Sparky Anderson veranderde de honkbalsport

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Niemand in de Nederlandse sportwereld is er door opgeschrikt, maar Sparky Anderson is overleden. Deze honkbalcoach was een beroemdheid in de internationale honkbalwereld waar iedere fan hem herkende (aan zijn zilvergrijze haar), dacht te kennen en uitsluitend goed over hem sprak.

Mart Smeets

Het was waarschijnlijk zijn uiterlijk dat ervoor zorgde dat hij Amerika’s allemansvriend werd toen hij, in de jaren tachtig, twee maal de winnende manager met de Cincinnati Reds werd.

Hij was een pijp rokende, ideale opafiguur die op duidelijke manier over zijn ploegen en spelers sprak en op een leuke manier met de spelers omging. Bij hem bestond geen enkele zweem van ego, hij relativeerde veel en hij werd een beroemde Amerikaan zonder dat hij daar zelf op aan stuurde.

Hij won ook met de Detroit Tigers de World Series en dat maakte hem de eerste manager die zowel in de National als in de American League die titel wist te winnen.

In 2000 werd hij opgenomen in de Baseball Hall of Fame in Cooperstown. Bij zijn inauguratiespeech vertelde hij dat hij nooit eerder een stap in het beroemde gebouw had gezet. „Dat moet je verdienen”, zei hij, wachtte even en vervolgde: „Iedereen kan een kaartje kopen om binnen te komen. Dat wilde ik nooit. Ik moest het verdienen.”

Er zijn boekjes uitgegeven over de uitspraken van deze man die zelf een beperkte honkballer was, maar die, om welke reden dan ook, een geweldige manager werd. Hij had nauwelijks een opleiding genoten en een van zijn beroemde uitspraken was: „Ik heb alleen maar mijn highschool diploma en daarvoor heb ik bijna alles afgekeken.”

Hij was dertig jaar toen hij ging coachen en en hij werd een vernieuwer in de honkbalsport. Voor zijn tijd was het een vaststaand feit dat een werper de hele wedstrijd gooide. Anderson was de eerste manager die, bij zwakte van zijn startende werper, uit de dug-out kwam en een vervanger het veld in stuurde. Hij veranderde door deze ingreep de honkbalsport totaal.

Toen in 1995 de Major Leaguespelers staakten en er gespeeld werd met invallers legde Anderson zijn taak neer. „Als je naar een restaurant gaat waar de koks staken en waar goedwillende huisvrouwen achter het fornuis staan, loop je ook weg”, was zijn verklaring.

De man hield van simpele dingen. „Een goede speler speelt en houdt zijn mond”, en ook: „Geef mij 25 spelers die in het laatste jaar van hun contract zitten en ik win ieder jaar de World Series”.

Na zijn leven als manager werd hij een geestige analist voor radio en televisie die op altijd eenvoudige manier over honkbal vertelde. Beroemd werden zijn uitspraken als: „Pijn doet geen pijn”, en „Ik ben niet beter dan een ander en (tegen zijn vragensteller) jij dus ook niet”.

Vaak sprak hij met dubbele ontkenningen in zijn zinnen en er waren taalwetenschappers (zoals bij ons mensen die de taal van Cruijff hebben geanalyseerd) die zich over zijn gebruikte taal bogen.

Toen hij eens twee elkaar volkomen tegensprekende antwoorden aan twee journalisten gaf, werd hij daarop direct geattendeerd. Zonder een seconde te wachten, zei hij: „Hé, je kan toch niet hetzelfde verhaal aan elkaar beconcurrerende kranten afgeven.” In de perszaal bleef het even stil, daarna volgde applaus en gelach.

Anderson werd 76 jaar oud. Hij werd snel dement en stierf een paar dagen na opname in een ziekenhuis. Op de avond van zijn dood werd op de Amerikaanse televisie vaak zijn misschien wel beroemdste uitspraak aangehaald: „Weet je wanneer je een goede coach bent? Als je goede spelers hebt.” Het was zijn verdienste goede spelers bij elkaar te vinden en hen op een volwassen, democratische en gezellige manier met elkaar te laten spelen. Om zijn rol helemaal duidelijk te maken, zei hij ooit: „Coaches winnen geen titel. Spelers wel.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden