Spanje kan Franco niet vergeten

reportage | De Spaanse dictator Franco is precies 40 jaar dood. Nabestaanden van zijn slachtoffers rouwen nog altijd. Maar zijn aanhang vecht juist voor eerherstel voor de Generalísimo.

Manuel López Conde (86) kucht telkens als hij vertelt over de pijnlijkste episodes rond de verdwijning van zijn vader. Die is nog steeds zijn grote held. "Mijn vader gaf mij als jongen les op het strand toen er bij ons nog geen school was", vertelt hij in de flat in Madrid waar hij met zijn echtgenote woont. Zijn jeugdidylle spatte uiteen door de Spaanse Burgeroorlog (17 juli 1936 - 1 april 1939). Zijn vader was een van de eerste slachtoffers. López Conde houdt de latere dictator Francisco Franco verantwoordelijk voor zijn dood.

Het is vandaag veertig jaar geleden dat Franco overleed. "Toen hij lag opgebaard en duizenden mensen afscheid van hem namen, vierde ik dat juist. Mijn vrouw, zwager en ik proostten op de dood van Franco, die zoveel ellende had veroorzaakt."

Waarom het noodlot uitgerekend zijn vader Manuel López Flores trof, weet hij nog steeds niet. López Flores was boekhouder bij een tonijnverwerkingsbedrijf in de Andalusische kustplaats Rota. Politiek actief was hij niet, wel een vrijmetselaar met liberale opvattingen, wat bij Franco-gezinden niet goed lag.

Opgepakt

In augustus 1936 werd zijn vader opgepakt. Zijn moeder vertelde haar zoon dat vader elders moest werken. "Zij heeft mij voor de gek gehouden", zegt López Conde. Op de dag dat zijn vader terug zou komen maakte zijn moeder broodjes klaar om met de hele familie in een naburig dorp de Heilige Maagd te danken. Maar zijn vader kwam niet thuis, hij bleek met onbekende bestemming te zijn afgevoerd.

Later hoorde López Conde dat zijn vader tegen Franco aan het vechten was, en dan weer dat hij naar Latijns-Amerika was gevlucht. Waarschijnlijk zou hij snel een brief schrijven, zei zijn moeder. "Maar die brief kwam nooit."

Van een getuige hoorde hij dat zijn vader vlakbij zijn bedrijf in een eucalyptusboomgaard gefusilleerd zou zijn. Zijn lichaam vond hij nooit.

De bloedige burgeroorlog zou aan een half miljoen mensen het leven kosten. Opstandige generaals onder leiding van Franco wilden met geweld de democratische republiek ten val brengen. Nadat Franco als winnaar uit de strijd was gekomen, doopte hij zichzelf tot alleenheerser.

Tijdens zijn repressieve dictatuur, gestoeld op fascisme, katholicisme en nationalisme, kwamen nog zeker tienduizenden tegenstanders om. Hij liet politieke tegenstanders oppakken. Die kwamen terecht in concentratiekampen, werden gemarteld en omgebracht. Nog lang niet alles is bekend van die periode. Archieven zijn vaak nog gesloten. Na de dood van Franco in 1975 kon Spanje eindelijk stappen zetten richting democratie. Voor velen was het een verlossing.

Herdenking

Heel anders kijken ze terug op het Franco-tijdperk in de chique sociëteit Casino Madrid. Een handjevol vooral oudere bezoekers neemt plaats in een zaal waar stemmige operamuziek uit de speakers klinkt. De uitnodigingen voor de Franco-herdenking liggen op de stoelen.

Er wordt een boek gepresenteerd van de omstreden historicus Luis Suárez die poogt aan te tonen dat Franco niets van doen had met Adolf Hitler of Benito Mussolini, met wie de Spanjaard in één adem wordt genoemd. Positieve interpretaties van het franquisme zijn belangrijk voor zijn aanhangers, die proberen de dominante geschiedschrijving onderuit te halen. Zij claimen dat Franco geen nazi of fascist was, maar boven alles een katholiek die Spanje orde en welvaart bracht.

"De geschiedenis wordt gemanipuleerd door revanchisten", zegt Jaime Alonso, vicepresident van de stichting die Franco's gedachtengoed levend wil houden. Alonso's familie kreeg het goed onder Franco, nadat zijn vader in de burgeroorlog had gevochten. En in zijn beleving hebben de Spanjaarden zich na de gewelddadigheden van de oorlog met elkaar verzoend. "Het boek was dicht."

Toen Franco stierf was Alonso een 19-jarige rechtenstudent. Hij was diep onder de indruk van de lange rijen mensen die afscheid kwamen nemen. "Ik begreep toen dat ik een unieke periode had meegemaakt. Op dat moment ben ik echt franquist geworden." Nu, veertig jaar later, doet het hem pijn dat de caudillo (leider, de bijnaam van Franco) als 'een monster' wordt afgeschilderd.

Triomfboog

Die caudillo is nog ruimschoots aanwezig in het Spaanse openbare leven, getuige de talloze straatnamen van generaals en veldslagen uit de Franco-tijd. In het centrum van Madrid staat nog altijd een triomfboog die aan hem herinnert en in de exclave Melilla een heus standbeeld. Ook de Vallei der Gevallenen staat nog fier overeind, het bombastische bouwwerk even buiten Madrid waar Franco begraven ligt.

En dat terwijl in 2007 een wet is aangenomen die de slachtoffers van burgeroorlog en dictatuur erkent. De wet schrijft ook voor dat symbolen die de Franco-tijd ophemelen verwijderd moeten worden, maar dat is nog nauwelijks gebeurd. Progressieve bestuurders die dit jaar de lokale verkiezingen wonnen, onder wie burgemeester van Madrid Manuela Carmena, hebben beloofd schoon schip te maken.

Het is de Franco-stichting allemaal een doorn in het oog. Alonso vergelijkt het verwijderen van de symbolen met het vernietigen van historische objecten door IS. "Je mag de geschiedenis nooit uitwissen. Van mij mag er ook een beeld van een links figuur overeind blijven. Als iedereen die Spanje heeft gevormd maar vertegenwoordigd blijft."

De veertigste sterfdag van Franco zal in ieder geval niet onopgemerkt voorbijgaan. In het hele land staan missen gepland en in Madrid wordt de caudillo zondag vlakbij het koninklijk paleis met een demonstratie herdacht.

Ook uit de hedendaagse politiek is Franco nog niet verdwenen. Tegenwoordig vindt het leeuwendeel van zijn sympathisanten onderdak bij de regerende conservatieve Volkspartij van premier Rajoy, stelt historicus Ángel Viñas. "Die partij stemt vrijwel altijd tegen of onthoudt zich van stemming als die jaren ter discussie staan."

Een peiling uit 2010 onder het electoraat van de Volkspartij wees uit dat 70 procent naast negatieve ook positieve kanten ziet aan de Franco-tijd. En onlangs werd bekend dat de regering de kas van de Franco-stichting spekte met 150.000 euro. De stichting ontkent.

Wie in ieder geval geen overheidssteun krijgt is de slachtofferorganisatie die mensen als Manuel López Conde helpt bij het opsporen en identificeren van vermiste familieleden. Bij het aantreden van de Volkspartij verviel de financiële steun waar die organisatie voorheen op kon rekenen. Toen premier Rajoy onlangs met dat feit werd geconfronteerd antwoordde hij droog: "Dat wist ik niet".

Beerput

Emilio Silva, directeur van de slachtofferorganisatie, zit niet zozeer te wachten op geld van de overheid. "Wij willen dat de staat ons werk gaat doen. In Latijns-Amerikaanse voormalige dictaturen gebeurt dit, maar niet in Spanje.", vertelt hij in een bar in de Madrileense wijk Salamanca.

De oorzaak is volgens Silva dat er met meer onderzoek een beerput kan opengaan. "Het probleem is dat veel politici van na de transitie zonen van franquistas waren. Zij vrezen de gevolgen".

Plotseling stapt een man geërgerd op van de tafel naast ons. "Hij is het vast niet met mij eens", zegt Silva gelaten. "Dit is dé wijk waar Franco's getrouwen altijd hebben gezeten".

Inmiddels hebben duizenden familieleden Silva's organisatie om hulp gevraagd. Het aantal vermisten is echter veel groter, zo blijkt uit een lijst met 143.353 namen die de bekende rechter Baltasar Garzón in 2008 overhandigd kreeg.

López Conde hoopt dat hij zijn vader nog kan begraven. En intussen leeft die in zijn herinneringen. "Ik zal nooit vergeten dat als het eb werd op het strand van Rota, mijn vader in het fijne zand letters en cijfers schreef om mij te onderwijzen."

Silva sluit niet uit dat er door intensief onderzoek in een schijnbaar vergeten zaak zoals deze toch nog iets boven water komt. De vraag is alleen of dit op tijd komt voor López Conde. "Voordeel is dat er nu politici komen die in de democratie zijn opgegroeid. Het nadeel is dat de directe getuigen langzaamaan sterven."

'Leider van Spanje bij de gratie Gods'

Francisco Paulino Hermenegildo Teódulo Franco y Bahamonde Salgado Pardo (1892-1975) werd geboren in het Galicische El Ferrol. Gelegerd in Noord-Afrika maakt hij snel carrière en schopte het tot generaal. Eenmaal aan de macht liet Franco, overtuigd katholiek, zich door de kerk benoemen tot 'Leider van Spanje bij de gratie Gods'. De Generalísimo, zoals hij ook werd genoemd, was getrouwd en kreeg één dochter, Carmen Polo. Zij is nog steeds actief binnen de Francostichting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden