Spaanse premier heeft weinig te vrezen

Wat de Baskische afscheidingsbeweging Eta ook bereikt met haar bommen, niet dat de steun van de Spaanse kiezers voor het politieke establishment afbrokkelt.

Al evenmin dat ze terugdeinzen voor de gang naar het stemlokaal. Dat gebeurt hooguit in een aantal afgelegen Eta-broeinesten in Spaans-Baskenland. De reactie van de Spanjaarden op de hervatte Eta-acties is klip en klaar: niet wijken voor terreur, nog hardere aanpak van Eta-terroristen, pal blijven staan achter de gevestigde politiek. Wat dat laatste betreft, hoeft de Partido Popular van premier José Maria Aznar zich weinig zorgen te maken. Alle peilingen voorspellen een zege voor de conservatieve PP bij de parlementsverkiezingen van morgen.

Volgens de peilingen komt de PP uit op 42 procent, 3 procent meer dan in 1996. Daar stelt de oppositionele socialistische Psoe van Joaqium Almunia, opvolger van oud-premier Felipe González, ruim 37 procent tegenover, een half procent verlies. Het PP-percentage is goed voor krap 170 zetels -een winst van 10- maar niet genoeg voor een absolute meerderheid in de 350 zetels tellende Cortes, het parlement. Er zal dus weer gehengeld moeten worden naar de steun van regionale partijen.

Was alleen de economie de bepalende factor, dan zou Aznar met twee vingers in de neus die absolute meerderheid halen. Men is redelijk tevreden. Met een 'vaste' groei van ruim drie procent per jaar is Spanje al jaren één van West-Europa's snelst groeiende economiën. De werkloosheid is nog de hoogste van de Europese Unie, maar ligt met 15 procent 8 procent lager dan bij het aantreden van de Aznar in 1996. En hoewel de inflatie vorig jaar met 3 procent het dubbele was van het jaar daarvoor, voorspelt minister van financiën Rodrigo Rato, overmand door het 'Zwitserlevengevoel', over een jaar of tien zelfs volledige werkgelegenheid.

Spanje is booming, net als eind jaren '80 onder González. Alleen, toen ging die bloei gepaard met een maatschappelijk-culturele opleving. La Movida maakte van Madrid het bruisende mekka van Europa. Madrid was cool.

Daar is weinig van over. Het land is onder Aznar ingedut, en vooral dat harkerige, 'grijze-muis'-imago van de premier, de laatste centrum-rechtse regeringsleider in West-Europa, heeft daartoe bijgedragen. Het weerhoudt de Spanjaarden ervan massaal achter de zegekar van de PP aan te hollen.

Toch weet de Psoe daar geen boter uit te braaien. Partijleider Almunia probeert wel het Haider-effect uit te spelen door de conservatieve regering verantwoordelijk te stellen voor de rassenrellen in El Ejido, vorige maand, of Aznar het falen van de uitleveringspogingen rondom Pinochet in de schoenen te schuiven. Maar veel haalt dat niet uit. Evenmin als het linkse pact tussen de Psoe en de ex-communistische Izquierda Unida. Met 'leuke dingen voor linkse mensen', zoals beloften tot het sluiten van twee kerncentrales, de invoering van een ecotax of verlaging van gas- en telefoontarieven, hoopt het 'linkse front' het tij nog te keren. Maar het lijkt een doodgeboren kindje, en CiU van Francisco Frutos -opvolger van Julio Anguita, de 'Rode Kalief uit Cordoba'- staat op een halvering van zijn zeteltal.

Zo lijkt Aznar onbedreigd aan zijn tweede ambstermijn te kunnen beginnen. Hij kon de voorgaande 4 jaar ongestoord regeren dankzij steun van de 16 CiU-afgevaardigden en de vier leden van de kleine regionale Canarische Coalitie. Eerst kwamen daar nog de vijf zetels van de PNV, de gematigd nationalistische Baskische partij, bij. Maar met het einde van het Eta-bestand in december was het ook gedaan met het verstandshuwelijk tussen Aznar en de PNV. De Baskische nationalisten weigerden om de politieke contacten met de radicale Basken in het zogeheten Pacto de Estella te verbreken. Dat pact was erop gericht de Baskische radikalinski's van Euskal Herritarrok in de politieke arena te houden, en hen niet nog verder af te laten glijden in terreur en extremisme.

Aznar moet dus straks, net als 4 jaar geleden, de oren laten hangen naar de Catalaanse CiU. Dat betekend nog verder opgeschroefde eisen van de partij van Jordi Pujol, de 'onderkoning' van Spanje, die Aznar het vel over de oren zal halen. Vier jaar terug deed hij dat ook al. Steun in ruil voor vergaande politieke en culturele autonomie en verdubbeling van het percentage van de loon- en inkomstenbelasting dat naar de eigen regio gaat, van 15 naar 30.

Benieuwd wat Pujol straks uit de hoed zal toveren. De PP zal weer diep moeten buigen. De campagne van de PP in Catalonië richting CiU was al poeslief. Scènes als vier jaar geleden zullen straks vast achterwege blijven. Toen dansten op de zondag na de uitslag honderden PP-supporters in blauwe partijkleuren voor het hoofdkwartier van Pujol's CiU, met hatelijke spreekkoren: ,,Pujol, kleine man, spreek Spaans, als je kan.'' Een PP-partijstrateeg in Barcelona krijgt daar nog de rillingen van. ,,Ik betwijfel het of men dat morgen weer zal roepen, maar als ze het doen, zal ik hen persoonlijk de mond snoeren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden