Spelen in eigen land

NOC-NSF onderzoekt of er voldoende draagvlak bestaat om de Olympische Spelen naar Nederland te halen. Moet dit initiatief serieus worden genomen, of is het een handigheidje om de eigen positie te versterken?

Of de bevolking zit te wachten op Spelen in eigen land, is met een enquête makkelijk te peilen. In eerste instantie kan worden volstaan met de volgende meerkeuzevraag:

Hoeveel geld heeft u ervoor over om de Olympische Spelen in Nederland te laten plaatsvinden?

a. niets

b. maximaal honderd euro

c. maximaal duizend euro

d. tweeduizend euro

Kiest meer dan de helft van de Nederlanders voor antwoord b, dan mag worden vastgesteld dat er enthousiasme is voor het plan. Financieel is dan echter sprake van een onmogelijkheid.

De keuzes c en d zijn niet uit de lucht gegrepen. Op de slotdag van de Spelen in Athene bleken de aanvankelijk geraamde vier miljard euro kosten opgelopen tot 10.7 miljard, bijna duizend euro per hoofd van de Griekse bevolking. En de rekeningen lopen nog altijd binnen.

Peking heeft voor 2008 de kosten geraamd op 31 miljard. Dat zou in de Nederlandse situatie bijna 2000 euro per inwoner betekenen. Dit even over de prijs. Wat de olympische stad daarvoor terugkrijgt is afwachten, zeker als we over een termijn van meer dan twintig jaar praten.

Tijdens elke Spelen is er wel iemand die de discussie over een Nederlands olympisch dorp aanzwengelt. In 2000 was het toenmalig minister Jorritsma van economisch zaken die voor een hoop koude drukte zorgde. Staatssecretaris Margo Vliegenthart temperde dat enthousiasme, haar leek het beter te investeren in de Nederlandse sport.

Bij NOC-NSF zaten ze toen ook niet te wachten op een dergelijk ambitieus initiatief. Men had de handen vol met voorwaarden scheppen om Nederland bij de toptien van de wereld te houden. De euforie van Sydney, Nederlands meest succesvolle Spelen ooit, kreeg bovendien amper een vervolg in de vorm van overheidssteun of bouw van accommodaties.

Vijf jaar na dato is het nog altijd wachten op de bouw van een wedstrijdhal voor atletiek; vandaag zwemt de wereldster Pieter van den Hoogenband gewoon in zijn eigen 'klotsbak' tijdens een van Nederlands' meest aansprekende zwemgala's.

Veel publiek zal er niet zijn. Sportinteresse beperkt zich in Nederland tot voetbal, schaatsen en wielrennen. Olympische sporten kennen amper een cultuur. Eens in de vier jaar worden de kampioenen bejubeld, daar tussenin zijn ze toch vooral vreemde snuiters voor wie de voorwaarden om sport als beroep uit te oefenen nog altijd beperkt zijn.

In 2000 ging NOC-NSF ervan uit dat de zaken op dat gebied op orde moeten zijn, alvorens aan eigen Spelen kan worden gedacht. Dat leverde zelfs in de tijd van economische overvloed niet de gewenste steun.

In het persbericht is de oude opstelling ongewijzigd. 'Voor NOC-NSF staat voorlopig nog niet zozeer de organisatie van de Olympische Spelen voorop, maar allereerst de opbouw van een gedegen (sport)infrastructuur, een verdieping van kennis en deskundigheid en het verbeteren van onderlinge samenwerking'.

Het 'onderzoek naar draagvlak' is niet meer dan een handigheidje. Mocht onder 'vertegenwoordigers uit sport, gemeenten, de rijksoverheid en bedrijfsleven' groot enthousiasme bestaan, dan kan die groep worden aangesproken op die eerst verantwoordelijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden