Spanje, land van werklozen

De zeepbel is doorgeprikt: waar Spanje jarenlange groei kende, vooral door grote activiteit in de bouw, ligt het werk nu stil en staat het land intussen op eenzame hoogte wat betreft de werkloosheid. En de vooruitzichten voor de komende tijd zijn slecht. Vooral de immigranten en jongeren worden getroffen.

Op het menu staan vandaag fideuà, pasta op een paella-manier gemaakt, hamkroketjes, groene sla met tomaat en fruit toe. Een rij eters wacht geduldig tot alles door vrijwilligers wordt opgeschept op blauwe kunststofborden met vakjes. Op de achtergrond bezingt Julio Iglésias de liefde, aan de muur hangen portretten van de heilige maagd.

Dit is het eerste restaurant in Spanje dat speciaal bedoeld is voor werklozen. Alleen wie kan bewijzen dat hij in de Madrileense voorstad Móstoles woont en geen werk heeft, mag hier aanschuiven.

José María García is enthousiast over het eten („zo gezond eet ik thuis nooit”) en de sfeer: „Het is hier één grote familie”. García (35) hoorde 17 maanden geleden dat er voor hem geen werk meer was als stenensnijder in de bouw, die jarenlang de motor was achter de economische groei in Spanje. „In de hele omgeving zie je nu geen hijskraan meer bewegen”, gebaart hij in het rond.

„Ik heb nu geen recht meer op een werkloosheidsuitkering, ik woon bij mijn broer”, vertelt García. „Als dit er niet was, zou ik het echt niet weten, ik heb er al aan gedacht te gaan stelen.”

García is een van de weinige autochtonen onder de ongeveer tweehonderd vaste gasten. Er zitten vooral immigranten aan de vijftien lange tafels met witte tafelkleden. Gewone Spanjaarden komen hier bijna niet, beamen ze op het stadhuis van Móstoles. „Voor hen is dit een stap te ver”, zegt Arancha Yaben van de gemeente. „Dit soort voorzieningen is er gewoonlijk alleen voor daklozen en verslaafden. Natuurlijk klop je dan liever aan bij familie als je niet meer kunt rondkomen.”

De werkloosheid in Móstoles, dat in de wat problematische zone Madrid sur (Zuid-Madrid) ligt, is in minder dan een jaar flink toegenomen. Van de 210.000 inwoners hadden er vorig jaar 9500 geen werk, nu zijn dat er 15.000. En omdat de bijstand niet bestaat in Spanje: in Móstoles hebben 4000 werklozen geen inkomen, behalve als ze nog ergens zwart werk weten te vinden. Volgens de katholieke hulporganisatie Cáritas, die in het hele land voorzieningen voor daklozen beheert, is de armoede terug in Spanje. De vraag naar kleding, slaapplaatsen en voedsel nam het afgelopen jaar met tientallen procenten toe.

Het vooruitzicht voor de komende tijd is slecht. De werkloosheid is meer dan 17 procent, het hoogste cijfer van de hele Europese Unie. Tussen februari 2008 en februari 2009 woonde één op de twee nieuwe EU-werklozen in Spanje. Naar verwachting stijgt het werkloosheidscijfer volgend jaar naar bijna 20 procent, hetgeen betekent dat Spanje, op een bevolking van 46 miljoen inwoners, dan bijna 5 miljoen werklozen heeft. Dat tuinbouwers voor de oogst van bijvoorbeeld aardbeien nu een beroep kunnen doen op Spanjaarden in plaats van op Marokkanen en Roemenen, is een teken aan de wand.

Spanje’s vette jaren – de periode 1993-2008 die werd gekenmerkt door een onafgebroken groei van minstens 3 procent per jaar – waren niet mogelijk geweest zonder goedkope arbeidskrachten uit het buitenland. Door immigratie groeide de bevolking de afgelopen vijftien jaar met bijna zes miljoen. Een klein aantal immigranten is inmiddels vertrokken, anderen wachten tot het tij keert.

Antonio Delfín (24) uit Venezuela heeft nog niet bij Cáritas aangeklopt, maar het leven is wel erg moeilijk geworden, zegt hij. Hij zit op de bank bij een vriend in Collado Villalba, een voorstad in een dal van de Sierra de Guadarrama ten noorden van Madrid. Hier werkte hij in een distributiecentrum van Coca-Cola en in de bouw, maar hij heeft al tijden geen werk meer. „Mijn broer zit in het daklozencentrum hier, maar ik huur nu een goedkopere kamer. Om die te betalen heb ik vorige week mijn tv, playstation en dvd-speler verkocht.”

Geld is er alleen nog af en toe, als hij ergens een dag aan de slag kan. „Ik leef van wat ik van vrienden, andere Venezolanen, krijg of kan lenen. En als de supermarkt dichtgaat, zoek ik naar spullen die ze hebben weggegooid die nog goed zijn.”

Delfíns vriend Rafael Yepez (30), net als Delfín illegaal, heeft op dit moment ook niets. Hij loopt op krukken, ’een ongelukje bij het basketballen’. Hij heeft mazzel, zegt hij, dat hij niets voor de behandeling hoefde te betalen. Ook een geluk dat hij onderdak heeft gevonden bij een kennis. Teruggaan is voor Yepez geen optie. „Ik wacht liever de zomer af, dan kan ik aan de slag als ober. Er zijn zoveel illegale obers hier, dat is helemaal geen punt. En in Venezuela heb je Hugo Chávez, een gek, en het is er gevaarlijk. Er is zoveel criminaliteit, ze schieten je overhoop voor een paar schoenen.”

Ook Otón Uillegas (30) uit Ecuador, de enige in dit gezelschap die wel legaal in Spanje is, peinst er niet over terug te gaan. Hij werkte jaren in de bouw en is sinds 14 maanden werkloos. Hij is gescheiden en woont met zijn dochter bij zijn moeder. Hij moet het nu doen met 150 euro per maand. „Dat bedrag hou ik over van mijn uitkering als de huur er af is. Toen er nog veel werk was, maakte ik dagen van twaalf uur op bouwplaatsen. Ik verdiende toen wel 2500 euro per maand. Spanjaarden doen dat niet, die zijn veel luier.”

„Het is een kwestie van afwachten”, denkt Uillegas. „Ik heb op tv gehoord dat de economie weer gaat aantrekken over één, twee jaar. Dan wordt er ook wel weer gebouwd hoor”, weet hij zeker.

Behalve immigranten treft de crisis vooral jongeren. Spanje voert in de EU ook de jeugdwerkloosheidslijst aan. Spaanse jongeren stonden de laatste jaren bekend als de ’mileuristas’, vaak hoger opgeleiden die onder hun niveau werken en te weinig verdienen (rond de 1000 euro) om een huis te kopen of te huren. Ze blijven bij hun ouders wonen en stellen het samenwonen, trouwen en kinderen krijgen uit.

Belen Carrera (29) bijvoorbeeld, die staat te wachten in de rij voor het arbeidsbureau bij het Atocha-station in Madrid, was jarenlang een mileurista. „Verdiende ik het nog maar”, zucht Carrera die tot twee maanden geleden in een kledingzaak werkte. „Er is absoluut geen werk. Ik krijg een uitkering van 70 procent van mijn laatst verdiende loon, 670 euro. Als de huur eraf is, houd ik 270 euro over. Maar het ergste is het gebrek aan perspectief, er is gewoon helemaal niets.”

Er zijn er ook die niet meer wíllen zoeken. Een groepje activistische werklozen bivakkeert sinds maart voor de deur van het Spaanse Catshuis, het Palacio de Moncloa, ’om premier Zapatero met de neus op de feiten te drukken’. Ze zitten in short en ontbloot bovenlijf in de zon, maken broodjes met rauwe ham en chorizo. Het lijkt een campingtafereel, maar de mannen zijn allesbehalve met vakantie, zeggen ze met nadruk.

’Als er geld is voor de banken, moet er ook geld zijn voor de arbeider’ staat er op een spandoek, waarachter een slaapplaats is ingericht. „Het is toch belachelijk om te werken voor zo weinig geld”, zegt hun woordvoerder, José Sanchez (45), een ex-bouwvakker die nu leeft van de ’solidariteit van anderen’. „Werkgevers maken misbruik van de crisis en betalen je nu nog slechter dan ervoor. Wij eisen behoorlijk werk, betere salarissen en fatsoenlijke woningen.”

Maar daarvoor moet het systeem veranderen, bromt Sanchez. Van de bonden valt niets te verwachten, denkt hij. „In plaats van dat ze de mensen de straat opsturen, willen ze praten en onderhandelen.”

In de meer dan 55 dagen dat ze nu bij ’ZP’ op de stoep zitten, hebben ze de premier twee keer ’heel hard’ voorbij zien rijden. Ook Cándido Mendez, de belangrijkste vakbondsbaas van de bond UGT, snelde voorbij. „Van hem valt me dat nog wel het meeste tegen”, zegt Sanchez. „Hij zou ons toch moeten vertegenwoordigen.”

Elvira González is econoom bij het Ceet, het Centro de Estudios Económicos de Tomillo in Madrid, een instituut dat gespecialiseerd is in de arbeidsmarkt en sociaal beleid.

Waarom is de werkloosheid in Spanje zoveel hoger dan in andere Europese landen?

„Heel veel banen zijn verloren gegaan in de bouwsector, die door speculatie en een lage rente een enorme vorm kon aannemen en als een zeepbel uit elkaar is gespat. Daar kwam de wereldwijde crisis overheen. Spanje springt er in statistieken altijd uit door extremen. Aan het begin van de crisis had 30 procent van de werknemers een tijdelijk contract, twee keer zoveel als het gemiddelde in de EU. In een jaar tijd verloren meer dan een miljoen werknemers met een tijdelijk contract, die goedkoop zijn te ontslaan, hun werk.”

Een herstel van de bouwsector valt niet te verwachten.

„Het zal nooit meer worden zoals het was, en het moet ook nooit meer zo worden. Bijna 18 procent van het nationaal inkomen komt uit de bouw, opnieuw een record. Spanje zit met minstens 800.000 onverkochte huizen. Dat blijft voorlopig zo, de prijzen zijn nog niet genoeg gezakt.”

De werkgevers willen mensen makkelijker kunnen ontslaan, is dat een oplossing?

„De Spaanse arbeidsmarkt heeft zeker meer flexibiliteit nodig, nergens in de EU zijn de kosten voor ontslag van werknemers met een vaste overeenkomst zo hoog. Maar de socialistische regering van Zapatero wil zijn vingers niet branden aan de ontslagbescherming. De conservatieve oppositie zegt dat zij dat wel durven, maar zij zijn daar in het verleden ook nooit in geslaagd. En het is overigens de vraag in hoeverre het helpt. Dat weten we gewoon niet.”

Zijn er nog andere factoren?

„De Spaanse economie leunt behalve op de bouw op het toerisme. Maar het is een vorm van toerisme die voor een belangrijk deel nog steeds van lage kwaliteit is, veel goedkoop massavermaak. Verder hebben we de industrie, de auto-industrie is bijvoorbeeld belangrijk, en die is zoals bekend ook crisisgevoelig.”

Hoe verklaart u de hoge jeugdwerkloosheid? 31 procent van de Spanjaarden tot 25 jaar heeft geen werk.

„Ook hier valt Spanje op door uitschieters. We hebben ontzettend veel jongeren met een universitaire opleiding. Maar we we zijn ook kampioen schoolverlaten: 30 procent van de Spaanse jeugd heeft eigenlijk alleen basisonderwijs gevolgd. Die konden tot voor kort nog wel in de bouw terecht, maar dat gaat dus ook niet meer. En tussen de schoolverlaters en de universitair geschoolden zit bijna niets; beroepsonderwijs is in Spanje nauwelijks ontwikkeld.”

Premier Zapatero zei onlangs dat het ergste achter de rug is.

„Dat geloof ik niet, dat is veel te optimistisch. Met dit soort uitspraken zet de regering haar geloofwaardigheid op het spel. De Europese Commissie voorziet dat de crisis in Spanje langer gaat duren dan in andere landen, juist door de problemen in de bouwsector. En de werkloosheid gaat naar 20 procent.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden