Specialisatie in hoogwaardige schepen blijkt een goede greep

HOOGEZAND - De Groningse scheepsbouw is weer overeind gekrabbeld. Waar twee decennia geleden sprake was van de ene sanering na de andere en gerenommeerde werven het loodje legden, is nu weer een florerende bedrijfstak.

HANS DE PRETER

De scheepsbouwers in Groningen hebben zich de afgelopen jaren gespecialiseerd in de bouw van technisch hoogwaardige schepen. Dat blijkt een goede keuze te zijn geweest. Een van de bedrijven die momenteel niet te klagen heeft over een gebrek aan orders, is Pattje Shipyards in Waterhuizen, bij Hoogezand. Daar wordt hard gewerkt aan het uitvoeren van een opdracht ter waarde van 250 miljoen gulden.

Het gaat om een order voor de bouw van zes gastankers voor een Duitse rederij in Leer. Vandaag zal mevr. L. Vonhoff-Luyendijk, de vrouw van de commissaris van de koningin, de vijfde tanker uit de serie van zes dopen en zorgen voor de zijwaartse tewaterlating. Dit vijfde schip heeft een lengte van 113 meter en is bijna 16 meter breed. De eerste vier tankers uit de serie die door Pattje zijn gebouwd, waren bestemd voor ethyleen. Het nieuwste schip gaat vloeibaar gas (LPG) onder druk en met een lage temperatuur (min 48 graden Celsius) vervoeren.

"Dit is de grootste gastanker die tot nu toe in Nederland is gebouwd. Het volgende schip, dat volgend voorjaar te water wordt gelaten, wordt er precies zo een. Dat we hier ooit dergelijke schepen zouden gaan bouwen, had men zich twintig jaar geleden niet kunnen voorstellen" , zegt directeur G. Speld van Pattje. Het bedrijf telt 125 werknemers, maar bij de bouw van de gastankers zijn mede via onderaannemers in totaal tweehonderd mensen betrokken.

De werven in de noordelijke provincies zijn van oorsprong bouwers van coasters. De scheepsbouw kwam er na de jaren zestig in grote problemen, mede door concurrentie uit de lage-lonenlanden. Daar konden de relatief eenvoudige coasters goedkoper worden gebouwd.

De Groningse werven die niet ten onder gingen aan de internationale concurrentie, moesten zich noodgedwongen specialiseren. Dat geldt niet alleen voor Pattje, maar ook voor de vijf andere Groningse werven:

Scheepwerf Van Diepen is koelschepen gaan bouwen;

Ferus Smit uit Westerbroek: containerschepen;

Bodewes Volharding en Bodewes Hoogezand zoekt het in 'specialties', dat wil zeggen, technisch hoogwaardige schepen zoals oliebestrijders;

Bijlholt in Hoogezand bouwt onder meer 'supplies', dat wil zeggen bevoorradingsschepen voor boortorens, maar daarnaast maakt deze werf ook nog 'eenvoudige' schepen als coasters en vissersschepen.

De zes Groningse werven hebben samen zo'n 1 200 personeelsleden. Mede via onderaannemers bieden de werven werk aan in totaal zo'n 2 000 mensen. Overigens is er in Groningen bij tal van kleine werfjes ook nog sprake van jachtbouw (samen zo'n 500 medewerkers).

"Als scheepsbouwers werken wij echt voor de internationale markt. Onze kracht ligt in de technologisch hoogwaardige schepen. Daarbij moeten we zeer betrouwbare produkten maken en op tijd leveren" , zegt Pattje-directeur Speld.

De Groningse scheepsbouw is nogal gehandicapt door de ligging aan het Winschoterdiep. Omdat de schepen naar de kust gesleept moeten worden, mogen ze niet breder zijn dan zestien meter: anders passen ze niet door de bruggen. "Het zit er niet in dat die bruggen ten behoeve van de scheepsbouw breder gemaakt zullen worden: daar is geen geld meer voor. Dus zijn we ons op de kleinere schepen gaan specialiseren. Aanvankelijk leek dat dan ook een beperking te zijn maar uiteindelijk is dat onze kracht geworden. Noodgedwongen zijn we zeer inventief geworden" , aldus Speld.

De gastankers die Pattje nu bouwt, zijn twee jaar geleden besteld. Is Speld niet bang voor een terugslag nu de tijden wat zorgelijker zijn geworden? "We hebben een redelijk vertrouwen in de markt. De wereldmarkt heeft een wat lagere groei, maar er is inmiddels alweer sprake van een licht herstel in de Verenigde Staten. Maar het zal wel moeilijker worden. Daarom zullen we ons moeten blijven onderscheiden. Dat wil zeggen: een goed produkt, efficient gebouwd tegen een economische prijs."

Een gunstige ontwikkeling is volgens Speld het feit dat er binnen de Europese Gemeenschap wat minder sprake is van oneigenlijke concurrentie door subsidies van nationale overheden. "De Europese Commissie heeft een plafond aangegeven voor steun die staten mogen geven aan hun nationale industrieen. Daar houdt men zich aardig aan, waardoor wij nu minder te kampen hebben met concurrentievervalsing."

Samenwerking

Een woord dat Groningse werven niet graag horen is 'samenwerking'. Dat bleek tien jaar geleden bij de plannen voor de bouw van een buitendijkse werf bij Delfzijl. Als de zes werven samen zo'n werf zouden exploiteren, zouden ze niet meer aan de 16-metergrens vastzitten. Maar die werf is er in Groningen niet gekomen. De scheepsbouwers konden het er niet over eens worden welke binnendijkse werven zouden moeten verdwijnen. In Friesland kwam er vijf jaar geleden wel een buitendijkse werf: bij Harlingen. "Ik denk niet dat het hebben van een grote werf een garantie is om te overleven in een periode van malaise. Ja, soms gebeurt het wel eens dat je een klant moet laten gaan, omdat we onze beperkingen hebben. Dat blijft vervelend" , aldus Speld.

Wind

Districtsbestuurder R. Dirkse van de Industriebond FNV bevestigt de indruk dat het de Groningse scheepsbouw momenteel redelijk voor de wind gaat. "Zowel bij de reparatiewerven als in de scheepsnieuwbouw gaat het goed; ze zitten redelijk in het werk. Het afgelopen jaar zijn er echter weinig orders bij gekomen. We houden de boel daarom nauwlettend in de gaten. Maar met het uitvoeren van de orders is meestal een tijd van een tot anderhalf jaar gemoeid. Er is dus nog tijd genoeg om orders te verwerven" , zegt hij.

Volgens Dirkse worden er in Friesland en Groningen momenteel zelfs meer schepen gebouwd dan in de rest van het land, al gaat het dan om kleinere schepen met een lager tonnage. "De specialisatietendens heeft de noordelijke werven geen windeieren gelegd. Vroeger was er hier sprake van de ene reorganisatie na de andere. Die tijd is voorbij. De financiele positie van de bedrijven is er ook gigantisch op vooruit gegaan, al is die nog niet optimaal" , aldus Dirkse.

De vakbonden hebben in het verleden bij de scheepsbouwers gepleit voor meer samenwerking. Dirkse vindt nog steeds dat daarvoor veel te zeggen valt. "Voor de langere termijn is samenwerking goed. Het zou gunstig zijn voor de arbeidsomstandigheden en ook voor het verwerven van orders."

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden