Speeltuin voor architecten

Casablanca was in de vorige eeuw een heus stedebouwkundig en architectonisch laboratorium. Om de aandacht te vestigen op dit erfgoed worden er nu zelfs monumentendagen gehouden. 'Art deco vind je overal in de wereld, moderne bouwkunst ook. Maar nergens staat er zoveel naast elkaar.'

Casablanca. Dankzij de film van Michael Curtiz heeft die naam voor altijd een magische klank, een nostalgisch verlangen naar zwart-witbeelden, wuivende palmbomen, jazz en romantiek. Adriaan van Dis slaagde er in de jaren tachtig nog in een mooi reisverhaal over de witte stad te schrijven, maar intussen is het moeilijk om enige romantiek te zien in de mierenhoop waar miljoenen zakenmensen, handelaars en bedelaars hun bestaan bevechten.

Voetbalvandalisme, uitlaatgassen, betonnen flats en golfplaten hutjes zijn tegenwoordige associaties met het zakelijke en industriële centrum van Marokko. En toch, als je in het centrum goed door de grijzige koek van vervuiling die aan de gevels plakt heenkijkt, ontwaar je hier en daar prachtige gebouwen die soms ineens een zweem van dat romantische verleden lijken prijs te geven.

Koloniaal Afrika was een speeltuin voor architecten, maar nergens kregen zij zoveel ruimte als in Casablanca. Toen het rond 1910 door de Franse bewindvoerders werd aangewezen als nieuwe industriële metropool was Casablanca nog een klein kuststadje. In korte tijd groeide de bevolking van 20.000 inwoners in 1900 naar 120.000 in 1927. In 1950 had de stad bijna 700.000 inwoners.

Architecten uit Frankrijk en Italië, maar ook uit Tunesië en Algerije kwamen naar Marokko om er de nieuwste ideeën van de moderne bouwkunst ten uitvoer te brengen. Decennialang bleef Casablanca een plek waar voortdurend de modernste technieken en ideeën over stede- en woningbouw in praktijk werden gebracht. Sinds enkele jaren is er steeds meer belangstelling voor die periode.

In 1998 verscheen het standaardwerk 'Mythes et figures d'une aventure urbaine',waarvoor Jean-Louis Cohen en Monique Eleb een uitgebreide inventarisatie maakten van de schatten die verschillende stedebouwkundigen en architecten de stad hebben geschonken.

Al voor het verschijnen van deze bijbel voor architectuurliefhebbers werd de stichting Casamémoire opgericht. De stichting zet zich in voor het behoud van het architectonisch erfgoed van Casablanca. Maar met het belang van de koloniale architectuur moet je niet aankomen bij Laure Augereau, de Franse woordvoerster van Casamémoire. "Architectuur van het Protectoraat", verbetert ze geïrriteerd.

Marokko was van 1912 tot 1956 een Franse kolonie, maar werd eufemistisch een protectoraat genoemd;-het gebied stond onder officiële bescherming van de Fransen. "Bovendien interesseren we ons voor de architectuur van de gehele twintigste eeuw. Tot in de jaren zeventig was Casablanca een stedebouwkundig en architectonisch laboratorium." Veel nieuwe technieken en ideeën werden eerst in Casablanca uitgeprobeerd en daarna pas in Frankrijk in praktijk gebracht.

Augereau: "Noord-Afrikaanse en Europese architecten konden hier aan de slag zonder al te veel rekening te hoeven houden met een al aanwezig historisch erfgoed. Waar men in Europa vaak huiverig stond tegenover nieuwe architectuur, verwelkomden opdrachtgevers in Marokko innovatie juist. Het begin van de twintigste eeuw was ook een bijzondere periode, waarin nieuwe wetenschappen ontstonden, zoals bijvoorbeeld stedebouwkunde, en ook nieuwe technologieën zoals gewapend beton. Casablanca was een oefenterrein voor architecten, opdrachtgevers en aannemers."

Voor de Franse stedelingen werden ruime huizen gebouwd, die van alle gemakken waren voorzien. Hoge flatgebouwen gaven Casablanca al snel een ander uiterlijk. Maar ook de inheemse arbeiders, die en masse naar de stad trokken, werden ondergebracht in moderne woningen, die aansloten op de inheemse moraal. Voor hen bijvoorbeeld geen grote balkonnen en ramen, maar juist portieken die de intimiteit van het familieleven beschermden.

Er werd goed nagedacht over de distributie van licht en lucht (volgens de nieuwste maatstaven voor gezondheid en hygiëne) en er kwamen gescheiden gebieden voor wonen, werk en ontspanning. En dankzij de ideeën van baron Hausmann, die de binnenstad van Parijs voor verkeer ontsloot, doorkruisen brede boulevards het centrum van Casablanca. Inmiddels kunnen die het drukke autoverkeer niet meer aan, maar lange tijd zorgden deze avenues voor een ruimtelijk gevoel. In filmpjes uit de jaren vijftig zie je er kolonnes mensen fietsen, vrouwen in rokken en mannen met hoeden op.

Casamémoire doet haar best om het architectonisch erfgoed van de stad te beschermen door het unieke karakter en het belang ervan te onderstrepen. Dit jaar organiseerde het voor de vierde keer de Monumentendagen, waarbij vrijwilligers belangstellenden gidsten langs interessante gebouwen in de stad. Net als bij de Nederlandse Monumentendagen was het mogelijk om gebouwen te bezichtigen die anders niet voor publiek toegankelijk zijn. Er kwamen 12.000 bezoekers op af.

Augereau: "De afgelopen jaren hebben we proberen duidelijk te maken dat Casablanca, net als andere Marokkaanse steden, misschien ook de moeite waard is om te bekijken, en dat is gelukt. Tegenwoordig spreken gemeenteraadsleden vol trots over hun stad." Maar dat neemt niet weg dat er nog regelmatig een gebouw wordt gesloopt dat op de lijst van beschermde monumenten stond. "We vinden het heel erg als er een gebouw wordt afgebroken, al is het er maar één. Er is nu nog samenhang. Art deco vind je overal in de wereld, moderne bouwkunst ook. Maar nergens anders vind je zo veel gebouwen uit die verschillende periodes naast elkaar."

Inderdaad kun je in het huidige Casablanca nog goed het oorspronkelijke stedenplan herkennen. Er is duidelijk te zien dat er een apart bestuurlijk gebied was, afzonderlijke woonwijken en industriële zones, en een aparte zone voor groen en gezondheidszorg: een groot park en enkele sportterreinen liggen midden in de stad, ertegenaan liggen klinieken met grote tuinen. De lage arbeiderswoningen hebben plaatsgemaakt voor onstuimige hoogbouw, maar als je goed kijkt, kun je het oorspronkelijke huisje van één woonlaag nog herkennen onder in een huizenblok.

De modelwoningen van Georges Candilis, die een groot fan was van Le Corbusier, zijn alleen nog te herkennen als je de foto van het oorspronkelijke gebouw ernaast houdt: de kleuren zijn van de gevels verdwenen, de balkons zijn dichtgemetseld en roestige satellietschotels en scheefhangende waslijnen ontsieren het gebouw. Een aantal gebouwen verkeert daarentegen in uitstekende staat, vooral enkele moderne villa's.

In de kathedraal in het centrum worden geregeld exposities gehouden, in een art-decovilla uit 1935 daar vlakbij is een museum voor moderne kunst gevestigd. De voor die tijd luxueuze villa die Jean-François Zévaco in 1948 ontworp, kan ook door iedereen worden bewonderd: het is een filiaal van boulangerie Chez Paul. Als je hier op zondagochtend - als het geluid van voortrazend verkeer op de nabijgelegen boulevard minimaal is en de mobiele telefoons even niet onophoudelijk rinkelen- een mille-feuilles (tompoes) of opéra (chocoladetaartje) eet en het geroezemoes om je heen hoort, is het net alsof de koloniale - pardon, protectorale - tijd even herleeft.

'Casablanca: Mythes et figures d'une aventure urbaine' (Parijs, 1998, Editions Hazan). Jean-Louis Cohen, Monique Eleb.

In 2002 verscheen de Engelse vertaling 'Casablanca: Colonial myths and architectural ventures' (New York, Monacelli Press).

Casamémoire organiseert rondleidingen in het centrum van Casablanca, op aanvraag. Meer informatie: www.casamemoire.org

Kunst in slachthuizen
Casablanca moest een moderne metropool worden en dus bouwden de Fransen in Casablanca op de groei. De slachthuizen die in 1922 werden opgeleverd, besloegen vijf hectaren. Naast de eigenlijke slachthuizen waren er onder meer stallen, een leerlooierij en administratieve gebouwen. Dankzij de betonnen traliewerken met geometrische figuren, bedoeld voor natuurlijk licht en ventilatie, is er een bijzonder mooie lichtinval in de gebouwen.

Les Anciens Abattoirs, zoals de slachthuizen heten, werden pas in 2003 verplaatst naar modernere gebouwen die beter voldoen aan de huidige hygiëne-eisen. Nadat de abattoirs een paar jaar leeg hadden gestaan, bedacht de gemeente dat dit terrein midden in de stad een geschikte plek is voor cultuur. De gemeente Amsterdam zag parallellen met het Westergasfabriekterrein in de hoofdstad en bood aan te helpen met de herbestemming.

Dounia Benslimane leidt het collectief van veertien culturele stichtingen die samen Les Anciens Abattoirs beheren: "We hebben een uitgebreid internationaal netwerk kunnen opbouwen. Er staan verschillende samenwerkingsverbanden op stapel, maar door problemen bij de gemeente wachten we nog op een definitieve status. Zolang wij juridisch geen zeggenschap over deze plek hebben, kunnen we helaas niet verder."

Dounia is niet bang dat de stad alsnog besluit het terrein, dat door de centrale ligging veel geld waard is, aan een projectontwikkelaar te verkopen: "Inmiddels zijn Les Abattoirs niet alleen in Casablanca en de rest van Marokko een bekende naam geworden die verankerd is in het collectieve geheugen, ook in New York, Marseille en Parijs kent men Les Abattoirs. Als de gemeente zou besluiten deze plek een andere bestemming te geven, zou dat tot een breed gedragen protest leiden. Het is een kwestie van afwachten. Ik denk dat het nu óf nog heel lang gaat duren óf ineens heel snel gaat."

Het weerhoudt de artistieke scene er niet van om culturele activiteiten te organiseren. Het alvast in gebruik nemen van gebouwen die zich daar voor lenen, om zo alvast het maatschappelijk draagvlak te vergroten voor culturele herbestemming, was een aanbeveling van experts uit Amsterdam. En dus worden er concerten, dansvoorstellingen en exposities gehouden, evenals voorleesmiddagen en circusvoorstelling voor kinderen.

Dankzij de samenwerking met Amsterdam hebben studenten van de Gerrit Rietveld Academie een speeltuin op het terrein geïnstalleerd. Ook verzorgt een student van die kunstacademie de grafische vormgeving van een boek over de geschiedenis van Les Abattoirs. Nederlandse musici kwamen naar Casablanca voor inspiratie en maakten opnames op het terrein. En graffiti-artiesten uit verschillende landen maakten er samen met Marokkaanse jongeren muurschilderingen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden