Spil in een veranderende wereld

Standvastig loodste ze haar land door een roerig decennium vol strijd. Met haar harde politiek en onverzettelijkheid maakte ze vrienden én veel vijanden.

'Maggie' werd ze genoemd door bewonderaars. 'IJzeren Dame' was de naam die de Russen bedachten na een speech in koude-oorlogstaal. 'De grote wijfjesolifant', 'Attila de Hun' of 'dat mens' waren de bijnamen uit de mond van degenen die haar haatten.

Haat of liefde, dat waren de meest gekoesterde gevoelens jegens Margaret Thatcher, Brits premier tussen 1979 en 1990. Gisteren overleed zij aan een beroerte.

Het heeft enige tijd geduurd voordat het mogelijk bleek om bewondering op te brengen voor de Conservatieve politica, ook voor de meest verstokte tegenstanders. Haar tomeloze energie, vastbeslotenheid, fenomenale dossierkennis, de wijze waarop ze in haar door mannen gedomineerde partij de politiek naar haar hand wist te zetten, de onmetelijke trouw aan haar vaderland, ze dwingen ontzag af. Dat is ook wat ze krijgt tegenwoordig, meer dan in haar eigen tijd toen het land in meerdere opzichten tot op het bot verdeeld was, maar zeker aangaande haar persoon.

Niet gehinderd door veel behoefte aan slaap (vier uur was doorgaans genoeg), was zij in de jaren tachtig spil in een veranderende wereld, zowel in binnen- als buitenland. Tot die omwentelingen zette zij vaak aan, was ze katalysator (tenminste in haar eigen ogen), zelden slechts getuige.

Tijdens haar regeringsperiode (1979-1990) verloren de Britse vakbonden een groot deel van hun greep op de samenleving, zette zij de middenklasse op de kaart en kregen ondernemerschap en privatisering een nieuwe betekenis. De Koude Oorlog werd geschiedenis, de relatie tussen Groot-Brittannië en de Verenigde Staten werd warmer dan ooit, het apartheidsregime in Zuid-Afrika naderde zijn einde, het Noord-Iers Vredesproces werd ingezet.

IJsjes conserveren
Margaret Hilda Roberts werd op 13 oktober 1925 geboren in het plaatsje Grantham, Lincolnshire. Vader Alfred Roberts was kruidenier, moeder Beatrice werkte mee in de zaak, deed daarnaast het huishouden en voedde Margaret en haar oudere zus Muriel op. Roberts was streng methodist. Plezier of comfort was niet vanzelfsprekend, hard werken wel. Heet water was er niet, de wc stond - als bij zovelen in die tijd - buitenshuis.

Vader Roberts was naast winkelier actief in de politiek en preekte in de plaatselijke kerk. Van hem leerde Margaret kritisch redeneren, argumenteren en debatteren. Ze won een beurs voor een studie scheikunde in Oxford - waarmee ze een eerste stap zette op door weinig vrouwen betreden grond. Tijdens haar studie werd ze actief voor de Conservatieve Partij. Naast haar werk als scheikundige - waarbij ze een methode ontwikkelde om ijsjes te conserveren - studeerde ze rechten. Na haar examen in 1953 zette ze haar loopbaan voort als fiscaal jurist in Londen.

Na enige mislukte pogingen om in het Lagerhuis te komen, werd ze in 1959 gekozen, voor het kiesdistrict Finchley, in Londen. Inmiddels heette ze Thatcher door haar huwelijk met de zakenman-in-olie Denis, en had ze een tweeling gekregen, Carol en Mark.

Eenmaal in het Lagerhuis wist Thatcher haar partijgenoten te imponeren met haar feitenkennis. In 1970 won Conservatief leider Edward Heath de verkiezingen, en Thatcher kreeg de portefeuille onderwijs. Uit die tijd stamt haar eerste bijnaam: Thatcher Milk Snatcher, nadat ze de gratis melk voor jonge kinderen had afgeschaft. Overigens had de vorige (Labour)regering de melk al geschrapt op middelbare scholen. De gewoonste zaken werden luxe in het arme Groot-Brittannië.

Heath verloor de verkiezingen van 1974. Thatcher daagde hem uit, en won het leiderschap van de partij. In 1979 kregen de Britten op 4 mei hun eerste vrouwelijke minister-president.

Geen vriend, dus vijand
Toch was het niet per se haar leiderschap dat de conservatieven terug in het zadel bracht, benadrukken historici. Thatcher had de wind mee: het land had net de Winter van Onvrede van 1978-'79 achter de rug, toen wijdverbreide stakingen leidden tot voedsel- en stroomtekorten. Tegelijkertijd telde de Britse staat 1,3 miljoen werklozen.

De kiezers hadden schoon genoeg van Labour, dat zijn 'eigen' vakbonden niet in de hand had. De ergernis nam toe over de bonden, die sinds de jaren zestig dwars lagen bij elke poging van regeringszijde (Tories én Labour) tot een modern economisch beleid. Zij hielden vast aan overheidsbescherming van traditionele industrieën, of ze nu rendabel waren of niet. Privatisering van bedrijven als de spoorwegen of autofabrieken was uit den boze.

De nieuwe premier zou dat heel anders aanpakken. Haar missie was niet meer en niet minder dan de eliminatie uit de Britse politiek van wat zij het 'socialisme' noemde, en daar bedoelde ze iets heel vies en voos mee. Met alles waar de sociaal-democratie toentertijd voor stond, maakte zij in de daaropvolgende jaren korte metten. Het toch al vrij magere sociale stelsel ging op de helling, het mes ging in de collectieve bestedingen en in directe belastingtarieven. Nationale bedrijven als de Britse Spoorwegen en de kolenmijnen werden op den duur geprivatiseerd. De enige zeggenschap die Thatchers overheid behield in economische zin was die op de geldomloop, om de inflatie te beteugelen. Thatcherism was geboren.

Haar kruistocht tegen de bonden culmineerde in 1984-1985 in een bijna legendarische oorlog met stakende mijnwerkers, onder leiding van Arthur Scargill. Na 25 jaar is het mogelijk om de nuances te zien, maar destijds was het een gevecht tussen goed en kwaad, voor beide zijden. De beelden spreken nog steeds tot de verbeelding: kompels in bloedig gevecht met de politie, woedende stakers die stakingsbrekers belagen, de charismatische Scargill die als een nieuwe Lenin op de barricaden stond, met niet minder dan de val van de gehate Thatcher-regering voor ogen.

Daartegenover de IJzeren Dame die onvermurwbaar vasthield aan haar besluit en zonder mededogen de mobiele eenheid inzette in Wales, Yorkshire, Nottinghamshire. Het leek ouderwetse klassenstrijd, waarbij de noodlijdende stakers veel sympathie wonnen bij het publiek. Dat er ook onder de vakbondsleden grote verdeeldheid was over het nut van de stakingen, werd in het strijdgewoel vergeten. Thatcher won, en noch de bonden noch de mijnen zouden over deze slag heenkomen.

Haar houding tegenover Scargill, 'de vijand van binnenuit', was tekenend. Anders dan de meeste politici, die met dialoog en consensus hun doel proberen te bereiken, had zij vijanden nodig. Het wereldbeeld volgens Margaret Thatcher was overzichtelijk: goed en kwaad, vrijheid en tirannie, wij tegen zij.

Dat gold voor de Argentijnse generaal Leopoldo Galtieri, die het in 1982 gewaagd had haar Falkland Eilanden te bezetten. Het gold voor de Noord-Ierse paramilitaire beweging Ira, verantwoordelijk voor een aanslag tijdens een partijconferentie in Brighton en voor de dood van vrienden en collega's. Het gold voor de Europese Gemeenschap. De BBC, die het waagde kritische vragen te stellen tijdens interviews en miljoenen kijkers amuseerde met persiflages op haar kabinet in 'Spitting Image', was geen vriend, dus vijand. Zo ook de ultieme anti-Thatcheriet Ken Livingstone, burgemeester van Londen voor Labour. En voor hen was Margaret Thatcher op haar beurt de perfecte vijand.

Ze had ook vrienden. Eén daarvan was de Amerikaanse president Ronald Reagan (1981-1989). Haar voorkeur ging uit naar de Verenigde Staten als 'natuurlijke' bondgenoot van de Britten. Reagan en zij spraken dezelfde koude-oorlogstaal, en tot razernij van de anti-kernwapenbeweging stond zij zijn kernwapens toe op haar bodem. Toch was het Thatcher die zich openstelde voor de glasnost van Sovjet-leider Michail Gorbatsjov, en hem 'aanbeval' bij Reagan. Over haar invloed op de ontspanning tussen Oost en West verschillen de meningen, maar zelf ging ze er prat op.

Haar vriendschap met de Amerikanen leidde in 1984-'85 tot een conflict met defensieminister Michael Heseltine over de Amerikaanse helicopterfabrikant Westland. Hij trad af, en speelde later een cruciale rol in haar ondergang.

Klassenoorlog
Het vijanddenken legde Thatcher geen windeieren. De Falkland-oorlog van 1982 werd haar Churchill-moment: ze stuurde marineschepen op de Argentijnen af en na 74 dagen, 258 doden aan Britse kant en één Brits gezonken marineschip kon ze de overwinning afkondigen voor 'Brittannia'. Even was het wereldrijk weer terug, even toonde het dat er niet mee te spotten viel.

De peilingen schoten omhoog, al werd alom getwijfeld aan haar financieel-economische politiek. Het aantal werklozen was inmiddels gestegen tot bijna drie miljoen, faillissementen waren aan de orde van de dag. In Londen, Liverpool en Manchester braken rassenrellen uit. Maar Thatcher hield vast aan haar beleid, gedreven door een vaste overtuiging: haar Thatcherisme moest de middenklasse versterken. Die maakte het grootste deel van de bevolking uit, niet, zoals Labour altijd aannam, de arbeidersklasse. Ze voerde een klassenoorlog ten behoeve van 'haar eigen soort'.

Zoals een van haar biografen schrijft, bleef zij altijd 'boven de winkel' wonen - niet altijd als bewoonster van residentie Dowoning Street 10, maar ook in symbolische zin bleef zij de zuinige kleingrutter met een afkeer van oncontroleerbare verschijnselen als een creditcard of aandelenbeurs. In die geest stelde zij zich ook op tegenover de Europese Economische Gemeenschap, die volgens haar geld van de Britten opslokte. "We vragen geen geld aan de Europese gemeenschap of anderen. We vragen alleen ons geld terug." En daarmee won zij de harten van veel kleine middenstanders.

Handtas als handelsmerk
Haar favoriete eigenschappen waren hard werken en geloof in persoonlijke verantwoordelijkheid. Het streven naar een hogere levensstandaard was niet de bron van alle kwaad, maar van het goede, aldus Thatcher. Daarmee moedigde ze het beste in de mensen aan, meende ze. Onzin, meenden tegenstanders: kijk maar naar de nieuwe rijken, degenen die profiteerden van haar financieel beleid, met hun on-Thatcheriaanse, verkwistende levensstijl. En graag verwezen zij dan naar haar eigen zoon Mark, wapenhandelaar met een dikke beurs en duistere reputatie. (Kwade tongen beweren dat hij meeliftte op zijn moeders goede betrekkingen met de wapenbranche.)

Naast Thatcherism vond een nieuwe woord zijn weg in de Britse vocabulaire: handbagging, het (bij wijze van spreken) om de oren slaan van te kortschietende kabinetsleden. De handtas werd haar handelsmerk, zoals Churchills sigaar - als een Mary Poppins toverde zij er zo nodig hele rapporten uit te voorschijn, tot schrik van de bevoegde minister.

Thatchers stijl van leiderschap brak haar uiteindelijk op. Zij heerste over haar kabinet, accepteerde spaarzaam commentaar, en vertrouwde haar eigen team niet. De Thatchertaal vertelde het al. Had ze het eerst over staatszaken in de eerste persoon enkelvoud, alsof er niet een heel kabinet om haar heen zat ("mijn financiën, mijn kolenmijnen"), later werd het 'we', pluralis majestatis. "Wij zijn grootmoeder geworden" (1989). Of, in een interview: "Toen ik voor het eerst door die deur liep, had ik niet kunnen denken dat wij de langst dienende minister-president zouden worden."

Barones in het Hogerhuis
Het was nota bene een belastingmaatregel die haar de kop kostte. Ook haar aanhangers joeg zij de gordijnen in met de poll tax waarbij ieder individu hetzelfde bedrag moest betalen. Het werkte niet, het was oneerlijk, en haar eigen ministers wilden er vanaf. Een andere splijtzwam was de verhouding met Europa, waar een belangrijk deel van de Conservatieve Partij lang niet zo'n hekel aan had als zij. Het werd een drama in de beste Engelse traditie. Haar trouwste ministers traden af, toen zij bleef weigeren naar hen te luisteren en hen achter hun rug afviel. Heseltine zag zijn kans schoon en stelde zich kandidaat voor het leiderschap. Ze kon niet geloven dat haar einde naderde, en tijdens de stemming bevond ze zich in Parijs.

Uiteindelijk werd John Major haar opvolger. Vanuit de Lagerhuisbanken maakte afgevaardigde Thatcher hem het leven zuur, tot zij in 1992 als barones het Hogerhuis betrad. Haar geliefde Denis ontviel haar in 2003. Afgelopen jaren kreeg ze enkele kleine beroertes, en ze trad niet meer op in het openbaar.

Voor- en tegenstanders zijn het over één ding eens: Thatcher en haar -isme hebben diepe sporen nagelaten in de Britse samenleving. Sommigen zeggen dat de overwinning van New Labour in 1997 haar grootste overwinning is geweest. Ook Tony Blair mikte op de middengroepen, wilde meer ruimte voor ondernemerschap, en erkende de behoefte aan welvaart - alleen had hij meer oog voor degenen die deze welvaart niet op eigen kracht konden verwerven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden