Spelen in Wallis

Zwitserland lijkt saai. Er wonen alleen maar keurig nette mensen, die stoppen voor een zebrapad. Ze eten gesmolten kaas en houden van hun bankgeheim. Allemaal waar. Maar oh wat is het een heerlijk vakantieland. Een land om te spelen.

Onderweg valt het al snel op. Rugzakjes, makkelijke jacks, stoere truien, verstelbare stokken, sportieve schoenen: alsof half Zwitserland aan de wandel is. Of rent. Of fietst. Of klimt. Of skiet. Nee, skiën doen vrijwel alle Zwitsers, al van kind af aan. In de winter - en die begint reeds in oktober en duurt zeker tot april - glijdt het ganse volk met regelmaat van de vele berghellingen omlaag. Maar ook als alleen de hoogste pieken met sneeuw bedekt zijn, en de rest van de bergen groen en mals, ratelen de liften af en aan, pendelen de treinen van Hauptbahnhof naar dorpstation en rijdt de postwagen alle slingerwegen af, met achterop een rek vol fietsen.

Geen ander land kent zo veel goed gemarkeerde paden. De gele bordjes storen zich prettig genoeg niet aan de strakke kantonindeling waardoor Zwitserland eigenlijk meer heeft van een statenbond dan de grote Duitse bovenbuur, en ook het spoor- en busnet overspant het hele land. Het personeel aan boord springt net zo gemakkelijk van de ene taal op de andere over als het landschap dat na elk tunneltje weer een nieuwe gedaante krijgt. En overal kun je lopen, klimmen, mountainbiken, golfen, raften, abseilen.

Neem Val d'Anniviers, een vallei in het kanton Wallis die haaks staat op de Rhône, niet ver van de plaats waar die rivier ontspringt. Vanaf de vlakte langs het water, bij industriestad Sierre en wijndorp Salgesch, voert een haarspeldbochtenweg (dertien stuks) fluks omhoog naar de skidorpen Saint Luc, Grimentz en Zinal, en het hooggelegen stuwmeer van Moiry, dat wordt gevoed door de gelijknamige gletsjer. Een prachtig gebied, met een grote landschappelijke verscheidenheid, maar bovenal een heerlijk speelparadijs.

De bus omhoog naar Vissoie, de middeleeuwse hoofdplaats van het Val d'Anniviers op 1204 meter hoogte, gaat maar een paar keer per dag, dus een auto is welkom. Dat scheelt meteen een klim naar het 450 meter hoger gelegen Saint Luc, een bij Nederlanders populair skidorp dat bestaat uit een verzameling charmante houten huizen, die gelukkig een beetje zijn afgeschermd van de nadien gebouwde reeks grote hotels. In het dorp zelf ligt het historische hotel Bella Tola. In Saint Luc liggen Alpenhellingen tot vierduizend meter onder handbereik. De dichtstbijzijnde skipiste van Tignousa is per kabelspoortrein bereikbaar, maar lopen kan ook.

Een stevige klim, ondermeer langs een spectaculaire schans voor mountainbikers, voert naar het Observatoire Francois-Xavier Bagnoud op 2180 meter hoogte. Deze sterrenwacht, die naast het bergstation van Tignousa is gebouwd, draait op vrijwilligers (net als in Nederland), die het leuk vinden om bezoekers vanuit de geopende koepel met een doorsnee van vijf meter te laten meekijken in het sterrenstelsel. Dat gaat ze vrij aardig af, dankzij de heldere lucht en een zestig centimeter telescoop die in staat is licht te zien dat er miljarden jaren overdoet om ons te bereiken.

Vanaf het observatorium loopt een wandelpad naar een van de eerste hotels die hoog op een berghelling zijn gebouwd, Hotel Weisshorn, vernoemd naar de vierduizend meter hoge top die het uitzicht domineert. Het historische hotel op 2337 meter dateert van 1892 en is voor gasten alleen te voet bereikbaar. Het gebouw is een en al krakend hout, maar voorzien van balkons en een grote serre/eetzaal met een fantastisch uitzicht over vijf majestueuze bergtoppen: Weisshorn, Zinalrothorn, Obergabelhorn en Dent Blanche (samen de Grande Couronne, de Grote Kroon) en in de verte de Matterhorn! Hier zitten ervaren bergbeklimmers tussen gewone wandelaars, allemaal innig tevreden over deze combinatie van eenvoud en schoonheid. Het pad erheen heet de Planetenweg, omdat symbolen onderweg de planeten in ons zonnestelsel verbeelden. Elke meter tussen de symbolen onderling staat voor een miljoen kilometer in het heelal. De zon, bij het observatorium, is het beginpunt.

Onderweg komen we een ander opmerkelijk verschijnsel tegen: zwarte koeien die met de koppen tegen elkaar de strijd aangaan om het leiderschap van de kudde. De koeien - van het ras Hérens - worden gehouden om hun melk, vertelt Martin Hannart, manager van Sierre-Anniviers Tourisme. Maar niet alleen daarom. Het bezitten van een koe tekent ook je verbondenheid met het gebied. De koeien grazen in kuddes op de groene berghellingen, vergezeld van een of twee herders. Maar ze zijn niet allemaal van dezelfde eigenaar. Echte boeren redden het niet meer op dit bergachtige terrein. Voor de tweeduizend inwoners van de vijf dorpen in het Val d'Anniviers is het een eer om een koe te laten grazen en zo de natuur te onderhouden. Hannart (32) hoopt binnenkort zijn eerste eigen koe te kunnen kopen. ¿Mijn kinderen kunnen zo het best leren hoe het leven in deze streek al eeuwen zijn gang gaat.¿ Een koe kost drieduizend euro, een stalplaats ook, maar dan ongeacht het aantal koeien.

De vechtende koeien van Wallis zijn een traditie die het kanton deelt met het Italiaanse Val d'Aosta, net over de grens. Er worden heuse wedstrijden georganiseerd (de combats des reines) om te kijken wie de sterkste koe bezit, die voor een jaar de koningin van het dal mag heten. Maar met een wedstrijd in een soort arena zijn de koeien niet tevreden. Het hele jaar door gaan de harde koppen tegen elkaar en strijden de dames onderling om de macht. Wie zich afkeert, geeft zich over, de sterkste bepaalt op welk stuk Alpenwei de kudde graast.

Wandelaars kunnen op de hellingen soms zomaar in zo'n vechtpartij verzeild raken. Is niet erg - gevaarlijk zijn de dames niet - al zien ze er soms wel dreigend uit. In het hooggelegen dal, dat zich uiteindelijk splitst in het Val de Moiry en het Zinaldal, zijn diverse routes uitgezet, keurig aangegeven met de gele wandelbordjes. Routes langs uitzichtpunten als het dorp Chandolin, van waaruit in de diepte Illgraben, de kale resten van een door erosie ingestorte berg, is te zien, of het hooggelegen stuwmeer van Moiry, met zijn imponerende stuwwand tussen twee bergketens op een hoogte van 2250 meter.

Beneden aan de Rhône, op de taalgrens tussen Frans en Duits, ligt een van die bijna geheime Zwitserse wijngebieden; de saaie Zwitsers blijken ware levensgenieters. Ze exporteren niet veel, ze drinken het kostelijke vocht liever zelf. Wandelen tussen de wijnranken is een feest, zeker als de zon schijnt - en dat doet ie hier het vaakst van heel Zwitserland. Geen wonder dat de druiven het hier zo goed doen, Wallis (of Valais, op z'n Frans) doet niet onder voor de buurlanden Frankrijk en Italië.

Ideaal is de zes kilometer lange Rebweg, de weg door de wijngaarden tussen Salgesch en Sierre. De route gaat boven de boerderijen langs en geeft onderweg op liefst tachtig informatieborden uitleg over de Zwitserse wijnbouw, met halverwege een heuse proeftuin waarin meer dan honderd soorten ranken groeien. De meeste boeren verkopen aan huis, dus proeven kan al onderweg, maar om zware benen te voorkomen is het waarschijnlijk beter te wachten tot na aankomst in het wijnmuseum Château de Ville in Sierre waar alle wijnen die in Zwitserland worden gemaakt op voorraad liggen. Het stadskasteel serveert er raclette bij: smeltkaas van tientallen lokale boerenbedrijven - moeilijk kiezen.

De laagvlakte langs de rivier leent zich ook goed voor een fietstocht. In het regionale natuurpark Pfyn-Finges zijn aantrekkelijke routes uitgezet en in de aanliggende gemeenten zijn voor een prikkie fietsen te huur. Het traject loopt van Brig tot aan Port Valais en de fietsverhuur is aangeduid onder de plaatsnaam met een toevoeging in het Duits of Frans: Leukrollt, Sierreroule! De fietsen staan, heel praktisch, bij de treinstations en kunnen op elk volgend station weer worden ingeleverd, waarna de fietser rozig na een dag buiten, gekleurd door de zon en de longen vol zuurstofrijke berglucht zich naar zijn standplaats terug laat rijden. En overal die jacks en rugzakjes. Op de perrons, in de bagagerekken, op straat, in het café, het restaurant. Het lijkt één grote reclamespot voor outdoorkleding en- activiteiten.

Informatie: www.sierre-anniviers.ch www.myswitzerland.comOnderweg: www.sbb.ch, www.postbus.ch, en www.citynightline.de

Ruimte voor de rivier

De natuur van Wallis kenmerkt zich door enerzijds de bergen en anderzijds de rivier. De Rhône ontspringt in dit kanton, uit de gletsjer bij de Furkapas, en trekt zijn grillige sporen door het landschap. Dat heeft voordelen - vruchtbare grond - maar ook nadelen: de laagvlakte stroomt op ongeregelde momenten onder. In het natuurpark Pfyn-Finges is daarom een beheersingsproject begonnen dat veel lijkt op ons Ruimte voor de Rivier-programma. De weg die nu nog vlak langs het water loopt wordt verlegd en opgehoogd. Door de Rhône meer uitloop te gunnen, krijgt de natuur in de uiterwaarden een nieuwe impuls, vertelt bioloog Armin Christen enthousiast. Hetzelfde effect bracht een verzengende brand op een van de berghellingen onlangs teweeg: het oogt grauw, maar het wemelt van nieuw leven.

Zie ook: www.pfyn-finges.ch

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden