SPAANSE GRIEP

Hoe kon het Spaanse-griepvirus in korte tijd tientallen miljoenen mensen doden? Wetenschappers hopen het antwoord te vinden op Spitsbergen. Ze graven er naar zes diepgevroren mijnwerkers die tachtig jaar geleden aan de ziekte zijn gestorven.

“Dik twee dagen graven en we zijn nog weinig opgeschoten”, zei prof. J. Oxford afgelopen maandag. Gisteren kreeg de viroloog uit het Royal London Hospital echter al de eerste tegenslag te verwerken. Hij stuitte op de eerste drie houten grafkisten. Op een diepte van 20 à 30 centimeter, veel hoger dan verwacht. Te hoog.

Professor Oxford verblijft momenteel met een internationaal team van vijftien wetenschappers en grafdelvers in Longyearbyen. Dat is een ijskoud plaatsje op Spitsbergen, een eilandengroep ten noorden van de Noorse kust.

Op het plaatselijke kerkhof liggen zes bevroren jonge mijnwerkers, die in 1918 aan de gevreesde Spaanse griep zijn bezweken. Deze ziekte raasde in 1918-1919 als een ware pestplaag over de aardbol. In twee jaar tijd vielen 30 à 40 miljoen doden; dat is meer dan tijdens welke andere griepepidemie dan ook.

Wat maakte het Spaanse-griepvirus nu fataler dan de griepvirussen, zoals die ieder jaar de kop opsteken? Een logische vraag, die tachtig jaar na dato nog steeds niet is beantwoord.

De reden daarvoor is eenvoudig: het gewraakte virus is niet bewaard gebleven. Na 1919 heeft de Spaanse killer zich niet meer laten zien, en destijds is geen enkele geleerde op het idee gekomen om een monstertje te nemen. Heel begrijpelijk overigens, want het bestaan van griepvirussen is pas in 1930 ontdekt.

Maar gelukkig heeft de aarde een vrieskist die permafrost heet: grond die nooit ontdooit, zelfs niet in de zomer. De bodem van Longyearbyen bijvoorbeeld. Volgens meteorologische gegevens is de bodemtemperatuur daar sinds 1910 niet meer boven nul geweest. De lichamen van de mijnwerkers moeten dus intact zijn gebleven. En, even belangrijk: de ziekteverwekker, het Spaanse-griepvirus, moet ongeschonden in de lichamen aanwezig zijn.

Daarom bevinden de onderzoekers, afkomstig uit Noorwegen, Engeland, Canada en de Verenigde Staten, zich dezer dagen met spade en pikhouweel op het kerkhofje van het kleine dorpje. Als ze de jongemannen hebben losgehakt uit de grond, zullen ze de longen, de keel en de hersenen verwijderen en opsturen naar het lab. Daar moet het virus vervolgens worden opgespoord.

De 1 400 inwoners van Longyearbyen stonden vorig jaar niet bepaald te juichen toen de wetenschappers hun plannen kenbaar maakten. In emotionele hoorzittingen uitten de inwoners hun bedenkingen. Hoe zat het bijvoorbeeld met het respect voor de doden? En wat als het virus zou ontsnappen?

Toch slaagden de deskundigen erin om de bezwaren bij de bevolking weg te nemen. De kans dat het virus nog leeft, zeiden de geleerden, is nihil. In de longen van de overledenen zitten hooguit dode virusfragmenten, en die zijn ongevaarlijk. Bovendien beloofden de deskundigen dat ze de doden met eerbied zouden behandelen.

De reactie die de 83-jarige mijnwerkersdochter Lilly Kristoffersen hierop gaf, was tekenend voor die van het voltallige dorpje: “Nou goed dan. Als jullie m'n vader na afloop maar terugleggen op de plek waar hij nu ligt.”

Vorige week gingen de onderzoekers aan de slag. Na een haastig gebed en een minuut stilte werd afgelopen vrijdag de eerste spade in de grond gezet. Boven de graven zijn opblaasbare tenten geplaatst met luchtsluizen en filters. Mocht er levend virus vrijkomen, wat zeer onwaarschijnlijk is, dan kan het in elk geval niet ontsnappen. De onderzoekers zelf werken bovendien in ruimtepakken, om eventuele besmettingen te voorkomen.

Als de opgraving inderdaad bruikbare virusresten oplevert, kan de genetische code van de ziekteverwekker over vijf maanden zijn opgehelderd. Dat is erg belangrijk, want aan de genetische code valt af te lezen waarom het micro-organisme destijds zo succesvol moet zijn geweest. Deze kennis kan helpen bij het ontwikkelen van een vaccin tegen dit type griepvirus. Een mondiale ramp als die van 1918-1919 kan zo in de toekomst worden voorkomen.

Dat is geen overdreven voorzorg, zegt professor Oxford. Want volgens hem kan er ieder moment een nieuw Spaanse-griepvirus ontstaan. “Het is net als met een vulkaan”, verduidelijkt de viroloog. “Je weet dat hij een keer gaat uitbarsten, alleen over het exacte tijdstip ben je onzeker.”

Behalve voor de ontwikkeling van een vaccin is de genetische code ook nodig om te ontdekken welke techniek het virus moet hebben toegepast bij de besmetting van mensen. Het moet een uiterst ingenieuze truc zijn geweest, want weinigen zijn ertegen bestand gebleken.

De jongste opvatting luidt dat de ziekteverwekker gebruikmaakte van een menselijk eiwit, plasmine genaamd. Via dit eiwit, dat overal in het lichaam voorkomt, zou het virus in iedere gewenste lichaamscel binnen hebben weten te komen. Andere griepvirussen sluipen binnen via het menselijke eiwit trypsine, dat alleen in de longen en de luchtwegen zit. Door deze beperking veroorzaken deze virussen alleen onschuldige griepverschijnselen, en maar zelden de dood.

Eerdere pogingen om goed geconserveerde ijslijken te vinden, op IJsland en in Alaska, mislukten. Sinds gisteren is er een flinke kans dat dat nu weer gebeurt. Want op de diepte waar de eerste kisten zijn aangetroffen, is de grond vaak ontdooid, waardoor de lichamen erin zijn vergaan. Alleen de botten zijn nog over, en daar zit geen virus in.

Toch blijven de wetenschappers optimistisch. Misschien zijn dit niet de bedoelde lijken, zeggen ze. De kisten kunnen bovenop de originele graven zijn gelegd.

Professor Oxford deed maandag vanuit het Polar Hotel in Longyearbyen opgewonden verslag van de expeditie. Hij vond het bijzonder spannend allemaal. Soms zelfs iets té spannend, gaf hij toe. “Vannacht moest ik de graven bewaken. Het is hier pooldag, moet je weten: het blijft dus continu licht. Nu wil ik best bekennen dat ik de hele nacht door mijn verrekijker heb zitten turen. Ik was als de dood dat er een ijsbeer zou langskomen om me met huid en haar te verslinden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden