Spiritueel lijkt soms op fundamentalist

Een fundamentalist was ooit een Amerikaanse protestant die zijn geloofsfundamenten veilig wilde stellen. Honderd jaar later zoekt Trouw naar sporen van hedendaags fundamentalisme. Vandaag: „Ook spirituelen willen hun waarheid opleggen.”

Bestaat er wel zoiets als fundamentalisme binnen de spiritualiteit? Jazeker, zegt cultuursocioloog Stef Aupers van de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Fundamentalisme kom je tegen in elk spiritueel centrum. Spirituelen kunnen net zo opdringerig en fundamentalistisch zijn als religieuzen.’’

Sommige godsdienstwetenschappers denken daar heel anders over. Een van hen is Frans Jespers van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij meent dat fundamentalisme onder spirituelen nauwelijks voorkomt.

Bij religies als christendom, islam en jodendom is de zoektocht naar fundamentalisme een stuk makkelijker. Daar is sprake van fundamentalisme als de aanhangers terugkeren naar hun fundamenten, de kern van hun geloof. Iemand is een fundamentalist als hij zich verzet tegen moderniteit en zich daarbij beroept op een letterlijke interpretatie van een onfeilbaar gezag.

Hij is ervan overtuigd dat zijn leerstellingen de enige juiste zijn en voor iedereen zouden moeten gelden. Degenen die ’het licht’ nog niet hebben gezien, worden gezien als ’de ander’. Fundamentalisten hebben de dringende behoefte die ander te overtuigen van hun gelijk, al dan niet met geweld.

Zo bekeken, zegt Frans Jespers, zie je in de hoek van alternatieve religies en holistische spiritualiteit ’nauwelijks fundamentalisme’. „Spirituele groepen zijn losser en vrijblijvender georganiseerd dan traditionele religieuze groepen. Mensen doen in zo’n groep een jaar reïncarnatietherapie of reiki en vertrekken daarna weer. Zij ondernemen een persoonlijke, subjectieve zoektocht waarin vele interpretaties mogelijk zijn. ’Jij ziet het zus, ik zie het zo’, hoor je hier vaak. Ze sluiten niemand uit.”

Als Jespers dan toch wat moet noemen, komen de Scientologykerk en de spirituele beweging ’Een Cursus in Wonderen’ nog het meest in de buurt van een fundamentalistische groepering. Bij beide is sprake van een zuivere interpretatie van een geschrift. Er zijn gezagvolle uitleggers en een sterke moraal. ’Scientology’ beroept zich op het boek van de Amerikaan L. Ron Hubbard, ’Een Cursus in Wonderen’ zou via Jezus Christus zijn doorgegeven aan de atheïstische klinisch psychologe Helen Schucman, tussen 1965 en 1972.

Anton van Harskamp, hoogleraar Religie, Identiteit en Civil Society aan de VU in Amsterdam deed onderzoek naar ’Een Cursus in Wonderen’. Deze cursus werd een spirituele beweging, is in vijftien talen vertaald en heeft nog altijd gesprekskringen in Nederland. De cursus filosofie leert dat Gods liefde het enige ware is en dat de fysieke wereld van zonde, kwaad, schuld en dood een illusie is. Door nu als mens te beseffen dat je goddelijk bent, kun je door de schijn van de wereld heen kijken. Zo kun je leven zonder angst voor de dood. Deze gnostische gedachte kom je veel tegen binnen de spiritualiteit, zegt Van Harskamp.

Volgens Van Harskamp zijn er in de Cursus zelf mogelijk fundamentalistische trekjes te vinden. Niet volgens de wetenschappelijke definitie, maar wel als je „fundamentalisme ziet als een mentale instelling waarbij je door onzekerheid gedreven, juist zoekt naar absolute zekerheid, bijvoorbeeld naar overwinning van de angst voor de dood”.

Van Harskamp schreef meerdere artikelen over de ’utopie van de maakbaarheid’ van het eigen spirituele leven in dit ’meedogenloze boek’, waarmee hij ’Een Cursus in Wonderen’ bedoelt. „Het gaat fout als blijkt dat je geen grip krijgt op je leven en ziekte en dood niet kunt bestrijden.” Hij krijgt nog steeds reacties op een artikel uit 1988. Drie mensen schreven hem dat de Cursus hun leven had vernietigd, maar de overgrote meerderheid van de cursusvolgelingen was het niet met zijn kritiek eens. Zijn indruk is, zegt Van Harskamp, dat de meeste cursisten spirituele zoekers zijn die niet zeker zijn van zichzelf.

Ook Frans Maas, hoogleraar Spiritualiteit aan de Radboud Universiteit Nijmegen, ziet in de hang naar absolute zekerheid een aanknopingspunt voor fundamentalisme. „Spiritualiteit wordt fundamentalistisch zodra er een ideologietje wordt gemaakt waar mensen hun identiteit en zekerheid aan ontlenen’’, zegt hij. „Fundamentalisme heeft te maken met de fundamentele onzekerheid van het menselijk bestaan en de poging om met die onzekerheid om te gaan.

„In spiritualiteit staat het vertouwen in iets oneindigs centraal. Dat wordt concreet gemaakt in tastbare overtuigingen, rituelen en belevingen. Zodra die tastbaarheden worden verabsoluteerd, verdwijnt het zicht op de oneindigheid, de dimensie van het niet-weten, de twijfel, de via negativa, de nacht, de woestijn. Echt spiritueel leven is kunnen omgaan met dit grote gat, met die put waarin je niet weet waar je blijft.”

Spiritueel fundamentalisme ontstaat volgens Maas daar waar moedwillig wordt gezocht naar spirituele, bijzondere ervaringen en waar mensen streven naar welbevinden, ’je altijd goed voelen’. „In een echt spiritueel leven gaat het om het gewone leven van dag tot dag, met vallen en opstaan. Grote mystici als Meester Eckhart, Teresa van Avila en Johannes van het Kruis zullen bijzondere belevenissen altijd relativeren.”

Stef Aupers van de Erasmus Universiteit onderzocht vele spirituele centra en groeperingen vanuit sociologisch perspectief. Hij stelt: „Spirituelen kunnen net zo opdringerig en fundamentalistisch zijn als religieuzen.”

De verwantschap tussen fundamentalisme en spiritualiteit wordt volgens Aupers door veel godsdienstwetenschappers verwaarloosd. „Zij kijken niet achter de retoriek van veel spirituelen. Spirituele fundamentalisten zijn net als religieuze fundamentalisten op zoek naar de zuivere kern van religiositeit. Ze willen alle institutionele kanten en doctrines afpellen tot ze daaronder de echte spirituele waarheid vinden. De doctrine is dat er geen doctrines mogen zijn.’’

„Er wordt vaak relativerend gezegd dat spirituelen niet fundamentalistisch zijn omdat volgens deze mensen iedereen zijn eigen waarheid moet vinden, zegt Aupers. „Dat is zo. Maar tegelijk is dat juist de doctrine. Je mág je eigen weg niet gaan, je móet je eigen weg gaan. Je móet afgaan op dat wat binnen in je is. Het is verdacht als jij je verbindt aan één boek of goeroe. Deze mensen zullen ook niet zeggen dat ze zich laten leiden maar dat zij zich laten inspireren door iemand.”

Hoewel vaak anders wordt gedacht, is spiritualiteit wel degelijk een religie, stelt Aupers: een zelfreligie met als bindmiddel de aanbidding van het autonome zelf. Aupers herinnert zich de film ’Life of Brian’ waarin een goeroe voortdurend wordt gevolgd door een groep mensen. Hij roept dan uit: ’Go home: you are all individuals.’ De groep roept in koor terug: ’We are all individuals’. Aupers: „Zo denken spirituelen ook. Ze kunnen doen of ze verschillend zijn, maar omarmen dezelfde denkbeelden en leren elkaar hetzelfde te denken.”

Die doctrine van het individualisme, concludeert Aupers, is precies het omgekeerde van religieus fundamentalisme waarbij het individu juist wordt gewantrouwd en regels van externe autoriteit worden verheerlijkt. Volgens de cultuursocioloog wordt snel over het hoofd gezien dat ook spirituelen hun waarheid willen opleggen. „Het is in deze kringen vaak verboden te spreken in termen van: ’Het is zo’. Nee, je móet spreken in de eerste persoon: ’Ik ervaar dat het zo is’. Via subtiele processen van socialisatie, via boekjes en trainingen leren mensen dat ze zo moeten denken.”

Ook het voor fundamentalisme typerende wij-zijdenken ziet Aupers onder spirituelen. „Mensen die diep in het spirituele milieu zitten, heb ik horen vertellen over mensen die geen spirituele kennis bezaten, die ’blijven hangen in hun fouten’. ’Iedereen zit op zijn eigen niveau’, zeggen ze dan. Of: ’Vroeger heb ik ook zo gedacht, maar nu weet ik’ Dat impliceert dat zij denken hoger in de hiërarchie te zitten, verder ontwikkeld zijn.’’

Godsdienstwetenschapper Jespers vindt dat Aupers overdrijft en ’niet goed op de hoogte is van de actuele situatie’. „Het klopt dat er heel stellige en enigszins intolerante holistische spirituelen zijn, maar die roeren zich vooral in eigen kring. De meeste uitbaters van spirituele centra en organisaties zijn nogal commercieel ingesteld. De klant is koning, dan kun je je geen fundamentalistische opstelling permitteren.

„Het klopt ook niet dat er geen doctrine mag zijn. Er functioneert wel degelijk een samenhangend en breed gedeeld holistisch wereld- en mensbeeld. Maar dat mag niet de status van een gesloten doctrine of vaststaand credo krijgen. Het klopt dat dit een innerlijke spanning oplevert, maar die wordt niet opgelost met de letterlijke uitleg van heilige teksten.

„Spiritualiteit is geen zelfreligie maar een religie waarin groei en versterking van het geestelijke zelf wordt nagestreefd door een beroep te doen op een soort levenskracht. Spirituelen willen meestal hun waarheid niet opdringen. Ze zullen zeker proberen anderen te overtuigen als ze de kans krijgen. Als dit niet lukt,wordt gewoonlijk gezegd: ’Ze zijn er kennelijk nog niet aan toe’.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden