Speurtocht naar banden met BVD blijft voor de CPN 'putjesschepperij' 'Het gevaar kwam van binnenuit' 'Moeder leefde voor, niet van de partij'

Het zou een film worden over de relatie tussen twee gesloten systemen, de BVD en de CPN. Maar toen Anita van Ommeren, die hem maakte, halverwege in de archieven dook van haar net overleden moeder, het voormalige CPN-Kamerlid Annie Averink, werd het vooral een documentaire over deze voormalige rechterhand van Paul de Groot. Waarbij, door de inzage in het BVD-dossier over Averink, de vragen tot en met de aftiteling van de film zijn gebleven. 'Kameraden', donderdag 25 november 20.59 tot 22.29 uur, Nederland 1.

Volgende week zendt de Ikon de anderhalf uur durende documentaire 'Kameraden' uit. De film werd gemaakt door Pauline Senn en Anita van Ommeren en is vooral gewijd aan het leven van de moeder van Van Ommeren: oud-CPN-activiste en Kamerlid Annie Averink (1913-1991).

Vooral. Want wie de film bekijkt, ziet dat 'Kameraden' niet zomaar een biografisch portret wil zijn.

Meer dan een portret van een vrouw die jarenlang deel uitmaakte van de top van de partij (eerst als hoofdbestuurder en rechterhand van Paul de Groot, later van 1957 tot 1967 als Kamerlid), is de film ook een relaas over de aftakeling van een geloof en een systeem waaraan veel mensen ooit hun hart verpand hadden en waarvan, na de dood van Stalin in 1953 en de hervormingsrede van Chroetsjov in 1956, steeds minder overbleef.

De teleurstelling over het demasque van een ideaal gold niet alleen mensen, zoals de historicus Ger Harmsen ('Ik had te veel eigen gedachten') of de oud-voorzitter van de Nederlandse Vrouwen Beweging Rie Lips, die in de tweede helft van de jaren vijftig samen met onder anderen Henk Gortzak en de onlangs overleden Gerben Wagenaar uit de partij werden gewerkt; nee, ze gold ook Annie Averink zelf, zo blijkt uit het hierboven gebruikte citaat van Van Ommeren aan het einde van de film. En dat is opmerkelijk. Want als er iemand zich helemaal aan de partij wijdde en als er iemand als 'hard' bekend stond, dan was zij het wel. Om een idee te geven: toen Ger Harmsen overwoog zijn lidmaatschap op te zeggen, legde zijn vrouw het geval aan Annie (als enige vrouw in de partijtop was zij de aangewezen vertrouwensfiguur) voor, waarop deze zei: “Nou, Ger is echt niet zo'n goeie communist als jij denkt hoor. Wat dat betreft zien wij jullie liever uit elkaar gaan en ach, je bent ook nog maar dertig... ”

Maar goed, de CPN raakte in een crisis en wat overbleef was een sfeer van toenemend wantrouwen tussen partijgenoten (die later dan vaak weer onvermijdelijk verdeeld werden in partijgenoten en oud-partijgenoten) onderling. En ook daar gaat 'Kameraden' over. Tekenend in dit verband is het feit dat belangrijke kopstukken van de CPN als Marcus Bakker en de gebroeders Jaap en Joop Wolff begin dit jaar, toen zij elkaar bij de herdenking van de februaristaking ontmoetten, besloten hun medewerking aan de film op te zeggen. In een brief aan de makers schreef Bakker dat hij na de dingen die hij daar gehoord had, geen lust meer had om mee te werken. Net als zijn oude vrienden kon hij zijn tijd wel beter gebruiken.

Wat gebeurde er allemaal tijdens de voorbereidingen van 'Kameraden' en hoe kwam het dat de film zo werd als-ie uiteindelijk werd?

Anita van Ommeren: “Het idee voor een film over de CPN ontstond vlak nadat mijn vader, Eep van Ommeren, eind 1990 overleed. En net toen kwam het nieuws dat er in Zaandam een communistische speeltuinbestuurder gescreend was door de BVD. Wij dachten meteen aan Eep. Waar mijn moeder dat logisch vond ('de BVD was een vanzelfsprekend gevolg van je politieke keuze, die activiteiten hoorden er gewoon bij') was Eep altijd geraakt door het feit dat hij na de oorlog, toen hij in Haarlem bij De Waarheid werkte, steeds door dezelfde agenten in de gaten gehouden werd. Door mannen die - dat zul je dan altijd zien - in de oorlog gewoon door hadden gewerkt.”

“Juist ook omdat de BVD liet weten voortaan meer openheid te willen geven over bepaalde zaken, zeiden Pauline en ik tegen elkaar: laten we eens kijken wat voor dossier er van Eep is. En mijn moeder moedigde het aan. Ze wees ons daarbij ook nog op het bestaan van twee CPN-mapjes over de BVD die we ook maar eens in moesten zien.”

Pauline Senn: “Toen kwamen we op het idee een film te maken over de relatie tussen de CPN en de BVD.”

“Was de toegankelijkheid bij de BVD (tot er gefilmd moest worden tenminste!) relatief groot, bij de CPN merkten we dat het met de openheid die inmiddels ook in die partij met de mond zo hard beleden werd in de praktijk nogal tegenviel: we kregen geen inzage in de mappen. In een van de voorgesprekken met Joop Wolff (het oud-Tweede Kamerlid, red.) hoorden we na het overlijden van Annie begin '91 dat zij het nog zo leuk gevonden had en toonde hij net als Marcus Bakker zijn interesse. Maar later, toen we meer wilden weten en meer gerichte vragen gingen stellen, toen trokken zij en ook andere promminente CPN'ers uit de tijd van Annie Averink zich terug.”

Van Ommeren: “Dat vonden we jammer, want we wilden helemaal niemand aan de schandpaal nagelen, wij waren alleen benieuwd naar motieven. Wat bewoog ze om zich zo in te zetten voor hun ideaal en hoe kwam het dat ze mensen met wie ze altijd goed waren geweest opeens niet meer wilden aankijken en groeten. Hoe lagen de verhoudingen binnen de CPN? Dat soort dingen.”

Met het overlijden van Annie Averink op 1 februari '91 kreeg het onderzoek een nieuwe wending. Van Ommeren: “Bij het opruimen vonden we thuis een grote hoeveelheid archiefmateriaal dat zo rijk was, dat we besloten het leven van Annie verder als leidraad voor de film te nemen.”

Toen de makers van 'Kameraden' wat langer in het BVDdossier van Annie keken, vonden ze een aantal verslagen over haar doen en laten in binnen- en buitenland, waaruit bleek dat onder de informanten ook CPN'ers moesten zijn. Uitgebreid werd verhaald hoe Annie in 1949 aan de CPN verslag deed van de economische en industriele ontwikkeling in China. Ook waren er aantekeningen over haar man 'die met geen kanon naar een CPN-vergadering te krijgen was'.

Hoe mooi de vondst historisch gezien misschien ook was, voor Van Ommeren was het vooral een schok: “Ik schrok me kapot. Het is moeilijk uit te leggen wat voor gewaarwording het is wanneer je plotseling de eigenaardigheden van je moeder op een liefdeloze manier neergeschreven ziet in een 'dossier van de vijand'. Tot dan toe zag ik 'het gevaar' alleen van buiten komen. Maar toen opeens besefte ik dat het van binnenuit kwam. Want mij was meteen duidelijk dat de rapporteurs die ik tegenkwam intimi van mijn moeder geweest moeten zijn. Annie vertelde nooit wat, was heel gesloten. Ze was bepaald niet iemand die de slager vertelde over China. Dus moest de informant iemand zijn met wie we thuis zeer nauw verbonden waren. . . ”

Senn: “Vanaf dat moment ervoeren we hoe het is om tegen twee gesloten systemen (BVD en CPN, red.) aan te beuken.”

Van Ommeren: “De vraag die rees en die we ook aan mensen als Jaap en Joop Wolff, Marcus Bakker of Harry Verhey (oud-secretaris van de CPN, red.) stelden, was: wisten jullie van elkaar wie er voor de BVD werkten? Maar daar kregen we geen antwoord op. Ik herinner me dat Jaap Wolff, hij had nog zo lief gesproken bij de crematie van mijn moeder, tijdens een van de voorgesprekken vertelde dat Annie en hij ooit zo'n zaak van een verklikker in de doofpot hadden gestopt. Waarop wij zeiden: 'Nou, zeg dan in de film wie het was'. Maar dat deed-ie niet. 'Ik ben d'r gek', zei hij. 'Ik wil geen ruzie met die mensen.' En vervolgens zweeg hij, net als de anderen.”

Senn: “Bakker noemde het 'putjesschepperij' wat wij deden. Vooral toen we meer wilden weten over de verstandhouding tussen Annie en Paul de Groot. Alles wat te maken had met persoonlijke dingen, wimpelde hij af als onbelangrijk, want dat was geen politiek en dus per definitie oninteressant. Ach, er wordt zo achteloos overheen gewalst, over al die vragen. Ger Verrips is nu op onderzoek uitgegaan met het oog op de geschiedenis van de CPN. Maar of hij iets vindt is nog maar de vraag. Zijn enige voordeel is dat hij, nadat de Volkskrant in '91 een artikel publiceerde over de 'mollen' (BVD-verklikkers) van de CPN, een brief heeft gestuurd waarin hij het opnam voor Joop Wolff. Nou, toen mocht-ie wel komen.”

Waarom heeft u de namen en documenten die u in de verschillende dossiers ontdekt heeft niet gewoon naar buiten gebracht? In de film wordt iets gesuggereerd over Eep die in '75 dreigde een door de CPN verzameld dossier over Harry Verhey in de openbaarheid te brengen en over de vermeende betrokkenheid van Joop Wolff en Joop Morrien bij communistische wapenleveranties aan Soekarno na de oorlog, maar voor de kijker blijft het allemaal raden. . .

Van Ommeren: “We kunnen dat niet. Omdat we bij de BVD een verklaring moesten tekenen dat we geen derden in opspraak zouden brengen.”

De film is erg persoonlijk en bepaald niet vleiend voor de omgeving waarin u bent grootgebracht. Voelt u zich slachtoffer van uw milieu?

Van Ommeren: “Nee. Ik heb ook niet het idee dat ik streng ben opgevoed of geindoctrineerd. Ook niet toen ik in 1956 op mijn achtste een inzameling hield voor de door anti-communisten belaagde vrienden van De Waarheid. Dat deed ik uit mezelf. Maar je pikt als kind natuurlijk wel het gedrag van je ouders op en gedraagt je daar naar.”

Na een korte stilte: “Wel had ik het leuker gevonden als mijn moeder een vooraanstaand liberaal was geweest. Ik vind het jammer dat ze zolang bij zo'n afgrijselijke beweging is geweest en dat ze daar persoonlijk ook zo hard voor betaald heeft. Ze moest haar Kamerlidmaatschap in '67 opzeggen, omdat ze doodziek werd. Zo ziek dat ze niet meer over de partij kon praten. Pas aan het eind van haar leven, toen in '79 haar eerste kleinkind werd geboren, kwam ze er weer bovenop. Tot '90, toen kreeg ze die maagbloeding.”

Heeft u in die laatste periode nog over haar politieke verleden kunnen spreken?

Van Ommeren: “Ja, vaak. Maar het eindigde er altijd mee dat ze zei: 'Jij wil altijd maar dat ik spijt heb'. En dan zei ik: 'Mama, dat is niet wat ik bedoel'. Want hoe ik het communisme ook verafschuw, ik weet wat mijn moeder was. Zij leefde ervoor, niet ervan, zoals Ina Brouwer bijvoorbeeld.”

Senn: “Anita wilde weten: wat deed mijn moeder als ze niet bij mij was. Waar was ze en wat bewoog haar? Oke, de liefde was bij de partij, maar daar wil je dan ook alles over weten. . . Maar nu blijkt: je komt het niet te weten. . . ”

Van Ommeren: “Nu niet. Nooit meer, denk ik.” En dan, fel: “Ze praten alleen maar als ze mogen vertellen hoe goed ze geweest zijn in de oorlog.”

Senn: “Daarom is het in zekere zin een verwarrende film. Omdat hij steeds aanzet tot iets waar dan geen antwoord op komt. Of het nu gaat om de bemoeienissen in Indonesie in 1948 of om de beweegredenen van intimi van Annie om informatie door te spelen aan de BVD; het blijven open vragen. Al zegt dat misschien ook wel het meeste. . . ”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden