Soweto kent weer drank, dans en muziek

SOWETO - Dickensiaans. Dat is de enige passende omschrijving voor de levensomstandigheden in Nancefield hostel, een verzameling van honderden grijze woonbarakken in Soweto.

FRED DE VRIES

Binnen in die barakken is alles zwart geblakerd. Een eenzaam peertje zorgt voor licht. Het plafond is gemaakt van asbest. Een poster van Inkatha-leider Mangosuthu Buthelezi is de enige versiering. In de onderkomens zelf is geen stromend water. Er zijn geen toiletten. Alleen buiten zijn wat kranen met koud water en is een soort openbaar, hels stinkend urinoir. “Dit is geen huis, dit is een ijshal”, rilt bewoner Philip Dladla, voor de zoveelste keer zijn druipende neus afvegend. “Ik denk dat ik weer griep krijg.”

Dladla wijst de slaapruimten aan. Aan weerszijden van de gemeenschappelijke 'keuken' zijn met stenen muurtjes, die ongeveer tot het middel reiken, vier delen afgeschermd, met in elk compartiment twee britsen. In totaal kunnen zestien mensen in de barak slapen.

De 49-jarige Dladla doet dat al sinds 1965, vier jaar nadat Nancefield-hostel gebouwd werd. Hij kwam toen, op zoek naar werk, aan in Johannesburg, uit Ladysmith in de Kwazulu/Natal provincie. Dit was de tijd dat de Zuidafrikaanse regering het apartheidssysteem verfijnde. Om invasies van zwarten uit de rurale gebieden te voorkomen, bouwde de regering 'single sex hostels', alleen voor mannen.

Ze moesten pasjes kunnen overleggen waaruit bleek dat zij in Johannesburg werk hadden. Pas dan konden ze in een hostel terecht, waar voor de rest van de familie geen plaats was. “De politie viel vaak het hostel binnen om te kijken of er geen illegale bewoners waren”, vertelt Dladla, die dank zij een broer een bed in een Nancefield-barak kreeg waar hij inmiddels 'hosteloudste' is.

Soweto heeft acht hostels, zeven voor mannen en een voor vrouwen. Nancefield is de grootste. Niemand weet precies hoeveel mensen er wonen. Schattingen variëren van vijf- tot zevenduizend. In totaal heeft Zuid-Afrika 181 van dergelijke verzamelingen door de overheid gebouwde barakken, waarin nog ruim een half miljoen mensen verblijven. Daarnaast is er nog een groot aantal privé-hostels, neergezet door mijnen of fabrieken.

Nancefield, ingeklemd tussen een golfplaten krottenwijk, een begraafplaats en een spoorlijn is redelijk representatief. Het is er ongekend smerig, de onverharde wegen in het hostelgebied zijn onbegaanbaar. Autowrakken en diepe plassen vormen de speeltuin voor de snottebellende kinderen, die evenals vrouwen sinds 1991 eindelijk in de hostels werden toegelaten. De huur is laag. Dladla's bed kost zes gulden per maand.

Net als de meeste hostels is Nancefield een Inkatha-bolwerk. Er wonen hier vrijwel alleen nog maar Zulu's. Vroeger was dat niet zo, maar het geweld dat in Soweto in 1991 begon (na een bezoek van Buthelezi) heeft Zulu's en niet-Zulu's uit elkaar gedreven. Bewoners die Inkatha niet steunden, voornamelijk Xhosa's, verdwenen naar de aangrenzende krottenwijk Lahlamlenze (wat heel subtiel 'spreid haar benen en penetreer haar' betekent).

Dat resulteerde in wederzijdse gewapende uitvallen en veldslagen met stokken en speren, waarbij in april 1991 meer dan vijftig gewonden vielen. Het jaar daarop raakte Nancefield vooral berucht vanwege het aandeel van de bewoners in het treingeweld, waarbij ANC-aanhangers in rijdende treinen werden vermoord of eruit gesmeten. In februari van dat jaar vielen Nancefield-hostelbewoners townshipbewoners op het station zelfs direct aan, waarbij een groot aantal doden en gewonden viel.

Sinds 1994 heerst er weer vrede in en rond Nancefield. Maar de onrust heeft zijn tol geëist. Een groot aantal bewoners heeft het hostel verlaten uit angst voor het geweld. In Dladla's barak wonen nog maar zeven mensen. De sfeer in het hostel is er nog altijd een van diep wantrouwen. De voortdurende strijd tussen ANC en Inkatha in Kwazulu/Natal maakt de hostelbewoners prikkelbaar. Over politiek mag van de lokale Inkatha-baas niet gepraat worden. Over een belangrijke bron van hostelinkomsten, auto's kapen, evenmin. Wapens zijn hier, net als in de townships, nog volop.

Het geweld heeft het lange tijd onmogelijk gemaakt de hostels op te knappen of te onderhouden. De nieuwe regering zette onder leiding van de inmiddels overleden minister van huisvesting Joe Slovo uiteindelijk ruim 200 miljoen gulden opzij om de hostels om te vormen tot familie-eenheden. De bewonersorganisatie National Hostel Residents Association (Nahora) was het daar niet mee eens. Ze voerde aan dat haar leden geen familie-eenheden willen, de familie woont immers ergens anders.

Na een enquête onder de hostelbewoners werd overeengekomen dat het merendeel der hostels in de provincie alleen opgewaardeerd gaat worden tot eenheden waar vier man kunnen wonen. Hier en daar is er al met de werkzaamheden begonnen. “Midden juni verwachten we de goedkeuring van de financiering voor het opknappen van zes Soweto-hostels waaronder Nancefield”, vertelt Nahora-woordvoerder Thulani Mlotshwa. Voor iedere eenheid wordt ruim 7 000 gulden uitgetrokken.

Het feit dat alle partijen na al het geweld bereid zijn met elkaar te praten en naar elkaar te luisteren, is hoopgevend. Dat het normale leven weer grotendeels is teruggekeerd in de hostels, blijkt op een zondagse namiddag. Zondag is de dag van vermaak. Dat betekent dans, drank en muziek. In een van de ontelbare shebeens (illegale kroegen) dreunt de muziek onafgebroken door uit maar liefst zeven luidsprekers, een curieuze mengeling van Amerikaanse disco en traditionele Zulu-muziek. Mannen lopen rond met reusachtige flessen bier. In het midden van de kroeg dansen ze, lenige combinaties van traditioneel en modern.

Tussen het oude en nieuwe deel van het hostel is een groot openbaar plein met twee dode bomen. Het ligt vlak naast de Soweto Boxing School, waar Nelson Mandela ooit zijn klasse als bokser toonde. Het plein blijkt de plaats te zijn waar vroeger het traditionele bier werd verkocht en waar werd gefeest. Dat maïsbier heeft grotendeels plaats gemaakt voor 'normaal' bier en brandy. Maar het dansen gaat nog steeds door.

Iedere zondag vindt hier een soort competitie plaats tussen dansgroepen uit verschillende hostels. Het gaat gepaard met veel gestamp met schoenen gemaakt van autobanden. Vrouwen lopen rond in traditionele Zulu-dracht. Mensen staan op de overkappingen rond het plein om de jonge dansers te kunnen zien. De groep uit Jeppe Hostel oogst de meeste bijval. De oude Zulu-versiersels zijn bij hen vervangen door rode bretels.

Als het donker wordt is het voorbij. De mannen van Jeppe Hostel gaan met mini-busjes terug naar hun deel van de stad. De inwoners van Nancefield slenteren door het stof terug naar hun barakken. De zon zakt snel. Dit is het allermooiste moment van de dag in Zuid-Afrika. Het moment waarop zelfs de hostels met een gouden kwastje lijken te worden bestreken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden