Spanje

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Het is druk op het Sint Jacobspad in Noord-Spanje. Niet iedere pelgrim heeft trek in de ontberingen van de Pyreneeën.

Haro Hielkema

Het loopt al tegen negen uur in de ochtend als er een taxibusje in Roncesvalles komt aanstuiven. De meeste wandelaars op de camino naar Santiago de Compostela zijn dan al minstens een uur in de benen, zoals het hoort. Pelgrims zijn geen uitslapers, en zeker niet in deze Spaanse nederzetting net over de grens met Frankrijk.

’Nog 790 kilometer’ naar de bedevaartsplaats van Sint Jacob staat er op een bord in Roncesvalles. Je kan de dag dus maar beter op tijd beginnen. In de herbergen en kloosters van het grensplaatsje waar de pelgrims overnachten, is het ook afspraak dat je om acht uur weer vertrokken bent.

De taxigangers in het busje hebben overnacht in een hotel in plaats van in herbergen of refugio’s. Ze hebben de vorige etappe, 21 kilometer vanuit het Franse Saint-Jean-Pied-de-Port overgeslagen: een heftige klim tegen de Pyreneeën op, ruim 1000 meter omhoog over de Col van Ibañeta. Ze beginnen de camino pas in Roncesvalles. Anders dan de pelgrims die uit Frankrijk en de rest van Europa komen. Anders ook dan het leger van keizer Napoleon, dat uit eerbied Karel de Grote volgde, wiens manschappen in 778 door de Basken in de pan werden gehakt. En anders dan de troepen van koning Lodewijk die in 812 op hun terugtocht uit Spanje vrouwen en kinderen uit de omliggende dorpen als levend schild meenamen.

Er zijn meer wandelaars die deze bergpaden overslaan en zich voor een stel duiten boven laten afzetten. En er zijn er ook die een arrangement van een paar dagen pakken om een stukje van de camino ’te doen’; zo’n all inclusive tripje waarbij het begeleidende busje net iets harder gaat dan de voetganger.

De aankomst in Roncesvalles – weinig meer dan een kerk, een klooster en wat gebouwen – is niet echt een hoogtepunt. Het vele asfalt is een boetedoening die toch niet voor gelukzaligheid zorgt. Overdag is het stil en saai. Het klooster uit de elfde eeuw gold in de Middeleeuwen als een rijke stopplaats op de Jacobsroute, waar pelgrims nooit tevergeefs aanklopten voor voedsel en onderdak. Nu betalen ze bijna tien euro voor een overnachting.

Het Casa de los Beneficiados (18de eeuw) is een voormalig hospitium dat nu als luxueus hotel met een zeer klassieke uitstraling dienst doet. Een wat overdadige crypte wordt toegeschreven aan Roland, de ongelukkige veldheer van Karel de Grote, aan wie het legendarische Roelantslied is gewijd. In de gotische St. Augustinuskerk (1400) is altijd wel een pelgrim te vinden die rust of inspiratie zoekt.

De eerste dagtocht in Spanje is een van de mooiste etappes ten zuiden van de Pyreneeën. In de fraaie Elmargids ’Te voet naar Santiago de Compostela’ (2008) wordt gesproken over een betoverd bos en een pad dat onder eikebladeren en over alpenweiden voert.

En wie daardoor nog niet wordt aangetrokken, leze in hetzelfde wandelboek de legende over een vermoeide pelgrim. Onderweg verzuchtte hij dat hij wát blij zou zijn met een paard. Die wens ging in vervulling; er stopte een witte merrie voor hem, de wandelaar sprong erop en in galop gingen ze er vandoor. ’Lieve God, wat een fantastische merrie’, riep de pelgrim uit, waarna het dier ’als door een wesp gestoken’ stilhield en de berijder tot zijn schrik ontdekte dat hij wijdbeens op de naakte rug van een oud vrouwtje zat. IJlings sprong hij van haar af en spoedde zich naar een priester om zijn belevenissen te vertellen. Het zou nooit meer gebeuren, verzekerde die: ’Als je voortaan altijd een rozenkrans bij je hebt’.

Pelgrims gaan vroeg op weg. (FOTO HARO HIELKEMA) Beeld
Pelgrims gaan vroeg op weg. (FOTO HARO HIELKEMA)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden