afkeuren. Daarnaast moet de inspectie spookschrijverij gericht onderzoeken. Ook wetenschappelijke tijdschriften moeten alerter zijn.

Het rapport pleit voor een bezinning bij universiteiten op de eisen die ze aan academici stellen voor het gewenste aantal wetenschappelijke publicaties. Ze zouden die eisenmoeten toetsen op haalbaarheid. Door de publicatiedruk is het voor farmaceutische bedrijven makkelijker wetenschappers te vinden die hun naam willen lenen aan een artikel.

Peter de Leeuw van het NTvG denkt dat spookschrijverij voorlopig niet is uit te bannen. „Je kunt de farmaceutische industrie wel de schuld geven, maar vergeet niet dat er hier twee partijen zijn: de grote jongens in de medische wetenschap blijven hier gewoon aan mee doen. Het is makkelijk geld verdienen. Zolang de bedrijven nog spookauteurs kunnen vinden, blijft dit verschijnsel bestaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden