Spannende jamsessie sluit dynamisch festival af

AMSTERDAM - Zo, daar kan de organisatie van het Drum Rhythm Festival, Acket Events BV, het mee doen. Vrijdagnacht maakte John Lurie, leider van de Lounge Lizards, op het podium van Tuschinski de organisatie hetzelfde verwijt als de voorgaande jaren al klonk: musici worden geminacht.

"De chauffeur en de technici zijn OK, maar hoe hoger je in de organisatie komt, hoe onbeschofter ze je behandelen" , vertelde hij het publiek. Hij beklaagde zich over het feit dat de musici in een hotel ver buiten Amsterdam waren ondergebracht, " een plek waar ze alleen hard gekookte eieren opdienen en niet eens weten hoe ze de fax moeten bedienen."

Feit is dat de meesterslagwerker Max Roach, die een dag later in De Kleine Komedie speelde, op eigen kosten een ander hotel nam. Maar Roach was in zijn eentje, Lurie's groep telde negen leden. Hij besloot met de aankondiging nooit meer op een festival van Acket te spelen.

Ondanks zijn irritatie, evenaarde Lurie met zijn Lounge Lizards de uitzonderlijke prestaties van Kip Hanrahans groep Conjure op de openingsavond. Samen zorgden ze voor de absolute hoogtepunten van een festival dat toch al geen gebrek had aan kwaliteit.

Met zijn Lounge Lizards laat Lurie al jaren een frisse wind waaien door de muziekpraktijk. Aan hokjes heeft de altsaxofonist geen boodschap. De muziek die hij met zijn groep nastreeft, werd door critici afgedaan als 'fake-jazz', nep-jazz, die geen aandacht behoefde. Waardering kreeg hij echter wel van luisteraars met ruimere opvattingen.

In Tuschinski maakte Lurie duidelijk waar hij met zijn Lounge Lizards voor staat: eigentijdse jazz, waarin elementen geintegreerd zijn uit aanpalende stijlen als popavant-garde, salsa en funk. Daarnaast liet Lurie, de belangrijkste componist van de groep, horen dat de jazzgeschiedenis hem niet vreemd is en dat hij evenzeer thuis is in hedendaagse gecomponeerde muziek. Dat alles resulteerde in een buitengewoon dynamisch concert, dat nauwelijks een zwakke plek kende.

Eerder die avond had Greg Osby met zijn Sound Theatre in de nabij gelegen dancing Escape laten horen, hoe hij zijn eigengereide spel op altsaxofoon inpaste in een bedding van dansritmes, felle hiphopscratches en zelfs rap. Osby is zwart en gebruikt in zijn composities uit principe uitsluitend invloeden uit zwarte muziekstijlen. Lurie is blank en wenst zich minder te beperken. Heavy metal, blues, freefunk, soul en country'n western, in zijn muziek getuigt hij ervan.

Op het festival was slechts een enkele andere groep met een min of meer vergelijkbare open houding als die van Kip Hanrahan en John Lurie, namelijk Celebration Of Difference. In dit Nederlandse sextet gaan degelijke neobop, Surinaamse swing en vrije improvisatie een geslaagd huwelijk aan. In De Kleine Komedie leverde dat zaterdagavond heerlijke uitvoeringen op van eigen werkjes en stukken van derden. De Billy Strayhorn-compositie 'Chelsea Bridge' kreeg een even frisse en uitdagende vertolking als destijds bij Duke Ellington.

Ondanks hun cosmopolitische instelling hoort de muziek van Hanrahan, Lurie en Celebration Of Difference niet thuis in de jazzsectoren fusion of 'wereldmuziek'. Van dat laatste bood het Drum Rhythm Festival een fiks aantal voorbeelden. Alles was voorhanden, van exotische jungle-geluiden bij Special EFX, opzwepende Afrikaanse polyritmiek bij de Malinese bard Salif Keita, Afro-Amerikaanse percussie'songs' bij Vinx, tot swingende wereld-fusion van Zawinul Syndicate.

Ex-Talking Heads-zanger en gitarist David Byrne werkte zaterdag in het uitverkochte Muziektheater met beproefde latin-musici. Zij voorzien zijn songs van een 'salsa'-tint. Niettemin krijg je sterk de indruk dat hij zich Afro-Cubaanse en Braziliaanse muziek toegeeigend heeft ten behoeve van zijn eigen succes.

Middels zijn cd-compilaties van Braziliaanse muziek promoot hij de artiesten die hem tot zijn huidige koers inspireerden. Maar een eerlijke uitwisseling van culturen wordt het niet. Zolang zij geen concessies doen aan de westerse smaak, krijgen zij geen kans hun muziek in het westen te brengen. Misschien lukt dat wel wanneer ze een zanger nemen, die het Engels beheerst in plaats van dat voor ons onverstaanbare Spaans en Portugees, en wanneer ze de subtiele ritmes, en verfijnde melodieen en harmonieen, camoufleren met grove rock-riffs. Evenals Kip Hanrahan en John Lurie geeft saxofonist Hans Dulfer niets om stilistische grenzen. In een afgeladen Kleine Komedie bracht hij op de slotavond een eerbetoon aan de in 1963 overleden Surinaamse saxofonist Kid Dynamite.

Bijgestaan door het Surinam Music Ensemble presenteerde hij in zijn 'Kid Dynamite Suite' de mix van Surinaamse feestmuziek en Amerikaanse jazz, waar Kid Dynamite zo goed in was. Hoogtepunt was een fraaie confrontatie tussen Dulfers 'vandik-hout-zaagt-men-planken'-spel, met de onberispelijke toonvorming van de leden van het Amsterdams Saxofoon Kwartet.

Terwijl even na middernacht in het nabije Tuschinski The Harper Brothers uit Amerika hun voorkeur etaleerden voor jaren vijftig-hardbop, ontspoorde de 'Kid Dynamite Suite' in een spannende jamsessie met gastsolisten als Charlie Green en Paul van Kemenade. Mooier kon het Drum Rhythm Festival zich het einde nauwelijks wensen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden