Column

Speelt Ajax werkelijk weer Cruijff-voetbal?

Trainer Peter Bosz laat Ajax, heet het, het voetbal van Cruijff weer spelen. Beeld anp

De gedachte die blijft hangen, of schuren, na de volstrekt kansloze Europa League finale van Ajax, bij mij althans? Dat de naam van Johan Cruijff, vergeef me de blasfemische associatie, zo vaak ijdel wordt gebruikt.

Trainer Peter Bosz laat Ajax, heet het, het voetbal van Cruijff weer spelen. Hij wordt geprezen omdat hij diens beginselen zou hebben geherintroduceerd.

Ik kijk het filmpje terug van Frank Heinen over Willem van Hanegem, het slotakkoord laatst van ‘Studio Voetbal’. Cruijff daarin over Van Hanegem, die geweldig kon voetballen, vond ook Cruijff: “Hij kan dus de boel breken, als het moet. Hij kan je eruit praten, als het moet.”

Cruijff had hem op het veld graag in zijn buurt, evenals Johan Neeskens, die niet voor niets ook naar Barcelona ging. Bij Oranje zei hij later tegen Willy van de Kerkhof, de eerste zogenoemde stofzuiger onder de voetballers, dat hij er altijd in zou staan als hij, Cruijff, erbij zou zijn. Daar had Cruijff zich aan gehouden, memoreerde Van de Kerkhof nog niet zo lang geleden dankbaar.

Als trainer van Ajax stelde Cruijff Ronald Spelbos op, een stevige verdediger op leeftijd al die tot dan als weinig meer dan een noeste voorstopper te boek stond. Hij haalde Jan Wouters, die de boel ook lekker kon breken. Ja, in zijn ‘Dream Team’ van Barcelona speelden Ronald Koeman, Hristo Stoitsjkov, Michael Laudrup en Romario, maar óók altijd José Bakero, de Baskische loper.

Hoe goed hij ook was, hoeveel hij zelf ook zou hebben gekund, Cruijff was een teamspeler bij uitstek. Hij dacht aan zijn teamgenoten, aan wat ze konden en wat niet, aan wat hij kon en wat niet, en hij bedacht voortdurend hoe dat optimaal kon samenvloeien.

Dat element, die paradox in de wereldvoetballer, heb ik altijd gemist in zijn revolutie bij Ajax. Ik zeg daarmee nog niet dat het er niet was, maar het werd niet uitgedragen – nee, ook niet door Cruijff zelf. Hij wilde bijzondere voetballers laten voortbrengen: het liefst natuurlijk zo goed als hij, en mocht dat niet kunnen, een slagje minder, een nieuwe Marco van Basten, zeg maar.

De mantra van Cruijffs revolutie

Dat kon natuurlijk niet: zulke voetballers worden geboren, niet opgeleid. Voetballers zoals Neeskens er één was, Van de Kerkhof, Wouters en Bakero, die moeten en kunnen worden opgeleid. Maar de mantra van Cruijffs revolutie, het accent in de jeugdopleiding op het individu, vloekte daarmee – en voor de rest blijf ik ervan overtuigd dat er op Ajax’ jeugdcomplex veel in zijn naam is gebeurd waarvan hij nauwelijks weet had, dat zijn naam ook daar zogezegd vaak ijdel is gebruikt.

Hij leefde niet meer, maar zou Cruijff er een voorstander van zijn geweest dat Ajax Hakim Ziyech kocht? Ja, zullen velen denken in het beeld van wat Cruijff-voetbal is gaan heten: alleen maar aanvallend en attractief voetbal, waarin de spelmaker Ziyech dan zijn gang kan gaan. Trainer Bosz zegt graag dat hij boven alles de mensen wil vermaken. Zijn palmares is nog altijd schraal.

Ik waag te betwijfelen of Cruijff het in Ziyech had zien zitten: niet goed genoeg, vul ik onbescheiden in, om bijzonder te zijn – en zonder wezenlijke dekking in de rug al helemaal niet goed genoeg. Ga alle teams van Cruijff na en vergeet de karikaturen over hem als de roekeloze avonturier: nooit stond er bij hem een zwak bewapende speler als Lasse Schöne in het hart van de ploeg. Als trainer keek hij wel uit en als speler had hij het simpelweg niet toegestaan.

Iets meer voorzichtigheid met zijn naam, zou ik zeggen. Te zeggen dat Ajax weer Cruijff-voetbal speelt, is in zekere zin een niet geringe belediging.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden