Spinozahuis krijgt opknapbeurt

Het duurde zes jaar voor het benodigde geld bijeen was, maar nu ligt de benodigde twee ton er. Daarmee kan Het Spinozahuis eindelijk worden gerestaureerd.

Het huisje waar Albert Einstein op 2 november 1920 even binnenwandelde, verkeert momenteel in erbarmelijke staat. Het lekt overal. Muren rotten weg. Theo van der Werf kijkt dan ook tevreden toe, nu bouwvakkers het dak onder handen nemen. Zes jaar lang heeft Vereniging Het Spinozahuis gezocht naar geldschieters voor de broodnodige renovatie. Het Spinozahuis in Rijnsburg mag een Rijksmonument zijn, de geldschieters stonden niet in de rij.

Eindelijk is de benodigde 200.000 euro opgehoest, vooral door Fonds 1818, eigen leden van de vereniging, het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschappen en de voormalige gemeente Rijnsburg, in 2006 opgegaan in de gemeente Katwijk.

Het Spinozahuis, gebouwd in de zeventiende eeuw, is al enkele jaren gesloten. De laatste huisbewaarder stierf in 2001 en dat betekende noodgedwongen sluiting van het vervallen museum, legt Van der Werf, secretaris van de vereniging uit.

De filosoof Benedictus Spinoza (1632-1677) woonde tussen 1661 en 1663 in Rijnsburg, als kostganger bij een chirurgijn. Een korte, maar belangrijke periode in zijn leven, schetst professor Wiep van Bunge, voorzitter van de vereniging. Hij sleep er lenzen voor optische instrumenten, ontving er wetenschappers en werkte er aan de inleiding van de Ethica, het levenswerk van Spinoza.

Pas eind negentiende eeuw werd het pand ontdekt als vroegere woonplaats van de filosoof. Een Spinozakenner zag het vervallen huisje en herkende de dichtregels van de zeventiende-eeuwse dichter Dirck R. Camphuysen op de gevel: ’Ach! Waren alle Menschen wijs/ En wilden daarbij wel!/ De Aard waar haar een Paradijs/ Nu isse meest een hel’.

Een groepje volgelingen richtte vervolgens de Vereniging Het Spinozahuis op en kocht het pand: in 1899 opende het museum haar deuren. Bezoekers zagen daar onder andere zijn gereconstrueerde bibliotheek en een werkbank voor het slijpen van lenzen. Het aantal museumbezoekers is nooit groot geweest. Hooguit zevenhonderd liefhebbers per jaar, van wie bijna de helft uit het buitenland, vertelt Van der Werf.

Bestuurslid Miriam van Reijen herinnert zich het bezoek van Ayaan Hirsi Ali in september 2006, de dag voordat ze verhuisde naar de Verenigde Staten. Hirsi Ali nam er met enkele vrienden afscheid van Nederland, in het huis van een groot voorvechter van het recht op vrije meningsuiting.

Het cultureel erfgoed van Spinoza is gered, nu nog dat van Louis Couperus. In Den Haag zal met jaloerse blik worden gekeken naar de ontwikkelingen in Rijnsburg. Want middenin de Haagse Surinamestraat staat voor bijna drie miljoen euro nog altijd het Couperushuis te koop, eigendom van de Egyptische staat. Daar schreef Couperus zijn ’Eline Vere’.

Het Louis Couperusmuseum zou er graag naartoe verhuizen, maar het geld ontbreekt. Een stichting begint nu de moeilijke zoektocht naar de miljoenen; de gemeente Den Haag en de regering voelen niets voor de aankoop van het reusachtige pand.

Waarom het geld in Rijnsburg wel opeens op tafel kwam, weet Van Reijen niet precies. De belangstelling voor Spinoza neemt toe, dat merkt ze wel. En de wijsgeer is – in tegentelling tot Couperus – opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Het zal geholpen hebben.

Wanneer straks het vernieuwde museum opent, is de interesse groter dan ooit, weten de bestuursleden. Dan komen de schoolklassen, dankzij de canon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden