Review

Spaanse noblesse van Teresa Berganza is er nog steeds

Teresa Berganza, Juan Antonio ülvarez Parejo (piano) met muziek van Vivaldi, Hündel, Scarlatti, Hahn, García, Guastavino en Piazzolla op 28/10 in Concertgebouw, Amsterdam.

Ze was een van de beroemdste Carmens van haar generatie, een Rossini-mezzo hors concours en een Mozart-zangeres van uitzonderlijke klasse: Teresa Berganza. De frêle Madrileense mezzosopraan is inmiddels 72 jaar oud en ze stond zondagavond op het grote podium van het Amsterdamse Concertgebouw voor een solorecital. Haar allerlaatste hier, verzekerde ze de opgewonden, ontroerde en van nostalgie vervulde toehoorders. ’En toch’, voegde ze er met gevoel voor theater aan toe, ’je weet het maar nooit’. Als om die twijfelachtige hoop kracht bij te zetten, spreidde ze haar armen vraagtekengewijs zijwaarts en liet het uitzinnige gejoel over zich heen komen.

’Ophouden’ is een woord dat niet in het woordenboek van Berganza voorkomt. Ook al zullen er velen zijn die haar het geven van recitals op deze gevorderde leeftijd afraden, ze trekt zich er niets van aan. Bovendien was dit optreden in het Concertgebouw heel bijzonder, zo liet ze het publiek weten. Haar allereerste optreden in ’de mooiste zaal ter wereld’ vond plaats in 1958 terwijl ze zwanger was van een van haar kinderen. Onvoorstelbaar dat tussen die twee optredens bijna vijftig jaar liggen. In de jaren daartussen was Berganza regelmatig hier te beluisteren, onder andere tijdens verschillende Holland Festivals en voor het laatst in 1999. Bijzonder was haar optreden in 1995 tijdens een Robeco Zomerconcert met de acht cellisten van Conjunto Ibérico.

Maar nu zijn we tien jaar verder en de grote vraag was natuurlijk of Berganza met haar 72 lentes nog genoeg vocale overtuigingskracht zou hebben, én genoeg fysieke reserves voor een heel recital. Berganza tartte echter al vele malen eerder sceptici. Toen ze van de titelrol in Bizets ’Carmen’ een onverwacht geslaagde interpretatie maakte bijvoorbeeld, of toen ze als ’oud’ boerenmeisje Zerlina de show stal in Joseph Losey’s verfilming van ’Don Giovanni’. We waren dus voorbereid.

Berganza daalde zondagavond kordaat de trap af in een immense cyclaamkleurige cape met opstaande kraag, gedrapeerd over een zwarte avondjapon. De kleine, krachtige gestalte keek met priemoogjes haar publiek van die avond aan. Spaanse noblesse, niets meer en niets minder. Maar noblesse oblige en dus zetten we ons schrap voor de eerste klanken. Die eerste aria van Vivaldi was bepaald niet het best gelukte item van de avond, maar wat wel opviel was dat het Berganza-timbre, de kleur van een stem die hem zo persoonlijk en direct herkenbaar maakt, nog volledig intact was. En dat is toch de eerste reden waarom je naar een geliefd zanger gaat luisteren: dat unieke timbre dat zich in je auditieve geheugen genesteld heeft.

Goed, er komen dan natuurlijk ook technische zaken om de hoek kijken en dan blijkt dat grote intervalsprongen naar boven Berganza problemen opleverden, dat de muzikale lijn daardoor verbrokkelde en dat ze in snelle passages meer een God-zegene-de-greep-attitude had, dan de zelfverzekerdheid van vroeger. En toch was steeds weer hoorbaar dat Berganza een unieke exponent is van een historische Spaanse zangeressenlijn die via Isabella Colbran, Maria Malibran en Conchita Supervia rechtstreeks bij haar uitkomt.

Echt indrukwekkend werd Berganza pas aan het eind van haar recital toen ze de muziek van Astor Piazzolla met veel inleving en pathos ten gehore bracht. Met ’Balada para mi muerte’ en ’Balada para un loco’ kreeg ze de zaal muisstil.

De toegiftenparade werd begonnen met Rossini’s ’Arietta alla spagnuola’, met verbluffend gemak uitgevoerd. De zaal ging helemaal uit zijn dak toen Berganza de aria ’Ah, quel diner’ uit Offenbachs ’La périchole’ zong. Dit juweeltje van een hevig aangeschoten – zeg maar gerust dronken – personage bracht in Berganza het toneeldier volledig naar boven. Waggelend, wankelend, en zogenaamd steun zoekend bij de vleugel, haalde ze alle humor uit de muziek, én zong die ook nog eens heel overtuigend. Ze bedankte het publiek daarna vanuit de grond van haar hart, wuifde boven aan de trap nog een keer naar ons, en verdween met haar toegewijde pianist Juan Parejo. Brava Teresa!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden