Speelruimte is zijn sleutelwoord

Op de tentoonstelling over zijn eigen werk kan iedereen meekijken hoe de ontwerpen van architect Herman Hertzberger ontstonden.

Al meer dan tienduizend A3-tjes tekende en schetste architect Herman Hertzberger (82) vol. Een architect kan eigenlijk niet zonder schetsboekje, vindt hij. "Ik heb het altijd bij me, als tweede geheugen."

Onlangs schonk Hertzberger, die ondanks zijn leeftijd nog lang niet van plan is te stoppen met werken, het grootste deel van zijn archief aan Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Uit al die tekeningen, schetsen, foto's en maquettes mocht hij meteen een dubbeltentoonstelling samenstellen. Het ene deel gaat over zijn eigen, rijke loopbaan. Het andere is gewijd aan het Nederlands structuralisme, een architectuurstroming waarmee hij en zijn overleden collega's Jaap Bakema, Piet Blom, Aldo van Eyck en Joop van Stigt internationaal furore maakten in de jaren zestig en zeventig. Het structuralisme was hun alternatief voor de rationalistische architectuur van de wederopbouw met zijn functionele, kille blokkendozen.

Van Eyck en Hertzberger waren de aanjagers van deze stroming. Ze wilden dat het weer echt om de mens zou draaien in de architectuur. Het Burgerweeshuis in Amsterdam (1961) van Van Eyck leidde tot de doorbraak van deze vernieuwingsbeweging. Van Eyck rekende in zijn ontwerp af met het idee dat tehuizen vooral functioneel moesten zijn met lange steriele gangen en grote slaapzalen.

Met als motto 'Een kleine wereld in een grote, een grote wereld in een kleine, een huis als een stad, een stad als een huis, een thuis voor kinderen', maakte Van Eyck een soort stadje met een verzameling huisjes met koepels voor de verschillende kinderafdelingen. Hertzberger zette die lijn drie jaar later voort met het kantoor voor Centraal Beheer in Apeldoorn. Hij ontwierp een gebouw zonder de gebruikelijke kantoorcellen, maar met kleinere ontmoetings- en kantoorwerkplekken die zowel horizontaal als verticaal in open verbinding met elkaar stonden.

undefined

Ontmoetingsplekken

Architecten moeten niet alleen ruimte máken, maar ook ruimte láten, is het devies van Hertzberger. Het structuralisme behelst volgens hem de spelregels in de architectuur zo toe te passen, dat ze de mensen niet beperken maar 'speelruimte' creëren. "Speelruimte is mijn favoriete woord."

Karakteristiek voor de gebouwen van Hertzberger is de overdaad aan ontmoetingsplekken in de vorm van knusse hoekjes, balkonnetjes en trappen die zo breed zijn dat ze ook als zitbanken kunnen worden gebruikt. Tivoli (voorheen Muziekcentrum) Vredenburg in Utrecht is daarvan een sprekend voorbeeld. Ook de vele scholen die hij heeft ontworpen, hebben brede trappen, hangplekken, zitkubussen, en andere details die het alledaagse leven behaaglijk kunnen maken.

De tentoonstelling over zijn eigen werk heeft Hertzberger ingericht als vier 'straten' waar je doorheen kunt wandelen. Daarin staan niet alleen de maquettes van zijn gerealiseerde gebouwen uitgestald. De architect laat aan de hand van foto's, teksten en tekeningen ook zien wat zijn inspiratiebronnen zijn. We krijgen zo een beeld van wat zich allemaal afspeelt in zijn hoofd voordat hij daadwerkelijk gaat schetsen; en van het vaak moeizame proces dat daarna volgt.

Het is alsof je met Hertzberger mee zwoegt en worstelt achter zijn tekentafel. En samen met hem langzaam de contouren ziet ontstaan van een gebouw. Er zijn niet veel architecten die zich zo bloot durven te geven, want Hertzberger presenteert zich allerminst als de geslaagde architect met een lofzang op zijn eigen oeuvre. En passant rekent hij ook af met de mythe dat architecten altijd zo creatief zijn. "Bij mij is creativiteit niet een plotselinge explosie van nieuwe inzichten of unieke oplossingen. Heel soms sluipt er een idee binnen waarmee je jaren vooruit kunt."

Ook komt hij er rond voor uit dat al die kriebelige aantekeningen bij zijn schetsen vaak met opzet zo uitleggerig zijn. Hij doet dat om zijn medewerkers mee te krijgen in een idee. Maar ook om 'mezelf duidelijk te maken waar ik mee bezig was'.

Hij zegt het er niet bij, maar behalve architect is Hertzberger ook docent in hart en nieren. Ook dat verklaart zijn drang om alles wat hij doet te verduidelijken, nooit in vakjargon maar altijd in gewone-mensentaal. Het is Hertzberger ten voeten uit dat hij op deze tentoonstelling ook een 'speelwerkplein' heeft ingericht waar kinderen kunnen knutselen en aan de slag gaan met de ideeën en ontwerpen van de architect.

De nestor van de Nederlandse architectuur heeft ook nog een tip voor jonge architecten. In plaats van gebouwen te bestuderen - 'dat leidt maar tot (slechte) kopieën' - moeten ze vooral kijken hoe mensen leven. Wat vinden de mensen fijn aan een gebouw of stad, en wat niet?

En daarmee zijn we weer terug bij de gewone mensen die in de visie van Hertzberger altijd centraal moeten staan in de architectuur. Dat principe klinkt ook door in deze tentoonstelling die niet alleen interessant is voor architecten en studenten, maar ook voor mensen die niets weten van het structuralisme.

HHHHH

Structuralisme. Hoogtepunten en verrassingen in het Musée Imaginaire van Herman Hertzberger. Te zien t/m 11 januari in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Onlangs kwam Hertzbergers boek 'Architectuur en structuralisme' uit. Te koop voor euro 29,50. www.nai010.com/structuralisme

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden