Spelen in de Golfstroom

De getijstroom die de Nederlandse kust van zand voorziet en hem er weer van berooft, houdt er vaste gewoonten op na. Twee keer per dag spoelt een door de maan en meestal ook de zon meegetrokken watergolf van reusachtige afmetingen via het Nauw van Calais de Noordzee in, twee keer per dag stroomt hij er langs dezelfde weg weer uit. De zee beklimt bij ons de kust een stukje, en daalt weer af. Met medeneming van een lading zand, en soms een zwemmer.

Zwinnen en muien heten de valstrikken die de getijstroom voor de kust legt. Buiten de vloedlijn handhaven zich voor een zandige kust rijen zandbanken. De getijstroom vult elke ruimte tussen banken onderling en tussen banken en strand (elk zwin) via een diep kanaal tussen hen in: de mui.

De getijstroom heeft normaal een matig gangetje. Bij vloed stroomt het water schuin naar de kust toe, in noordoostelijke richting, met niet meer dan twee kilometer per uur; bij eb gaat het naar het zuidwesten met een wat lagere snelheid. Dat komt doordat het Nauw ook nog een klein zij-armpje van de Golfstroom binnenlaat, met een constante snelheid naar het noordoosten.

De getijstroom in een mui is in vergelijking daarmee flink versneld. Dat houdt de mui diep en het zwin- en muisysteem in stand. Maar het maakt zwemmen bij eb gevaarlijk. In een zwin is er op zich niets aan de hand, maar een wind die evenwijdig aan de kust staat, kan een geniepige extra stroming richting mui veroorzaken. Wie in een mui raakt, moet zich niet tegen de stroom verzetten, maar proberen opzij te zwemmen, een zwin in.

De wind kan de zwemmer verder op allerlei manieren dwars zitten. Het is niet gauw goed: een zuidenwind versterkt de vloedstroom. En omdat dat de sterkste van de twee getijstromen is, levert de combinatie een stroom op die een zwemmer die te ver uit de kust komt, opeens een flink eind verder brengt. Een noordenwind versterkt de ebstroom, en die is al gevaarlijk genoeg.

Een aanlandige westenwind zorgt voor heerlijke golven en een veilige stroming van het water naar het strand toe. Maar dat water kan het strand niet op, zodat het langs de bodem teruggaat. Een pootjebader die te diep gaat, kan door die twee tegengestelde stromingen gemakkelijk worden omgetrokken.

De aflandige oostenwind wind is de vervelendste. De golven die de wind op zee veroorzaakt, gaan naar Engeland; voor Oostkapelle, Rockanje, Kijkduin, en Grote Keeten is het rustig water. Wel vies water: de stroming van het wateroppervlak staat nu van de kust af, dus de onderstroom gaat, om het tekort weer aan te vullen, naar de kust toe. Over de bodem schrapend brengt die algen, modder en alles wat vadertje Rijn uit Duitsland en Nederland nog heeft meegenomen in de richting van de zwemmer. En ook kwallen blijken juist dan te voelen voor een gezellig dagje strand.

v - meer als 'w'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden