Spiegelpaleis Amerika

Zwagerman leidt de lezer door het Amerika van de verbeelding. Sullivan vertelt over de weerbarstiger werkelijkheid.

Behalve ontdekker van Multatuli was P. J. Veth ook een van de grootste Nederlands-Indië-kenners van de negentiende eeuw. Opmerkelijk, want hij zag de kolonie nooit met eigen ogen. Een tocht naar de Oost was nog een gigantische onderneming. Veth bleef een kamergeleerde.

Joost Zwagermans voorliefde voor Amerikaanse cultuur dreef hem wel naar de Verenigde Staten. Als kind van zijn tijd kon hij veel eenvoudiger over de wereld reizen. Maar de schrijver ging net zo gemakkelijk weer terug naar Nederland. Zijn gedroomde land haalde het niet bij de realiteit. De mythische Amerikaanse avonturier, een outlaw, kon hij niet worden.

Zwagerman moet hebben geconcludeerd dat hij als kamergeleerde in de polder, een land van onbegrensde mogelijkheden voor zichzelf kon creëren. Daarbij kon hij zich blijven laten prikkelen door de grote Amerikanen om voorbij de horizon te kijken, en schrijvend dichter bij zijn helden komen dan in werkelijkheid ooit mogelijk zou zijn.

Amerikaanse cultuur bood en biedt Zwagerman inspirerende ontsnappingskunstenaars. Bij gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag zijn een groot deel van zijn Amerikastukken gebundeld in twee kloeke boeken (samen goed voor meer dan twaalfhonderd pagina's): 'Americana'. Ze bieden een verre van compleet beeld van de Amerikaanse cultuur.

Zwagermans wereld is vooral die van de oostkust, meer van de liberals dan van de rednecks en de zwarten. Kijk bijvoorbeeld naar wat hij te melden heeft over muziek. Verwacht van hem geen uitgebreide beschouwingen over het genre dat Americana heet en dat in veel gevallen het plattelandsgevoel in de VS verklankt. Bij Zwagerman nauwelijks blues, soul of jazz, toch sjablonen voor de pop en behorend tot de belangrijkste Amerikaanse cultuuruitingen van de afgelopen eeuw. Michael Jackson ('angstkunstenaar') en Prince (de artiest die zich op een wonderlijke manier onttrok aan grenzen tussen de geslachten, tussen rassen en tussen geloof en goddeloosheid) - veel zwarter wordt het niet in 'Americana'.

Maar Zwagerman pretendeert ook geen volledigheid. Hij concentreert zich op de kunstenaars die hem in de loop van de decennia fascineerden, toen hij nog een onbeduidend jongetje in Alkmaar was, maar ook in de jaren dat hij zelf al een schrijver van naam was. Andy Warhol krijgt bijvoorbeeld een eigen essayreservaat toebedeeld met de titel 'Warholia'. Een groot deel van de canon van de twintigste-eeuwse Amerikaanse literatuur wordt belicht.

Als meester over de stof kan Zwagerman de lezer op een aangename wijze door de Amerikaanse cultuur loodsen. Als gids verandert hij zelden je kijk op kunstenaars. Hij zorgt wel voor verdieping en knoopt losse eindjes aan elkaar. En misschien het fundamenteelst: Zwagermans eigen enthousiasme werkt buitengewoon aanstekelijk. Neem het uitgebreide, fenomenale portret van Norman Mailer.

'Americana' zet aan tot opnieuw kijken en luisteren naar het werk van kunstenaars van naam. De boeken maken bovendien nog maar eens duidelijk hoe ver de Amerikaanse cultuur ook in Nederland is doorgedrongen. Iedereen van na de oorlog moet iets herkennen van het escapisme van Zwagerman. Als het niet grote kunst was die ons van Amerika liet dromen dan waren het wel tv-series, kauwgum of auto's.

Minder standaard essayistisch en wat meer in de lijn van de ook door Zwagerman beschreven school van New Journalism, is de aanpak van John Jeremiah Sullivan, als journalist werkzaam voor onder meer The New York Times Magazine. In 'Pulphead. Berichten uit het andere Amerika' begeeft hij zich, zoals de ondertitel van zijn bundel belooft, ver van de weldenkende kringen aan de oostkust, en schrijft ook over cultuur waar de politiek-correcte goegemeente van de mannen met de hoornen brillen haar neus voor ophaalt.

Sullivan, vrijwel altijd zelf prominent aanwezig in de verhalen, durft bijvoorbeeld zijn fascinatie voor de vaak als behoorlijk fout weggezette popgroep Guns N' Roses en de überfoute frontman Axl Rose met zijn lezers te delen. "Het was de laatste rockband die niet het gevoel had dat het eigenlijk gênant is om een rockband te zijn", schrijft hij. "Soms waren ze ook potsierlijk, lomp en stompzinnig, misschien zelfs vaker wel dan niet. Beter gezegd: bijna altijd. Maar wanneer je ze zag wist je altijd dat je iets zag."

Sullivan, ruim tien jaar jonger dan Zwagerman, kiest zelden voor het gemakkelijk wegzetten. Hij probeert zich werkelijk te verplaatsen in het denken van de Amerikanen die zo panisch zijn voor overheidsbemoeienis dat ze het zorgstelsel van de president, Obamacare, als een gruwel beschouwen. Hij gaat op in de honderdduizend toeschouwers van een christelijk rockfestival om ze daarna op genuanceerde wijze te portretteren.

Pulphead beschrijft het treurige nachleben van sterren van reality-tv. Vanuit die waarnemingen werkt hij toe naar een analyse over ontstaan en ontwikkeling van het genre: van het al gescripte 'The Real World' (MTV, vanaf 1992) naar programma's die de pretentie van het tonen van de werkelijkheid allang voorbij zijn.

De realityshows van nu bieden geen kijkje op het dagelijks leven van doorsnee-Amerikanen. Nee, ze tonen doorsnee-Amerikanen die meedoen aan een realityshow. Na twee decennia moet het om de kijker te blijven boeien ook extremer. De casting komt al automatisch uit bij minder alledaagse types. 'Gewone' mensen lenen zich minder voor een optreden, wetende dat het leven na de serie zelden over rozen gaat.

Sullivan laat behalve het andere Amerika ook het andere Amerikaanse escapisme zien: entertainment binnen keurig vastgestelde kaders. Het gros van de mensen ontspant een stuk makkelijker als ze precies weten wat ze krijgen, als er niks bij hen wordt losgewoeld.

En toch: ook daar is niets wat het lijkt. De twee werelden zijn onmogelijk los van elkaar te zien. De Amerikaanse cultuur is een spiegelpaleis waar hoog en laag voortdurend op elkaar reflecteren. Warhol werd er groot mee. Net als Zwagerman vroeger met zijn verhalende proza deed, houden Amerikaanse literatoren de vinger aan de pols van de tijd. Die melting pot van alledaags en verheven verklaart mede de wereldwijde fascinatie.

Joost Zwagerman: Americana. Omzwervingen in de Amerikaanse cultuur. De Arbeiderspers, Amsterdam; 1212 blz. euro 49,95

John Jeremiah Sullivan: Pulphead. Berichten uit het andere Amerika. Vertaald door Joris Vermeulen

De Bezige Bij, Amsterdam; 384 blz. euron 29,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden