' Speciaal voor u,' zegt hij en vist iets uit de koeling. Mosselen! Niet groot, maar dat hindert niet.

De ' r' zit al een poosje niet meer in de maand en iedereen weet wat dat betekent: niet meer van die nare vitaminepilletjes, niet meer het corvee van slikken om de gezondheid; de kindertjes Thijssen houden om meerdere redenen van de zomer.

Vader Thijssen treurt -met de ' r' uit de maand verdwijnen de mosselen uit de winkel, en hoe moet ik nu aan mijn favoriete maaltje komen? En dat, terwijl de ontzegging van de mosselgenoegens helemaal niet nodig is. Er is witlof in de zomer, er zijn mosselen in de zomer. Vroeger waren er geen mosselen van mei tot augustus. Ze bedierven onder het rijden en stonken op de markt.

Maar tegenwoordig is dat anders. Moderne verpakkingstechnieken maken het mogelijk om de smakelijke tweekleppigen over heel Nederland te verspreiden, zonder stank, zonder bederf. Onder het plastic dekseltje krijgen de mosseltjes een laagje stikstof, een deken die de groei van gevaarlijke bacteriën remt. Op naar de visboer, dus.

Maar helaas, de schappen zijn van mosselen leeg. Geen vraag naar. En met de vraag stokt ook de aanvoer.

Teleurgesteld ga ik weer naar huis. Zeker, het heeft wel iets, dat traditioneel ontbreken van eten. Het heeft iets treurigs en iets hatelijks.

Dan komt mij een gerucht ter ore. Er zijn Canadese mosselen, vol zeevrucht, vol smaak, te koop bij die ene viskraam op de markt. Vol verwachting bel ik op. Jawel, zegt de stem aan de lijn, die hebben wij. Vol verlangen fiets ik op vrijdag de zes kilometer die mij van mijn maaltijd scheidt. Mosselen uit de koele, klotsende wateren rond Kaap Chidley en in de Ungava-baai. Hoezo bossen? Canada heeft veel zee.

Maar bij de visboer wacht mij een teleurstelling. Hij heeft ze niet, die smaakbommetjes. Niet ingevlogen, te duur, hij weet het niet. Maar wat hij wel heeft, volgende week, zijn Noorse mosselen. Mijn hart slaat sneller. Blauwzwarte tweekleppigen uit het donkere water van de fjorden, van de rotsen gekrabd op Früya, Smüla of Kristiansund. Een weekje geduld breng ik nog wel op?

Nou, dat kost moeite. Maar ik hou vol. Een week later sta ik weer bij dezelfde visboer, en kijk naar hetzelfde spijtige gezicht. Hij heeft ze niet. Niet ingevlogen, te duur, te weinig vraag, hij weet het niet.

Nu is de maat vol. Op hoge poten bel ik de importerende firma, Prins en Dingemanse in Yerseke. Wie zijn zij om een hardwerkend huisvader zijn favoriete maal te ontzeggen?

Onzin, zeggen ze in Yerseke. Hun Canadezen en hun Noren worden dagelijks ingevlogen. Mijn visboer moet maar eens goed leren bestellen. Terug naar de markt. Na enige ondervraging geeft hij het toe. Hij kan ze wel bestellen maar ze zijn klein, duur, en hij moet meteen tien kilo afnemen en dus acht kilo weggooien want ik ben de enige klant.

Met het grim onder mijn arm keer ik huiswaarts. Ik moet wachten tot september. Maar dan, een paar weken later, wenkt diezelfde visboer wanneer ik over de markt loop.

' Speciaal voor u', zegt hij en vist een zak uit zijn koeling. Mosselen! Niet zo groot, maar dat maakt niet uit. Zeeuwse mosselen, legt hij uit, zijn volop verkrijgbaar. Ik was het vergeten. In zomer zit ook een ' r'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden