Spirituele rijkdom van 'Huis te Vraag' acuut bedreigd

Een unieke stadstuin in Amsterdam dreigt door een kwestieuze ingreep in één klap zijn spirituele karakter te verliezen

Er zijn van die plekken waar je met je vingers af moet blijven. Ze zijn als een orgaan in een levend lichaam. Het lichaam zelf, in dit geval Amsterdam, heeft misschien nauwelijks weet van zo'n intiem orgaan, in dit geval de voormalige begraafplaats aan het Jaagpad, thans stadstuin, Huis te Vraag. Maar als eraan gemorreld wordt, als er een lap afgesneden zou worden, wat thans acuut dreigt te gebeuren, dan ontstaat er een wond, waaruit levenssappen wegvloeien. De stadstuin, 'de laatste museale rest van de 19de-eeuwse stadsrand', zoals de beheerder hem noemt, toevlucht van velen die er verpozen om zich aan zijn spirituele rijkdom te laven, verliest zijn helende karakter en valt ten prooi aan bloedeloosheid en neergang. De heilbegerige bezoeker staat verslagen, keert niet weer en daar er nergens in de wijde omtrek zo'n uniek stichtelijke plek te vinden is, vervalt hij tot een somberheid, die tot een depressie kan leiden. Huis te Vraag, die verstilde hof, ontzield!

Een overheid staat te trappelen om een bres te slaan in het heilig groen. Waar schapen grazen en bijen hun korven in en uit zoemen - in een warm gekoesterde groene enclave tussen onaanzienlijke burgermanswoningen en de barre kantoorkolos van de VNU - daar zullen zo dadelijk, als de Allerhoogste het toelaat, stinkende brommers mogen scheuren om misschien wel zeven sekonden rijtijd te besparen; en daar zal, dankzij het krakend en dreunend sneuvelen van monumentale bomen en enkele dierbare rode pannendak-huisjes, een rijtje smakeloze urban villa's zich naar voren mogen dringen. En wèg is dan de eigenheid, juist van het meest unieke en troostende deel van de tuin, vanwaaruit de meditatieve bezoeker zijn blik langs een boerenhek laat waren over een stukje gezegend authentiek Hollands landschap - zomaar in Amsterdam.

'Een miniatuurlandschap, compleet met al die kenmerken die men zich herinnert uit de jeugd, het landschap dat men denkt altijd al gezien te hebben; een weiland omgeven door wilgen, een brede sloot met kikkers en eenden, stille reigers aan de kant en twee koeien bij het hek. Natuurlijk is het een illusie, je hoeft maar enkele wilgen weg te zagen uit die omzoming en de betovering is verbroken. Daar, achter die wilgen en populieren, begint weer de alledaagse wereld van snelwegen, ondergrondse en bovengrondse kruisingen, industrieterreinen en kantoorgebouwen. Dit landschap heeft velen bewogen tot het maken van gedichten, foto's en schilderijen. Maar ook gewone mensen zijn lyrisch. 'Wat mooi,' roepen ze uit, 'dat het nog bestaat!''

Deze woorden, uit een recent boekje over de tuin, zijn van de tuinman zelf, Leon van der Heijden (59), die Huis te Vraag sinds elf jaar op zijn eigen spiritueel-artistieke wijze onderhoudt. Vroeger exposeerde hij schilderijen op de Biennale in Venetië. Hij heeft zich uit de kunstwereld teruggetrokken om zich als gemeenteambtenaar van de Dienst Openbare Werken te wijden aan het eigenhandig Onderhoud, zoals hij het met een hoofdletter noemt, van Huis te Vraag. Met schop, zeis en heggeschaar koestert hij, als dienaar van het verfijnde genoegen van omwonenden en bezoekers, de ene hectare stadstuin, waarin tot 1962, toen de boel vol was, 16.000 protestantse Amsterdammers hun laatste rustplaats vonden.

'Het is letterlijk een openbaring,' vervolgt Van der Heijdens tekst, 'midden in de stad door een hek te gaan en dan plotseling buiten in het landschap te staan alsof men door een decor gestapt is. Voor sommigen echter komt het te plotseling, ze schrikken. Ze zijn onthutst door het uitzicht dat zij meenden lang geleden de rug te hebben toegekeerd, dat zij vergeten waren of verloren waanden. Ze wenden zich met een ruk af en haasten zich naar de uitgang zonder één keer om te zien.'

Niet alleen het Uitzicht, zoals Van der Heijden er met een hoofdletter naar verwijst, leidt tot poëtische ontboezemingen, maar ook de tuin zelf, die door hoog opgaand groen zo beschermend omsloten is dat zelfs naburige hoogbouw erdoor aan het oog onttrokken is. Bij de ingang hing wekenlang het volgende gedicht:

Ik ging naar stadstuin Huis te Vraag om nieuwe verzen op te halen. Ze liggen er los in de haag vooral wanneer het als vandaag geregend heeft met lange halen en er uit elke wolkenvlaag zo weer een stortbui neer kan dalen.

Genoemde haag speelt een subtiel ruimtelijk spel in de kom van de centrale tuin. De hagen zijn voor een belangrijk deel composities van klimop, waarvan 32 afzonderlijke partijen al kruipend en klimmend toverachtige vormen manifesteren. Nog steeds doen ze alsof ze een liggend zerk omsluiten of een staande grafsteen schragen en overhuiven. Maar op vele plaatsen zijn zerk en steen allang verdwenen en houdt de tuinman met kunstig knipwerk de illusie gaande dat ze er nog zijn. Zo wordt de vergankelijkheid niet alleen van het lichaam maar ook van het graf als laatste rustplaats op bijna devote wijze benadrukt. Het is geen tuin meer van gestorven mensen maar van gestorven graven. En dat geeft de mijmergrage bezoeker een gevoel van onoverwinnelijk leven.

De stadstuin ontleent zijn naam aan de omstandigheid dat hier in vroeger eeuwen iets van een herberg heeft gestaan, waar men 'te vraghe' kon gaan. Dat deed, naar verluidt, Maximiliaan van Oostenrijk, toen hij in 1486 op bedevaart van Haarlem naar Amsterdam hierlangs kwam. 'Vanaf die dag,' schrijft Van der Heijden, 'heette de herberg openlijk te Vraghe, met uithangbord en al.'

Maximiliaan schonk Amsterdam nadien haar keizerskroon. Het wegkappen van een complete flank van het huidige Huis te Vraag betekent dat een van de mooiste parels uit die kroon zo wordt beschadigd dat ze reddeloos haar glans verliest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden