Spion met vele gezichten

Zijn Britse uitstraling was een perfecte vermomming voor een spion van Israël. Als topman van de Mossad zat hij als een spin in duistere hoeken.

Veel van zijn geheimen – en daarmee een deel van Israëls geschiedenis – heeft David Kimche meegenomen naar zijn graf. Geheimen over clandestiene operaties die zich afspeelden tot diep in ’vijandelijk’ gebied, van Teheran, Beiroet en Caïro tot in Kenia en Zanzibar.

David Kimche was Israëls meesterspion, een man met vele gezichten en vele vermommingen, die zelfs in het gewone dagelijks leven een pruik droeg om een litteken te bedekken – het restant van een verwonding opgedaan tijdens een van zijn avonturen. Bij de meeste Nederlanders zal geen bel rinkelen bij zijn naam – Dave voor zijn vrienden. Hijzelf kende Nederland redelijk goed, het diende in de jaren zestig en zeventig als een van zijn uitvalsbases voor zijn missies naar Afrika. En waarschijnlijk ook tijdens zijn rol bij de jacht op de Palestijnse daders van de aanslagen op elf Israëlische sportslieden tijdens de Olympische Spelen in München in 1972.

„Ons doel was niet zozeer wraak, maar vooral om ze angst aan te jagen om terrorist te zijn”, vertelde hij eens aan de London Jewish Chronicle. „We wilden dat ze over hun schouder zouden kijken en voelen dat we achter ze aan zaten. We wilden ze niet zomaar neerschieten, dat is gemakkelijk.”

Later zou zijn naam onder meer opduiken als de man die gestalte gaf aan Israëls connecties met de Libanese falangisten, en die aan de wieg stond van Israëls invasie in Libanon – iets waarvan hij nog spijt zou krijgen. Ook in Irangate speelde hij een hoofdrol.

’Een Brit in hart en nieren’, typeerde een ’collega’ hem deze week. Juist in het Israëlische landschap was de in 1928 in Londen geboren Kimche een opvallende figuur die oogde als een Britse forens met aktetas: een smal gezicht, bril, goed in het pak, met een hoge stem. Hij was de klassieke spion uit de boeken van John le Carré. Van die natuurlijke vermomming heeft hij meer dan eens gebruik gemaakt. Zijn Britse accent en manieren heeft hij altijd behouden, hoewel hij al in 1946 als achttienjarige naar Israël was geëmigreerd.

David Kimche was het nakomertje in het gezin van negen kinderen dat vanuit Zwitserland naar Engeland was verhuisd. Het was een vooraanstaande joodse familie die bekende rabbijnen heeft voortgebracht. Hij en zijn veel oudere broer Jon, een goede vriend van George Orwell, waren al in Engeland actief in de zionistische beweging. Jon zou zich ontwikkelen tot journalist, activist in New Labour en schrijver.

Dave vertrok naar Palestina en vocht mee in Israëls onafhankelijkheidsoorlog van 1948. Hij raakte gewond bij de slag om Jeruzalem en zou de rest van zijn leven met een kogel in zijn been rondlopen.

Na die oorlog werkte hij enige tijd als nachtredacteur bij de Engelstalige Jerusalem Post. Zijn droom was een diplomatieke carrière, maar hij zakte voor het toelatingsexamen voor de diplomatieke dienst. Drie decennia later zou de zoete wraak volgen, toen hij benoemd werd tot directeur-generaal op het ministerie van buitenlandse zaken.

Kimche ging studeren en in 1953 kreeg hij een baantje bij Israëls geheime dienst. De Mossad stond nog in zijn kinderschoenen. Hij zou er mede vorm aan gaan geven. De Brit was een opmerkelijke verschijning in de gelederen van de Mossad, die veelal bestond uit functionarissen die met de Arbeiderspartij gelieerd waren en jonge afgezwaaide militairen. Kimche maakte naam met zijn scherpe analyses. En hij was een man van de wereld in het provinciaalse Israël.

Zijn voornaamste werkgebied werd Afrika, een regio die door Israël werd gekoesterd. Afrika’s (toekomstige) leiders werden naar Israël gehaald voor een technische of militaire opleiding, of het nu de Keniaanse Mau Mau-rebellen waren of Oeganda’s Idi Amin. Israël nam het voortouw in de ontwikkelingshulp in tal van Afrikaanse landen en voerde met succes in Israël ontwikkelde landbouwtechnieken in.

Er was ook een duistere zijde. Meer dan eens zou Kimche de hand hebben gehad in machtsovernames. Hij kreeg de naam van ’de man met het koffertje’ die enkele dagen voor een coup in de hoofdstad was gesignaleerd. Aan de romance tussen Israël en Afrika kwam een einde toen na de zesdaagse oorlog van 1967 en de Jom Kipoeroorlog van 1973 vele Afrikaanse landen zich van Israël afkeerden, onder druk van de Arabische wereld.

Israëls beleid was er in die jaren op gericht banden aan te knopen met de niet-Arabische landen, aan de rand van de vijandige Arabische wereld, onder het motto ’de vijanden van mijn vijanden zijn mijn vrienden’.

Het voerde Kimche naar het Iran van de sjah, naar het Turkije van de generaals en het Ethiopië van Haile Selassi. Maar ook – dichter bij huis – naar de christelijke maronieten in Libanon. Israëls poging, in 1982, maronietenleider Basjir Gemayel aan de macht te brengen, eindigde met de moord op Basjir en de bloedbaden in de Palestijnse kampen Sabra en Sjatilla.

Drie jaar later volgde de Irangate affaire, met David Kimche in de rol van liaison-functionaris die (mede) de banden met de VS onderhield. Kimche had kennelijk een belangrijk aandeel in het overtuigen van de Amerikanen in te stemmen met geheime wapenleveranties – alle embargo’s ten spijt – aan ’gematigde kringen’ in Iran. Israël zorgde voor de leveranties. Het doel was de Amerikaanse gijzelaars in Libanon vrij te krijgen. Maar ook het idee van een machtswisseling bevorderen was Kimche niet vreemd. Zo beweerde de Amerikaanse veiligheidsadviseur Robert McFarlane dat Kimche hem indertijd had voorgesteld de Iraanse leider ayatollah Khomeini om te brengen door hem langzaam vergif in zijn voedsel toe te dienen. Kimche heeft dit altijd ontkend.

Gedurende al die jaren had hij ook andere bezigheden. Hij studeerde aan het Afrikaanse-Aziatisch instituut aan de Sorbonne (zijn dekmantel voor zijn werk in Afrika?), en schreef hij in 1969 voor de universiteit in Jeruzalem zijn proefschrift over de Derde Wereld en de Afro-Aziatische beweging. Hij was auteur van een paar boeken over de geschiedenis van Israël, waarbij hij kon putten uit zijn eigen ervaringen.

In 1979 diende Kimche kwaad zijn ontslag in. Hij was opgeklommen tot de positie van tweede man in de Mossad, maar intern gekonkel hield hem af van de toppositie. Hij werd diplomaat, en bleef tegelijkertijd actief op ’velerlei’ terreinen. Volgens Kimche-kenner Leon Hadar, een voormalige Israëlische journalist, was die ruzie om het leiderschap en zijn ambitie om die topfunctie alsnog nog te veroveren, de reden dat hij juist in de jaren tachtig zijn voorzichtigheid liet varen en zich in al te grote avonturen als Libanon en Irangate stortte.

Maar daarvoor nog had hij een rol gespeeld in een ’avontuur’ waar hij trots op zou blijven: de vrede tussen Israël en Egypte. Het verhaal wil dat Kimche zijn goede betrekkingen met de Marokkaanse inlichtingendiensten aanwendde om toegang te krijgen tot koning Hassan. Die werd gevraagd om de Egyptische president Sadat over de streep te trekken. Alweer volgens onbevestigde berichten, had Israël Sadat een grote dienst bewezen door hem te waarschuwen voor een moordcomplot. Het was een vermomde Kimche die een vermomde Mosje Dajan zou hebben vergezeld naar zijn ontmoeting in Marokko met Hassan Tohami, de topadviseur van Sadat. Het leidde in het najaar van 1977 tot het historische bezoek van Anwar Sadat aan Jeruzalem.

Van Kimche wordt wel gezegd dat zijn grootste gave zijn overredingskracht was. Hij wist met zijn vele ondenkbare gesprekspartners haast altijd een persoonlijke band te creëren. „Feit is dat ik de wereld behoorlijk goed ken. Feit is dat ik weet hoe ik contact met mensen moet maken”, zo citeerde een Britse krant hem. „Dat stelt me in staat dingen te doen waartoe vele anderen niet in staat zijn.”

In latere jaren zou Kimche zich openlijk ontpoppen tot vredesactivist. Hij ondertekende twee jaar geleden zelfs een petitie waarin hij opriep met Hamas te praten. Het vormt – bizar genoeg – in Israël geen tegenstelling met de complotten, intriges, coups en allianties met dictators en duistere groeperingen waarop de Mossadleiders zich verlaten. Meer dan de gemiddelde Israëliër kennen zij de vijand, onderhandelen ze met die vijand en beseffen ze de gevaren van Israëls isolement. Kennelijk was zijn streven naar vrede voor David Kimche zelf ook niet in strijd met zijn laatste baan, die van zakenman, en naar verluidt meer specifiek die van wapenhandelaar .

Verleden week maandag overleed de man met de vele gezichten, 82 jaar oud, aan een hersentumor. Hij kreeg een staatsbegrafenis in een kibboets niet ver van het hoofdkwartier van de Mossad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden