Spectaculair apocalyptisch sprookjesbos

BALLET

Fairytales Het Nationale Ballet ****

Het Nationale Ballet (HNB) neemt ons in 'Fairytales' in twee programmaonderdelen mee het sprookjesbos in. Tussen beide werken ligt een halve eeuw en ze zijn allebei ook heel anders van toon en sfeer, maar het is er in alle twee uitstekend toeven. 'Midzomernachtsdroom' van Frederic Ashton uit 1964 is een levenslustige, romantische dansadaptatie van Shakespeare's komedie, met recht een klassieker op het repertoire van HNB.

'Firebird' (Vuurvogel), die Alexei Ratmansky in 2012 voor American Ballet Theatre creëerde, is grimmiger van aard en graaft in de psychologische lagen rond macht en seks die meestal aan een sprookje ten grondslag liggen. Beide werken tonen echter ook veel overeenkomsten, terug te voeren op de brille van de dansmakers. Zowel Ashton uit de Engelse school, als de in het Russische balleterfgoed gewortelde Ratmansky, besteden alle zorg aan de karakterisering van de personages en beiden kennen een ragfijne, lyrische detaillering toe aan hun dansmateriaal vol humor, ontroering en verwondering. Remy Wörtmeyers Puck in 'Midzomerachtsdroom' was gedenkwaardig door een begenadigd makkelijk ogende techniek en rolinvulling om verliefd op te worden, toch was het Grote Uitkijken naar 'Firebird' van Alexei Ratmansky, naar Fokines origineel uit 1910 voor Les Ballets Russes. Een Europese première, en een nieuw wapenfeit dat de Rus aan zijn mooie lijst van energieke interpretaties van traditionele balletwerken kan toevoegen. Ratmansky volgt Stravinski's muzikale lijnen voor de toonzetting van de archetypische personages uit het oorspronkelijke Russische sprookje nauwgezet. De vuurvogel, gedanst door een vurige Anna Tsygankova, blijft jammergenoeg wat anoniem door de aandacht die uitgaat naar de prins, zijn love interest en de boze tovenaar die in feite de handeling bepalen. Vol details worden ze tot leven gewekt: de wat sullige prins die zijn hoofd stoot aan de takken, de tovenaar als showboy met groene kuif, die de bosbewoners met parmantige passen onder zijn betovering houdt. Het decor is spectaculair apocalyptisch: een afgestorven woud dat zijn takken als roodgelakte heksenvingers naar de hemel strekt, en als de betovering wordt verbroken als in een ware coup de theâtre tot toverbox openbreekt. Symmetrische groepsdansen en fraaie tableaus verraden Ratmansky's kennis van de ballethistorie. Toch is de grote forte hier dat hij jongleert met begrippen als goed en kwaad, culminerend in een dansscène waarin de hoofdpersonages in een surreële pas de quatre door elkaar heen beginnen te dwarrelen. Zo wordt het sprookje tijdloos en humaan, zonder aan magie in te boeten, sterker; het wint aan magische kracht. Eind goed, al goed. Heel goed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden