Spil in de strijd tegen ebola

Wereldleiders beraden zich vandaag in het VN-hoofdkwartier in New York over de aanpak van de ebola-crisis. Zenuwcentrum van de bestrijding is het Center for Disease Control and Prevention in het Amerikaanse Atlanta.

We dachten eerst aan Lassakoorts", zegt Craig Manning, specialist in gezondheidscommunicatie in het hoofdkwartier van het Amerikaanse Center for Disease Control and Prevention (CDC) in Atlanta. Begin dit jaar kreeg het CDC een rapport onder ogen van iemand die verschijnselen vertoonde van deze door ratten overdraagbare ziekte in westelijk Afrika. Er ging een bloedmonster op transport naar het CDC waar het werd getest. Binnen vierentwintig uur volgde de uitslag. Manning slaat zijn ogen neer: "We waren zeer geshockeerd toen bleek dat het ebola was."

In het CDC-hoofdkwartier in Atlanta werd een speciaal noodteam op de uitbraak gezet. Een zenuwcentrum, dat doet denken aan een meldkamer, vertoont ook vandaag op grote beeldschermen de kaarten van westelijk Afrika (Guinee, Liberia, Sierra Leone), waarop met driehoekjes en rondjes hulpverleners en noodposten worden aangegeven.

Manning zit in een conferentieruimte met drie collega's. Het is zijn taak midden in de hectiek aan een selecte groep journalisten van over de hele wereld uit te leggen hoe de situatie ervoor staat en hoe het CDC probeert de epidemie te tackelen. Het aantal doden groeit immers dagelijks, de teller staat nu op ruim 2800 van de meer dan 5800 vermoedelijke ebola-infecties. Van de 337 geïnfecteerde hulpverleners zijn er inmiddels 181 overleden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat er begin november 20.000 geïnfecteerden zullen zijn als er niets in de aanpak verandert. Daarna kan het hard gaan: het CDC noemde deze week het huiveringwekkende aantal van 1,4 miljoen besmettingen in januari volgend jaar. Met daarbij wel de belangrijke kanttekening dat dit het allerzwartste scenario is, zonder enige verbetering in hulpverlening en gedrag van de bevolking.

Het gesprek met de experts vindt plaats twee dagen na het bezoek van de Amerikaanse president aan het CDC in Atlanta. Obama liet zich er voorlichten over de uitbraak in West-Afrika en de actie die het CDC op touw heeft gezet. Hij noemde dit in een afsluitende toespraak "de grootste internationale hulpactie in de geschiedenis van het CDC". Hij beloofde, op verzoek van de Liberiaanse regering, 3000 militaire eenheden naar het gebied te sturen. "De wereld kijkt bij deze uitbraak naar ons en dat is een verantwoordelijkheid die we omarmen." De Verenigde Staten zullen met deze troepen logistieke ondersteuning en mankracht bieden om extra ziekenboegen te bouwen. Er komt een luchtbrug, zodat goederen snel ingevlogen kunnen worden en er zullen meer hulpverleners worden getraind.

Het CDC draait - zo blijkt tijdens de persbijeenkomst - overuren om de uitbraak te beteugelen. De experts worden voortdurend weggeroepen om bij verschillende vergaderingen aan te zitten. Hun telefoons rinkelen, waarna ze zich moeten excuseren.

Marine-titels

Kapitein dr. Jordan Tappero (het CDC gebruikt voor sommige medewerkers marine-titels omdat ze deel uitmaken van een speciale overheidseenheid) heeft vijftien minuten om tussen de bedrijven door zijn verhaal te doen. Hij is net terug uit Liberia. "Het aantal mensen dat daar hulp nodig heeft is overweldigend", zegt hij. Om de uitbraak van ebola tegen te gaan, moeten mensen die geïnfecteerd zijn geïsoleerd worden. "In de eerste plaats om ervoor te zorgen dat ze niet overlijden, maar ook om te voorkomen dat ze de ziekte in hun directe omgeving verspreiden."

Ebola verspreidt zich via lichaamsvloeistoffen als braaksel, slijm, bloed en tranen. Als iemand anders dat in zijn oog, mond of in een wondje krijgt, kan de ziekte worden overgebracht. Drinken uit dezelfde beker brengt dat risico bijvoorbeeld al met zich mee. Binnen twee tot 21 dagen kunnen symptomen als koorts, overgeven, diarree en bloedingen optreden. De partners van het CDC zijn onder meer de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), Artsen Zonder Grenzen en het Rode Kruis. Zij zijn het die patiënten naar behandelcentra brengen. Het CDC kijkt vervolgens met wie deze mensen in aanraking zijn gekomen. Deze worden dagelijks bezocht door lokaal opgeleide vrijwilligers om te zien of ze symptomen ontwikkelen. Zodra dat gebeurt, moeten ze ook in isolatie worden geplaatst.

Tappero legt uit dat de behandeling van ebola relatief eenvoudig is: vocht dat verloren gaat met diarree en overgeven moet worden aangevuld, liefst intraveneus. Bloedtransfusies kunnen het bloed aanvullen. Daarmee wordt het lichaam van een ebolapatient weerbaar gemaakt en kan het zelf het virus verslaan. Als mensen bovendien geen contact met anderen hebben, kan het virus zich niet verspreiden. "Maar", zegt Tappero. "Die behandeling is niet ter plaatse te geven. Als het al lukt om mensen water en eten te geven, gebeurt dat vaak niet intraveneus. We hebben te weinig behandelcentra. In Monrovia, Libera, zijn zo'n 280 bedden beschikbaar, terwijl we er naar schatting duizend nodig hebben. De beste oplossing is altijd weer: geef hulpverleners plekken om goede zorg te verlenen."

Dr. Leisha Nolan is in Sierra Leone geweest en daar spelen dezelfde problemen. Er zijn drie isolatieplekken met 160 bedden ingericht. "Die zijn nu allemaal vol", zegt Nolan. "Ze zijn wel extra plekken aan het inrichten, maar dat kost tijd. Nieuwe patiënten blijven dus thuis, met alle risico's van dien."

Nolan ziet ook een groot obstakel in de culturele verschillen. "Mensen geloven niet dat ze geïnfecteerd zijn. Ze denken dat het een vloek is en blijven daardoor weg van de juiste hulp en van isolatie." Het CDC maakt gebruik van teams die overleden ebolapatiënten weghalen. Nolan: "Het virus is het besmettelijkst in een lijk. We sturen hulpverleners in isolatiekleding om het lichaam in plastic te verpakken en te begraven. Maar volgens de lokale traditie moet een overledene gewassen worden, een essentieel overgangsritueel naar het dodenrijk. Nu moeten ze toekijken hoe mensen, die er eng uitzien in hun witte pakken, hun geliefde meenemen en in plastic verpakken. Dat staat niet iedereen toe." Afgelopen weekend meldde persbureau Reuters dat een team grafdelvers was aangevallen door jongeren.

Vermoord

Hoeveel moeite sommigen hebben met de hulpverleners die hun proberen te vertellen wat ebola is en hoe ermee om te gaan, werd duidelijk in Guinee. Twee dagen na het bezoek van Obama aan Atlanta maakte de BBC bekend dat een team van acht mensen - onder wie hulpverleners, journalisten en politici - dat in Guinee probeerde informatie over ebola te verspreiden, was vermoord.

Dr. Nolan licht de andere problemen toe. "Mensen die mogelijk in contact zijn gekomen met een ebolapatiënt zijn bang", zegt ze. "Ze vluchten weg. Onze medewerkers kunnen hen niet vinden en weten dus ook niet of ze symptomen zijn gaan vertonen. Mochten ze ziek zijn geworden, dan kunnen ze anderen om hen heen besmetten."

Er is ook te weinig personeel. En het personeel dat er is, heeft niet genoeg materiaal om zichzelf te beschermen. In Sierra Leone zijn dokters en verpleegkundigen weggebleven omdat ze geen schorten en handschoenen tot hun beschikking hadden en zelf niet besmet wilden raken. Nolan: "Wat zou je zelf doen? Ik kan me wel voorstellen dat je je niet onbeschermd aan ebola wilt blootstellen."

Ook de infrastructuur en het aantal beschikbare ambulances zijn een groot probleem. "Een land als Sierra Leone is redelijk groot met slechte wegen en moeilijk bereikbare gebieden", zegt Nolan. "Met maar drie behandelcentra doen ambulances, als die al in een bepaald gebied kunnen komen, er soms acht uur over om een patiënt op te halen en af te leveren. Dat vertraagt de hulpverlening aanzienlijk en verhoogt het risico op verspreiding."

Het klinkt als een hopeloze situatie, genoeg om bij de pakken neer te zitten. Kapitein Tappero wil niet te veel speculeren over de toekomst. Hij ziet wel een kans om de uitbraak te bestrijden. "We verspreiden nu hygiëne-pakketten en lichten mensen voor over hoe ze die moeten gebruiken. Daarbij zijn er, bij gebrek aan goede behandelcentra, gemeenschapsposten opgericht waar mensen worden voorgelicht en zo nodig worden behandeld. Als het ons lukt om zeventig procent van de mensen die zijn geïnfecteerd de juiste behandeling te bieden, denken we dat we het tempo van de verspreiding kunnen doen kantelen."

Tappero denkt dat vanaf dat moment de opwaartse spiraal doorbroken kan worden en een daling kan worden ingezet. "Op welk percentage we nu zitten? Ik kan het je niet zeggen en durf het zelfs niet te schatten. We hebben nog altijd geen compleet beeld van hoeveel mensen er nu besmet zijn. Gelukkig heeft Obama hulp toegezegd, zodat we sneller kunnen handelen. Iedere dag is er een."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden