Spitten in de geschiedenis, voor je plezier

Bij veel opgravingen staan vrijwilligers de archeologen bij. Van het grove graafwerk tot het fijne gepeuter, van restauratie tot het fotograferen van vondsten - er is voor elk wat wils.

'Er zit iets van spanning in. Elke keer als je iets opgraaft, is er weer de vraag: Wat zou het zijn." Huub de Jong (70), is een van de vrijwilligers van het Archeologisch Centrum Eindhoven en Helmond die werkzaam is op de opgraving Blixembosch aan de rand van Eindhoven. En dat doet hij met overgave. Zodra we opgraving betreden, begint hij te vertellen. Hoe een graafmachine de bovenste lagen afgraaft tot de laag bereikt is waar de vondsten liggen en hoe met moderne gps-technieken de gevonden sporen worden vastgelegd.

Voor het ongeoefende oog is de opgraving niet meer dan een kale zanderige vlakte. Maar de ervaren vrijwilliger ziet iets heel anders. Hij loopt naar een vierkant gat in de grond. "Kijk, hier zie je een grijze verkleuring in de bodem, die aangeeft dat hier een paal in de grond heeft gezeten." Door deze sporen uit te graven en te registreren ontstaat langzaam maar zeker een beeld van wat in de bronstijd een nederzetting is geweest.

Het patroon van een aantal paalgaten duidt op boerderijen en stallen, andere zijn waarschijnlijk afkomstig van kleinere schuurtjes of opslagplaatsen.

De Jong is een van de vrijwilligers van die meedraait op de opgravingen van het Archeologisch Centrum Eindhoven en Helmond. Bij vrijwilligerswerk denken we vaak aan mensen die als taalmaatjes inburgeraars helpen met het leren van de Nederlandse taal of aan mensen die eenzame ouderen bezoeken. Maar vrijwilligers kunnen ook aan de slag op opgravingen, zoals de opgraving bij Eindhoven.

"Vrijwilligers komen bij ons veelal terecht door de open dagen die op onze opgravingen houden", aldus Theo de Jong, stadsarcheoloog van Helmond en verbonden aan het Archeologisch Centrum Eindhoven en Helmond. "Of ze horen in hun kennissenkring dat ze bij ons als vrijwilliger aan de slag kunnen. Onze vrijwilligers zijn heel divers. Zowel qua leeftijd, van tieners tot gepensioneerden, als qua achtergrond. We hebben alles, van agrariërs tot ingenieurs en mensen die bezig zijn met een reïntegratieproject. En het leuke is dat iedere vrijwilliger zijn eigen ervaring meebrengt. Zo hebben we een boer als vrijwilliger die door zijn achtergrond heel dicht staat bij de agrarische nederzettingen die we opgraven. En een gepensioneerde brandweerman die ons in de put zag springen, maakte als eerste een trapje om in de steile opgravingsput te komen. Wij stonden daar zelf niet bij stil. Zo geeft de verscheidenheid aan vrijwilligers echt een meerwaarde."

Vrijwilliger Huub de Jong is via zijn kleinzoon in het opgravingswerk gerold. "Hij had een metaaldetector en vond daar van alles mee. Toen zag zijn oma in de krant dat er een cursus archeologie werd gegeven. Omdat hij te jong was om alleen te gaan, hebben we ons beiden ingeschreven. Ik ben blij dat ik dat heb gedaan, want dit werk is ontzettend leuk. Ik heb in mijn werkzame leven nooit met mijn handen gewerkt, maar nu ben ik met het team de hele dag buiten. Je bent in de natuur, ziet de vogels." Lachend: "En je hoeft niet naar de sportschool om toch fit te blijven!"

De vrijwilligers die verbonden zijn aan het Archeologisch Centrum mogen alle voorkomende werkzaamheden op de opgraving doen. Archeoloog Theo de Jong: "De ene houdt van het fysieke graafwerk, een ander van het fijne peuterwerk. En anderen zijn weer goed in het restaureren van artefacten of tekenen of fotograferen de vondsten."

Vrijwilligster Elly Bogers-Lokken (59) begon haar vrijwilligersloopbaan ruim dertien jaar geleden in het veld, maar besloot een aantal jaar geleden de schep te verruilen voor de pen. "Ik heb twee jaar kunstacademie gedaan en tekenen is mijn ding. Toen het graafwerk vanwege mijn reuma te zwaar werd, ben ik de vondsten gaan tekenen." Op haar eigen kamer in het Archeologisch Centrum tekent ze uiteenlopende vondsten: van aardewerk en munten tot lepels en botresten. Haar tekeningen worden door de archeologen niet alleen gebruikt bij hun onderzoek, maar zijn ook afgedrukt in wetenschappelijke publicaties. "Ik vind het werk heerlijk ontspannend", vertelt ze. "Ik ben hier twee dagen per week, maar zou het wel elke dag kunnen doen. En je doet de wetenschap er ook nog een plezier mee!"

Natuurlijk worden nieuwe vrijwilligers niet zomaar losgelaten in het veld. "Ze mogen niet zomaar wat doen. Want het kan heel erg fout gaan en je kan de dingen maar één keer opgraven", legt archeoloog Theo de Jong uit. "Als nieuwe mensen binnenkomen, laten we ze eerst voorzichtig meedraaien en gaandeweg leren ze alle handelingen kennen."

De tijd die geïnvesteerd wordt in de scholing van de vrijwilligers, wordt volgens de archeoloog dubbel en dwars terugverdiend. "Waar we bijvoorbeeld heel blij mee zijn is dat sommige vrijwilligers het gemeentebeleid op archeologisch gebied op de voet volgen. Ze reageren op voorstellen en volgen de beslissingen van de gemeente kritisch. Bovendien houden we door de inzet van de vrijwilligers tijd over om specialistisch onderzoek te doen. En uiteraard kun je daarnaast een groter terrein bestrijken als je meer mensen hebt."

Dankzij de gezamenlijke inspanningen van de vrijwilligers en professionals van het Archeologisch Centrum Eindhoven en Helmond worden steeds meer stukjes van de geschiedenis van Brabant blootgelegd. "We hebben deze week net een opgraving afgerond bij Hazenwinkel. We vonden er meer dan honderd bouwwerken uit de IJzertijd, uit de periode tussen 500 en 0 voor Christus. Die gebouwen stonden er niet tegelijkertijd. Het was waarschijnlijk een agrarisch gehuchtje waar achtereenvolgens verschillende generaties woonden. Ons beeld van de IJzertijd was altijd dat de agrariërs op zwervende erven woonden. Ze woonden ergens een tijd en vertrokken weer als de grond was uitgeput. Maar deze opgraving lijkt erop te wijzen dat we dat beeld moeten nuanceren. Want op deze plek woonden men dus voor een langere periode. Dat is het leuke aan prehistorische opgravingen: alles wat tevoorschijn komt is volledig nieuwe informatie."

Voor vrijwilliger Huub de Jong maakt zijn opgravingswerk het verleden tastbaar. "Zo hebben we bij een opgraving in het centrum van Eindhoven de onderkaak van een paard gevonden met een gat erin. Wat zou dat zijn, voegen we ons af. Het bleek dat men in die tijd van twee onderkaken en enkele pinnen perfecte sleetje voor de kinderen maakten. Een andere leuke vondst waren ook de honderden zooltjes die we vonden. Je kon er de mode van die tijd aan aflezen en die bleek niet eens zo te verschillen van de mode van nu! Dat soort vondsten boeit me. De geschiedenis wordt geschreven door de elite. Maar via de archeologie vind je het verhaal van gewone mensen terug."

De meest indrukwekkende vondst die hij zelf heeft gedaan, zijn voor de vrijwilliger de restanten van een crematie. "Je realiseert je opeens dat je met de resten van een mens in je handen staat. Het bleek later om een vrouw van ongeveer 35 jaar te gaan. Daar werd ik wel even stil van."

Hoe vind ik een opgraving?
De makkelijkste manier om een opgraving in Nederland te vinden waar je als vrijwilliger aan de slag kunt, is de gemeente te bellen. Met name grotere gemeenten hebben vaak een archeologische dienst, waar ze je verder kunnen helpen. Voorbeelden van steden die vrijwilligers laten meedraaien op hun opgravingen zijn Eindhoven en Deventer. Ook de Archeologische Werkgemeenschap Nederland (AWN), de landelijke vereniging voor amateurarcheologen, is een goed startpunt voor wie een opgraving in eigen land zoekt:

www.awn-archeologie.nl.

Maar ook in het buitenland zijn er veel mogelijkheden voor gemotiveerde vrijwilligers. In Groot-Brittannië werken al sinds 1970 vrijwilligers op de Romeinse opgraving bij Vindolanda. Vrijwilligers moeten minimaal een week beschikbaar zijn. Meer informatie is te vinden op: www.vindolanda.com/doorway-articles/volunteer-programme.

Wie wat verder weg wil, kan terecht op de opgravingen van de World Heritage sites van de Unesco, die wereldwijd opgravingen uitvoeren. Ervaring is niet nodig, maar van de vrijwilligers wordt wel verwacht dat ze ongeveer twee weken beschikbaar zijn en een deel van de verblijfskosten betalen. Lopende projecten zijn de opgravingen van de Khami Ruïnes in Zimbabwe en de ruïnes van Kilwa Kisiwani in Tanzania. Beide locaties waren ooit drukke handelsposten. In Khami zijn eeuwenoude objecten uit Europa en China gevonden, terwijl in Kilwa Kisiwani Arabisch, Perzisch en Chinees aardewerk uit de 13de tot de 16de eeuw is opgegraven. Meer informatie op: http://whc.unesco.org/en/71.

Liefhebbers van de pre-Columbiaanse cultuur kunnen zich aanmelden voor een Inca-opgraving in Peru. In Huyro, een klein stadje in de provincie Convencion, werken Peruaanse deskundigen samen met vrijwilligers aan de restauratie van oude Inca-terrassen. Deze terrassen stelden de Inca's in staat om plantages te houden op de grillige hooggebergtes. Meer informatie en andere vrijwilligersprojecten zijn te vinden op:

www.projects-abroad.nl/vrijwilligersprojecten/archeologie.

In tegenstelling tot Nederlandse opgravingen is het werken op buitenlandse opgravingen doorgaans niet gratis. Vaak zijn de reis- en verblijfskosten voor eigen rekening. Daar bovenop kan dan nog een bedrag komen om aan de opgraving deel te mogen nemen. Soms gaat het om bescheiden bedragen. Zo betaal je voor de Vindolanda-opgraving 23 euro om lid te worden van 'Vrienden van Vindolanda' en een opgravingspremie van 80 euro. Wie langer dan twee weken wil meegraven, betaalt een bedrag van 23 euro per week. Ook de Inca-opgraving van Projects Abroad is niet gratis. Er worden kosten in rekening gebracht voor kost en inwoning, transfers, verzekering en begeleiding. Twee weken opgraven kost bijvoorbeeld 1.795 euro en een maand komt op 2.095 euro.

In Israël werken veel opgravingen met vrijwilligers (voor een overzicht kijk op: http://digs.bib-arch.org/digs/ ), maar daar hangt wel een prijskaartje aan. Voor een week ben je al snel enkele honderden euro's kwijt; wie het hele opgravingsseizoen van de partij wil zijn moet duizenden euro's neertellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden