Specialisatie bepleit bij podiumkunsten

Van onze kunstredactie SOESTERBERG - Een concentratie van de podiumkunsten in een beperkt aantal regio's kan in de toekomst noodzakelijk zijn. Dat is niet alleen overzichtelijk voor de rijksoverheid, maar ook goed voor de band met het publiek. Voor de financiering van de podiumkunsten zouden rijk, betrokken provincies en gemeenten samenwerkingsovereenkomsten moeten aangaan.

Dit toekomstbeeld was een van de vier gisteren gepresenteerde scenario's op de studieconferentie 'Podiumkunsten 2001'. De bijeenkomst in Soesterberg, waaraan een select gezelschap van programmeurs, cultuurambtenaren, adviseurs, zakelijk leiders en één theatermaker deelnam, was bedoeld als gezamenlijke voorbereiding op het nieuwe Kunstenplan 1997-2001.

In oktober van dit jaar bespreekt de Tweede Kamer een door staatssectretaris Nuis aan te bieden 'Notitie Uitgangspunten', die de inhoudelijke contouren dient te bevatten van het derde Kunstenplan. Dit beleidsstuk legt voor een periode van vier jaar vast welke producenten van (podium)kunst voor meerjarige subsidie in aanmerking komen.

Bij de deelnemers aan de bijeenkomst scoorden twee voorstellen hoog. Hun voorkeur ging, gelijkelijk verdeeld, naar het 'vitale regio scenario' en het 'cultureel knooppunt scenario'. In het laatste geval zijn er evenveel regio's als in de laatste nota over ruimtelijke ordening (VINEX). De knooppuntsteden sluiten in dit geval bestuursovereenkomsten met het Rijk af ten behoeve van een effectieve besteding van de gezamenlijke geldmiddelen. In elk knooppunt zijn alle noodzakelijke voorzieningen aanwezig, van professionele kunstopleidingen tot internationale uitvoeringen. In het 'vitale regio scenario' ligt het initiatief bij de gemeenten in zo'n 25 tot 40 actieve regio's, die zouden moeten samenwerken om een aanbod en afname in hun gebied zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. George Lawson, hoofd podiumkunsten van het ministerie van OC & W, bleek in zijn 'voorlopige' opvatting het dichtst bij het 'cultureel knooppunt scenario' te staan. Hij suggereerde dat het Rijk een achttal bestuursovereenkomsten zou moeten sluiten, met vier regio's en met de vier grote steden in de randstad.

Het grootste probleem in de podiumkunsten lijkt op dit moment niet het geld te zijn, maar de afstemming van de activiteiten van alle betrokkenen. Er zijn veel producenten, vooral kleinere, die niet of met moeite een afzetgebied vinden voor hun produkties, en tegelijk zijn er accommodaties waar de programmering niet rond komt.

Volgens Margreet Teunissen, directeur van het Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven, is de tijd voorbij is dat elk podium alle soorten kunst moet programmeren. Podia dienen te kiezen voor een bepaald soort aanbod - bijvoorbeeld wel toneel, maar geen dans, of alle soorten muziek maar geen theater - en moeten met elkaar concurreren. Op basis van zo'n specialisatie, aldus Teunissen, moet het mogelijk zijn een infrastructuur op te bouwen. “Geef steden met een gespecialiseerd museum een beeldende kunst-vakopleiding. Bouw een infrastructuur met ateliers en galeries. Maak concentraties theater, toneel, mime. Voorzie zo'n knooppunt van gebouwen en ter plekke geproduceerd aanbod, van vakopleidingen, werkplaatsen en produktiekernen. En doe dat ook voor de (pop)muziek.” Alleen in de (culturele) hoofdstad Amsterdam zou alles aanwezig dienen te zijn.

Johan Doesburg, mede-artistiek leider van Het Nationale Toneel in Den Haag, ging in zijn toekomstvisioen nog een stap verder. Hij zou veel grotere verschillen wensen tussen (de soorten) producenten. Grote aanbieders van podiumkunst zouden ècht groot moeten zijn. Waarom zou er in de randstad geen kunstbedrijf kunnen bestaan, dat het grootschalige aanbod voor Rotterdam en Den Haag produceert en tegelijk de grote zalen in deze steden en in Scheveningen beheert en programmeert? Alleen deze grote aanbieders zouden 'opgezadeld' mogen worden met een plicht tot reizen en met educatieve activiteiten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden