Spakenburgse superderby is deze keer dubbel circus

De messen zijn geslepen voor de derby der derby's tussen IJsselmeervogels en Spakenburg. De Rooien en de Blauwen staan elkaar niet meer naar het leven, maar er staat wel een titel op het spel.

REPORTAGE | NIELS POSTHUMUS | SPAKENBURG

De meest beladen voetbalderby van Nederland is gek genoeg een amateurwedstrijd. IJsselmeervogels tegen Spakenburg: Rood tegen Blauw. Vandaag is de aftrap, en voor het eerst in de geschiedenis beslist de derby waarschijnlijk het kampioenschap. Wint Spakenburg, dan zou het bovendien theoretisch voorlopig de laatste voetbalbroedertwist kunnen zijn.

Een groep mannen zit op een houten bankje voor de kantine van voetbalclub IJsselmeervogels. Het is donderdag en het schemert. Ze roken een sjekkie en bekijken de training van het eerste elftal op het hoofdveld. Dat valt nog niet mee. Pal voor hen is eerder die dag een extra tribune verrezen. Ze kunnen er maar net omheen kijken. De stadionuitbreiding is nodig voor zaterdag, vertellen ze, want dan staat de wedstrijd tegen buurman Spakenburg op het programma, de derby aller derby's. De 9000 plekken in het rode stadion aan de Westdijk 14 zullen dan stijf uitverkocht zijn, als de meest beladen wedstrijd van het Nederlandse amateurvoetbal aftrapt, in een sfeer die zelfs in het profvoetbal ongekend is. Deze donderdag is het vooral feest: de laatste training, vuurwerk, clubliederen en vooral veel bier. Derbydonderdag is een traditie.

Nog geen tien meter verderop, hetzelfde tafereel aan de Westdijk 12. In een al even mooi en modern stadion, maar dan blauw, stromen eveneens tientallen supporters de tribune op. Biertje in de hand. Het ophitsende 'Eye of the Tiger' schalt uit de stadionspeakers en overstemt zelfs hun gezang. De rockhit is tot op de velden van IJsselmeervogels te horen. "Ga je nu naar de Blauwen?" vraagt het groepje mannen voor de kantine in koor aan een nieuwsgierige jongen, die naar de buren loopt om te kijken waar de muziek vandaan komt. "Zou ik niet doen", voegt één van de mannen hem lachend toe. "Je kunt je schoenen wel weggooien als je eenmaal op het veld van Spakenburg hebt gelopen; die stinken dan zo."

De toon is gezet. Spakenburg is al weken in de ban van de aanstaande dorpsderby. De messen zijn geslepen aan beide zijden van het hek, het enige dat de twee sportcomplexen scheidt. Het is in deze derby dan ook niet alleen de dorpse eer die op het spel staat. Wie wint wordt hoogstwaarschijnlijk ook landelijk zaterdagkampioen. "Het wordt dus dubbel circus", voorspelt IJsselmeervogelssupporter Theo Koelewijn.

Klassieke derby's kent het Nederlandse voetbal eigenlijk maar nauwelijks: Feyenoord-Excelsior, Twente-Heracles, Vitesse-NEC. Om uiteenlopende redenen verdienen ze het predicaat derby toch net niet. Jammer, want een fijne derby, een altijd beladen wedstrijd tussen twee ploegen uit dezelfde streek, is zonder twijfel het mooiste dat voetbal de wereld te bieden heeft. Nergens zo veel emotie, zo veel heroïek en zo veel mythische verhalen als rond een derby. Kijk maar in Engeland, naar wedstrijden van Manchester United en stadsgenoot City; zie ook AC Milan en Inter, twee clubs die in Italië één stadion delen; en wat te denken van Atletico tegen Real in Madrid? Derby's zijn zinderende wedstrijden. Hele seizoenen kunnen in negentig derbyminuten worden gered of juist gebroken.

In Nederland moet je voor de mooiste derby dus naar de amateurs. Amateurisme is bij de twee clubs uit Spakenburg overigens een rekbaar begrip. Door de onderlinge rivaliteit gaat er in beide clubs buitengewoon veel geld om. Vanuit zowel de businesslounge van het stadion aan de Westdijk 14, als vanuit de skyboxen van Spakenburg zie je een zee aan sponsorborden onder je. Geen bedrijf in de wijde omtrekt dat niet één van beide clubs financieel steunt. Bij de IJsselmeervogels-fanshop is bovendien ieder denkbaar soort merchandise te koop: polo's, T-shirts, voetballen, jassen, truinen, vaantjes, zweetbandjes, cd's met clubliederen, babykleertjes. De fanshops van Ajax en PSV zijn er niets bij.

Het bijzondere aan de wedstrijd tussen IJsselmeervogels (de Rooien) en Spakenburg (de Blauwen) is dat er geen twee andere clubs ter wereld zijn die zo bovenop elkaars lip zitten. AC Milan en Inter mogen een stadion delen, hun trainingscomplexen bevinden zich aan verschillende zijden van Milaan. Aan de oever van het IJsselmeer staan de sportcomplexen van Rood en Blauw sinds 1968 pal naast elkaar. De clubs kunnen het gejuich van elkaar horen; ze kunnen bij elkaar naar binnen gluren; ze kunnen elkaar elke dag treiteren.

"Vroeger was het puur haat en nijd", zegt Theo Koelewijn. "Als je als Rooie van je oma geld kreeg voor een ijsje, en je zei dat je dat ging kopen in de kantine van Spakenburg, dan kon je het meteen weer inleveren." Hele families werden door voetbalruzies verscheurd. Maar zoals toen is het al lang niet meer, zegt Kees Molestein. Hij zit in café "BU2", op steenworp afstand van de stadions. "In deze kroeg komen zowel Blauwen als Rooien. Dat is geen enkel probleem."

"Toch hangt er wel spanning in het dorp", haakt Koelewijn in. "Je moet het zo zien: morgen geven Rooie en Blauwe werknemers elkaar een hand en gaan dan uit elkaar. Tot aan de wedstrijd praten zij niet meer met elkaar. Je Blauwe buurman, je Blauwe vrienden, zelfs je Blauwe vriendin ken je even niet meer. Pas na de wedstrijd zie je elkaar weer staan. Dat is nog altijd zo."

Bijna één op de vijf mensen in Spakenburg en het aanpalende Bunschoten (samen 20.000 inwoners) is lid bij IJsselmeervogels of Spakenburg. Neutraal zijn op voetbalgebied bestaat simpelweg niet in het dorp. Iedereen dient kleur te bekennen. Voetbal en identiteit zijn nagenoeg synoniem. De bakker? - een Blauwe. De dokter? - ook een Blauwe. De belastingadviseur? - zo Rood als een kreeft. "Het is tegenwoordig niet meer zo dat Blauwe en Rode zwagers met elkaar op de vuist gaan tijdens familiedagen", zegt Koelewijn. "Maar het blijft de eerste vraag als je wordt voorgesteld aan de ouders van je nieuwe meisje: ben je Rood of ben je Blauw?

Spakenburg wordt sinds drie jaar rond elke derby uit voorzorg drooggelegd. Tussen twaalf en vier uur 's middags mogen de cafés in heel het dorp geen alcohol schenken. Tot grote frustratie van de supporters. De sfeer tussen de clubs is juist de laatste jaren erg verbroederend, zeggen zij. "Als hier wordt gevochten, zijn dat altijd mensen van buiten", klaagt Koelewijn. Hij doelt op de rellen tussen supporters van IJsselmeervogels en het Katwijkse Quick Boys. Dronken Katwijkers bestormden in 2007 de feesthal van de Rooien. De burgemeester sprak van de ergste rellen ooit in het amateurvoetbal en besloot voortaan maatregelen te treffen. Ook bij de derby's. Voor de zekerheid. "Want een risicowedstrijd is het natuurlijk wel", geeft Molestein uiteindelijk schoorvoetend toe.

Wat heet? De derby van vandaag is in ieder geval spannender dan ooit. Nog nooit stonden de twee clubs uit Spakenburg bij de aftrap van een derby zo dicht bij elkaar in de competitie, en nog met z'n tweeën bovenaan ook. Eén punt staat Spakenburg voor op het thuis spelende IJsselmeervogels. "Bovendien gaat het natuurlijk om de allereerste titel in de Topklasse", zegt Spakenburg-voorzitter Marc Schoonebeek. Wie kampioen wordt, schrijf dus geschiedenis. "Het voelt als een finale", vindt ook IJsselmeervogels-voorzitter Peter van Diermen. "De kaartverkoop is nóg weer een aantal factoren hoger dan bij vroegere derbywedstrijden."

Het zit zo: tot vorig jaar waren de topteams bij de zaterdagamateurs, waaronder IJsselmeervogels en Spakenburg, verdeeld over drie afdelingen. De drie afdelingskampioen streden aan het einde van het seizoen om het zaterdagkampioenschap. In de nieuwe Topklasse spelen de zestien beste teams direct, in één competitie tegen elkaar. Deze veel sterkere competitie dient de aantrekkelijkheid van het voetbal ten goede te komen en moet bovendien de door de KNVB gewenste doorstroom van amateurvoetbal naar de eerste divisie stimuleren. Saillant detail is dat uitgerekend Spakenburg één van de weinige amateurclubs is die heeft aangegeven misschien wel open te staan voor een entree in het Nederlandse profvoetbal. Mochten de Blauwen kampioen worden, dan bestaat dus de kans dat zij die gok wagen. Dat zou het voorlopige einde betekenen van de derby. Voor het eerst sinds 1950 zouden de twee Spakenburgse clubs dan niet meer op hetzelfde niveau acteren. Iedereen in het dorp is het er over eens: dat zou een regelrechte ramp zijn.

Clubman van de IJsselmeervogels Peter Kok, al 58 jaar lid bij de Rooien, gelooft daarom niets van de Blauwe ambities. "Het is alleen om interessant te doen", zegt hij. "Een hoop blabla, maar uiteindelijk doen ze het niet." Ook de voorzitter van zijn club, Van Diermen, denkt dat het zo'n vaart niet zal lopen. "Je moet als amateurclub aan zulke strenge eisen voldoen, wil je het betaald voetbal in", zegt hij. "Je moet je accommodatie aanpassen en ten minste zestien contractspelers hebben. Dat kost een hoop geld. Ik geloof niet dat Spakenburg dat echt wil. Bovendien moet je in de eerste divisie op vrijdag spelen. Dat is in Spakenburg niet handig. Bijna alle mensen zitten hier in de detailhandel. Die werken vrijdag allemaal tot laat."

Spakenburg-voorzitter Schoonebeek zegt echter nog altijd serieus met de KNVB in gesprek te zijn. Wel benadrukt hij dat eventuele concrete plannen nog aan de leden moeten worden voorgelegd. En die zullen tegen stemmen, weet Spakenburg-supporter Wouter van de Bos zeker. Om één doodsimpele reden: "Al geven ze ons een half miljoen euro, wij willen hoe dan ook de derby behouden."

Maar zou het niet fijn zijn voor één keer die doorgaans succesvollere Rooien met een plek in de eerste divisie de loef af te steken? "Dan degraderen we het volgende seizoen toch weer meteen", zegt Van de Bos. Natuurlijk doet het hem wel eens pijn dat de IJsselmeervogels vaker kampioen worden dan Spakenburg. "Maar qua overwinningen in de derby staan wij volgens mij juist voor", haast hij zich daaraan trots toe te voegen.

Bovendien geven zelfs aanhangers van IJsselmeervogels toe dat de sfeer bij Spakenburg doorgaans gezelligger is dan bij hen. "De IJsselmeervogels zijn professioneler georganiseerd", zegt clubman Kok. "Daardoor winnen we meer." Maar er blijft kennelijk ook minder tijd over om lol te maken. Van de Bos: "Bij ons is het altijd gezellig, omdat wij al zo vaak teleurstellingen hebben meegemaakt. Wij hebben geleerd ook te feesten als we hebben verloren. Dat is het verschil met IJsselmeervogels." Hij denkt even na: "Maar deze derby gaan we winnen, hoor. Ik gok: 1-3."

S.V. Spakenburg - club van klerken, boeren en kooplui
Bijnaam: de Blauwen

Aantal leden: 1410

Stadioncapaciteit: 8500

Landskampioenschappen: 1

Het aantal kampioenschappen van sportvereniging Spakenburg steekt misschien wat mager af tegen de erelijst van v.v. IJsselmeervogels, maar dat is louter relatief. Praktisch elke amateurclub zou een moord doen voor de prijzenkast van het blauwwitte Spakenburg. De club staat op de ranglijst aller tijden zelfs op een derde plek.

Spakenburg ontstond in 1931, onder de naam Stormvogels, als club voor klerken en boeren. Na een fusie met gymnastiekvereniging Lycurgus in 1947 veranderde de naam in s.v. Spakenburg. Aansprekende mensen als Joop van Basten werkten bij de club. De vader van Marco van Basten had begin jaren zeventig het selectie-elftal onder zijn hoede.

Het meest succesvolle jaar voor Spakenburg was 1985. Toen veroverde de club zijn enige zaterdag- en enige algehele landstitel bij de amateurs. Daarnaast won Spakenburg sinds 1970 wel drie afdelingstitels - tegen 17 van deze titels voor IJsselmeervogels.

Zoeter nog dan dit kampioenschap smaakte voor veel Blauwen echter het seizoen 2007-2008. Toen droogde Spakenburg aartsrivaal IJsselmeervogels tot twee keer toe af met ongekende cijfers. In het blauwe stadion werd het 7-1. Op bezoek in het stadion van IJsselmeervogels won Spakenburg met 1-5.

V.V. IJsselmeervogels - Club van volk en vissers
Bijnaam: de Rooien

Aantal leden: 1850

Stadioncapaciteit: 9000

Landskampioenschappen: 6

Voetbalvereniging IJsselmeervogels is de meest succesvolle Nederlandse zaterdagamateurclub aller tijden. De in roodwit gehulde recordkampioen, traditioneel de club van de vissers, voert soeverein de ranglijst aan. IJsselmeervogels behaalde sinds 1970 elf titels in de zaterdagafdeling van de hoogste amateurklasse en scoorde in die periode ruim 800 doelpunten meer dan dat er geïncasseerd werden. Zes van de elf keer wisten de Rooien uit Spakenburg bovendien de tweekamp tegen de zondagkampioen te winnen en zich te kronen tot algeheel Nederlands amateurkampioen. Dat lukte ook vorig jaar.

IJsselmeervogels zag 79 jaar geleden het levenslicht als NAS. Dat stond voor: Na Arbeid Sport. Via VVIJ en v.v. IJsselmeer ontstond de huidige naam in 1937, na een fusie met voetbalclub Strandvogels.

Zijn onbetwistbare sportieve hoogtepunt beleefde IJsselmeervogels in 1975, toen de amateurclub de halve finale van de nationale KNVB-beker bereikte door in de kwartfinale profclub AZ'67 te verslaan. In de halve finale stopte FC Twente weliswaar de zegetocht van de amateurs, maar de ongekende prestatie leverde de roodwitte Spakenburgers toch de titel 'Sportploeg van het jaar' op. IJsselmeervogels is de enige amateursportvereniging die deze prijs ooit won.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden