Spitsuur bij de Levenseindekliniek

Een psychiater deed onlangs uit de doeken waarom zij een man met pensioenangst hielp uit het leven te stappen. Straks vraagt iedereen met pensioenangst zich af of doorleven nog wel zin heeft.

Peter Henk Steenhuis (1969) is filosofieredacteur van Trouw. In Letter & Geest schrijft hij de rubriek 'Zin in werk'. Met Hans Achterhuis schreef hij 'Tegendenken' (2013).

Na jaren van relatieve rust is de euthanasiediscussie in alle hevigheid losgebarsten. Het 'euthanasiasme', waar schrijver, criminologe en filosofe Andreas Burnier in de jaren tachtig voor waarschuwde, lijkt alsnog te zegevieren.

Afgelopen week berichtte deze krant over een ruzie onder artsen die ontstaan was naar aanleiding van euthanasie op een 35-jarige psychiatrisch patiënt. Twee Scen-artsen (die een behandelend arts moeten adviseren over een euthanasieverzoek) hadden niet willen instemmen met levensbeëindiging. Toen uiteindelijk een derde Scen-arts er na twee weken van overtuigd was dat de patiënte uitbehandeld was, kreeg ze twee dagen later, op 19 december, een dodelijke injectie.

En psychiater Boudewijn Chabot betoogde vorige week in NRC Handelsblad en bij Nieuwsuur dat er een weeffout in de euthanasiewet zit. Die wet is in eerste instantie bedoeld voor patiënten met onbehandelbare, ondraaglijke lichamelijke klachten, vast te stellen door de eigen huisarts, maar ook door een arts van de Stichting Levenseinde Kliniek (SLK) waar patiënten zich toe wenden als een huisarts een euthanasieverzoek niet inwilligt. Bij psychische klachten, vindt Chabot, is de behandelrelatie tussen arts en patiënt essentieel. Die vorm van 'ondraaglijk en onbehandelbaar' lijden is veel lastiger vast te stellen.

Belangrijker misschien nog dan het onderscheid tussen psychische klachten en lichamelijke klachten is de vraag wie met welke argumenten dat geestelijk lijden beoordeelt, en daar vervolgens dodelijke conclusies uit trekt.

Chabot gaat met zijn kritiek in op een interview in NRC Handelsblad met psychiater Gerty Casteelen, die verbonden is aan de Levenseindekliniek. Daarin vertelt ze over haar besluit euthanasie te plegen op een 63-jarige, lichamelijk gezonde man, die klaar was met leven nu zijn pensioen in zicht kwam.

Euthanasie voor lichamelijk gezonde zestigers die klaar zijn met leven - in een paar stappen zijn we terug in 1994, toen het boek 'Als de dood voor het leven' verscheen, een schotschrift van onder anderen filosoof Hans Achterhuis (de latere Denker des Vaderlands) en schrijver Willem Jan Otten (die onlangs de PC Hooftprijs won). In deze bundel richtten zij hun pijlen op - nota bene - psychiater Chabot, die Netty Boomsma (50) had geholpen bij haar zelfdoding. De zaak kwam voor de rechter en in juni 1994 bepaalde de Hoge Raad dat professionele hulp bij zelfdoding van mensen die niet lichamelijk lijden onder bepaalde omstandigheden is toegestaan.

Na het arrest-Chabot was er, volgens de opstellers van de bundel, "in de euthanasiepraktijk onmiskenbaar iets veranderd". Achterhuis schreef toen: "Als, zoals Chabot suggereert, er inderdaad veel oude maar nog kerngezonde mensen bestaan 'die eenvoudig klaar zijn met leven', zegt dat dan niet veel over onze maatschappij? En moeten artsen deze maatschappelijke problematiek oplossen door deskundige diagnoses af te geven over de gefundeerdheid van eenzaamheid en levensmoeheid?"

Achterhuis vond in 1994 van niet. Psychiater Casteelen van de Levenseindekliniek lijkt hier nu geen moeite mee te hebben. Werken was alles wat deze 63-jarige man deed, vertelt Casteelen in NRC Handelsblad. Hij had nog nooit vakantie opgenomen. In zijn vrije tijd deed hij vrijwilligerswerk. Hij had een keer een zelfmoordpoging ondernomen, en was lang behandeld voor depressie, maar functioneerde op zijn werk goed. Nu hij door zijn leeftijd bijna moest stoppen met werken, wilde hij dood.

Het heeft weinig zin een welles-nietesspelletje te spelen over de psyche van de man. Hoe ernstig was zijn depressie? Hoe groot de kans op herhaling van een poging tot zelfmoord? We weten te weinig van de man, en het gaat mij ook niet om deze man zelf, maar om de vraag hoe psychiater Casteelen in staat is zo'n gefundeerde diagnose af te geven. Om daar iets over te kunnen zeggen, is het zinnig naar de taal te kijken die ze gebruikt als zij over haar cliënt spreekt. Ik citeer daarom vrij uitvoerig uit het -interview met Casteelen: "Hij heeft me ervan overtuigd dat hij absoluut niet kan leven zo. Hij heeft kind noch kraai. Nooit een partner gehad. Wel familie, maar daar is geen contact meer mee. Het is net of hij zich nooit heeft ontwikkeld. Eigenlijk heeft hij geen bestaansrecht, zo voelt hij het. Die zelfhaat van hem is zo groot", zegt Casteelen als de man nog leeft. "Als ik het zo vertel... het is wel bizar. Op zijn werk functioneert hij hartstikke goed. Zijn collega's dragen hem op handen."'

Casteelen gebruikt hier de woorden 'bestaansrecht' en 'zelfhaat'. Het lijkt me aannemelijk dat het bestaansrecht van deze man in zijn werk lag. Daarin functioneerde hij 'hartstikke' goed. Stopt zijn werk, dan verdampt zijn bestaansrecht. En zijn zelfhaat neemt waarschijnlijk toe met het vooruitzicht geen bestaansrecht meer te hebben.

Ze vertelt in hetzelfde vraaggesprek dat de man de avond voor zijn dood een afscheidsborrel voor zijn collega's gaf in een zaaltje van het café waar ze vaak lunchten. Enkele dagen eerder waren zijn collega's op de hoogte gebracht. "Er was veel verdriet", zegt Casteelen, die ook op die borrel was. "Hij was zo'n aangenaam, prettig mens. Jammer dat je weggaat, zeiden mensen. Moet dat nou, hoorde je ook wel, hij heeft het toch goed bij ons. Maar hij moest wel bijna met pensioen. Veel mensen wisten ook wel hoe eenzaam hij was en dat hij altijd alleen maar werkte. Hij werd toegesproken en kreeg kleine cadeautjes. Engeltjes met een spreuk erop, die hij mee zou kunnen nemen."

De volgende ochtend ging Casteelen naar zijn huis. "Hij was heel relaxed, overtuigd dat het zo goed was. Hij heeft nog even gezellig zitten praten. Toen is hij op zijn bed gaan liggen en heeft het drankje opgedronken. Zo wilde hij het." De meeste mensen overlijden dan binnen tien minuten, deze man leefde twee uur later nog steeds. "Hij lag heerlijk te slapen", zegt Casteelen. "Echt een diehard. We hadden afgesproken dat ik hem in dat geval alsnog medicatie zou geven via een infuus. Dat heb ik gedaan."

Een prachtoplossing, toch? De man die kampte met het verschrikkelijke besef geen bestaansrecht meer te hebben is immers naar wens bediend door psychiater Casteelen? In de discussie twintig jaar geleden noemde Willem Jan Otten dit een schijnoplossing, die ergere problemen oproept. Want stel dat de Drion-pil wordt ingevoerd: dan zijn bejaarden die dood willen van hun probleem af, maar dan zit iedere bejaarde met het probleem of hij dood moet willen. Zo verandert een goedbedoelde poging om het leven van bejaarden draaglijk te maken in haar tegendeel.

Ook in het geval van de man met pensioenangst is sprake van een schijnoplossing: als pensioenangst een gegronde reden wordt uit het leven te stappen, vraagt binnen de kortste keren iedereen met pensioenangst zich af of het geen tijd wordt uit het leven te stappen.

Wanneer psychiaters mensen met pensioenangst een drankje gaan geven naderen we 'Utopia' van Thomas More. Daarin wordt een ongeneeslijk zieke door priesters en magistraten vriendelijk doch dringend verzocht euthanasie te plegen: "Zie het onder ogen, u zult nooit meer in staat zijn een normaal leven te leiden. U bent alleen uzelf en anderen tot last [...] Omdat uw leven louter ellende is, zou u niet moeten aarzelen te sterven. Stem toe, en wij zullen u uit uw martelingen verlossen."

Casteelen zal ongetwijfeld tegenwerpen dat zij niet te vergelijken is met de priesters en magistraten van More. Zij zal zeggen dat deze 63-jarige man een eigen, autonome wil had uit het leven te stappen.

Precies een jaar geleden ging Hans Achterhuis, toen nog in zijn functie als Denker des Vaderlands, opnieuw in op euthanasie, en onze eigen vrije wil daarin. "Het lijkt me niet gek om enigszins wantrouwend te staan tegenover datgene wat wij zelf, zogenaamd autonoom, menen te willen."

Ouderen horen steeds vaker dat zij onevenredig veel beroep doen op de gezondheidszorg. Dat zij dus behoorlijk bijdragen aan de gigantische kostenstijging in de zorg. Terwijl ze weinig produceren. Achterhuis: "Zou het zo kunnen zijn dat ouderen, misschien deels onbewust, hun leven voltooid gaan vinden vanwege dit soort argumenten?"

De zelfhaat van de man die euthanasie kreeg, en zijn vooruitzicht geen bestaansrecht meer te hebben na zijn pensioen, waren geen medisch probleem, maar een existentieel probleem, een zingevingsprobleem.

De huidige Denker des Vaderlands, René Gude, zei onlangs in deze krant dat we 'zin' maken in vier verschillende sferen: privé, werk, de maatschappelijke sfeer waar je vrijwillig projecten kunt starten met mensen en voor mensen die je helemaal niet kent. En ten slotte is er nog de politieke sfeer, waarin je zo actief kunt worden als je zelf wilt.

Verwaarlozen mensen enkele van deze zingevingsgebieden, dan ontstaan er problemen. Gude: "Achter de vraag 'Is dit alles?' gaan altijd verwaarloosde levensgebieden schuil. Als je al je zinnen hebt gezet op je werk, dan kun je maar beter niet met pensioen gaan of nog erger: overcompleet raken."

Dat overkwam de 63-jarige man, die zich tot Casteelen wendde. Toen zijn pensioen naderde werd hij 'als de dood voor het leven'. Als het acceptabel wordt dat psychiaters mensen met dergelijke zingevingsproblemen een drankje geven om diehards heerlijk te laten slapen, is er in de euthanasiepraktijk onmiskenbaar iets veranderd.

Er wordt wel gesuggereerd dat de bezwaren tegen euthanasie in de jaren tachtig en negentig vooral uit religieuze hoek kwamen, en dat die critici nu misschien toch gelijk krijgen. Maar het waren vooral filosofen en schrijvers als Burnier die waarschuwden.

Niet verwonderlijk, in filosofie en literatuur kun je je verdiepen in zingevingsproblemen. Van anderen, van jezelf. Je kunt je trainen in existentiële problemen, en leren accepteren dat die bij het leven horen. Doen we dit niet, dan worden we als de dood voor het leven. En dan wordt het druk bij de Levenseindekliniek.

Te druk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden