Sorry lezer, weer geen foutloze krant

De eindredactie en opmaakredactie van Trouw werken overdag aan de Verdieping. In de avonduren wordt de nieuwskrant gemaakt. Beeld Jörgen Caris

Trouw hanteert vanaf zaterdag een nieuw Schrijfboek. Veel blijft bij het oude, zo ook de worsteling van de eindredactie om de krant voor fouten te behoeden. Wekelijks verwerken we tegen de kwart miljoen woorden. Er gaat heel veel heel goed, maar de wedstrijd kan niet altijd helemaal gewonnen worden. Een eindredacteur vertelt.

Hebben jullie redacteuren wel enige opleiding genoten?' vraagt lezer X te Y zich af. Er had 'een exemplaar die' in de krant gestaan, en het moest toch echt dat zijn. 'Een klasje woordgeslacht zou geen kwaad kunnen', besluit X.

Zulke, maar ook vriendelijker geformuleerde klachten bereiken met enige regelmaat de redactie. Over onterechte spaties in samenstellingen ('lange afstandsloper', 'hoge snelheidstrein'), overbodige woorden ('Een evaluatie achteraf', 'lastige dilemma's') en verzwakking van sterke werkwoorden ('kwijtte' in plaats van 'kweet'). Om van spelfouten maar te zwijgen. Want laten we eerlijk zijn, er valt geen krant op de mat zonder taalfouten.

Vroeger, toen Trouw nog 2 gulden en 25 cent kostte, nam de corrector als laatste de kopij door. Deze onvolprezen vaklui haalden een huiveringwekkend aantal fouten uit artikelen die al door velen waren bekeken. De correctoren werden wegbezuinigd, de taalfouten bleven in dienst.

Heidens karwei
Nu zijn eindredacteuren het eindstation van de kopijstroom. En ja, die hebben enige opleiding genoten, de meeste hebben die zelfs afgerond. Desondanks is het een heidens karwei om die krant elke dag en avond te zuiveren van de ergste taalfouten. Een weekje Trouw, inclusief de zaterdageditie, telt rond de 250.000 woorden. Dat enorme aantal wordt in korte tijd getikt en vaak in een fractie van die tijd geredigeerd.

Neem het verslag van een voetbalwedstrijd in de Champions League dat 's avonds om acht minuten voor elf binnenkomt. De verslaggever heeft zijn stuk tijdens het duel geschreven. Op zich al een hele prestatie, maar echt een crime als er late wendingen in de wedstrijd zijn geweest.

Dan begint de eindredacteur aan zíjn wedstrijd: hij/zij heeft vijf minuten om 550 woorden te lezen, een fotobijschrift te maken, de tekst passend te krijgen en een pakkende kop plus onderkop te bedenken. Terwijl de deadline (23 uur) in je nek hijgt, ben je blij als de tekst past en er geen wartaal in de kop staat. Laat staan dat je er nog een leuke draai aan kunt geven. De paar taalfouten die je al diagonaal lezend hebt verbeterd, zijn mooi meegenomen. De inhoud? Die lees je de volgende ochtend wel.

De meeste kopij komt gelukkig veel eerder. Maar dat betekent niet dat je als eindredacteur achterover kunt leunen. De klok tikt onverbiddelijk door, het volgende stuk staat altijd te wachten. Dat stuk moet niet alleen in zijn vorm passen en op de juiste plek staan, het moet ook worden beoordeeld op inhoud, stijl, vorm en begrijpelijkheid. Mankeert daar wat aan, dan is er werk aan de winkel.

Onopgemerkte missers
Intussen blijven talloze taalkwesties de aandacht opeisen. Schrijf je koffiedrinken aan elkaar (ja, theedrinken ook, bier drinken niet, maar bierbrouwen weer wel)? Is djihad nou met dj of alleen een j (vandaag nog met dj, vanaf zaterdag met een j)? En krijgt de balkenendenorm een hoofdletter (aanvankelijk wel, inmiddels niet meer)?

Als aan het eind van de dag (de Verdieping) en avond (nieuwskrant) de proeven worden bekeken - voor de pagina's definitief naar de drukker gaan - is het hoofd vol en de tank leeg. De ogen gaan nog één keer over de tekst, op zoek naar onopgemerkte missers. Ondanks een tijdelijke staat van woordblindheid vissen we er nog wat onvolkomenheden uit. We geven het sein 'krant meester' en hopen er het beste van. Heel vaak gaat het goed, maar soms word je de volgende ochtend met buikpijn wakker bij het zien van de krant. Zoals vorig jaar maart. De kop: 'Staatsbosbeer heeft geld nodig en blijft natuur verkopen'. Staatsbosbeer? Nee, het kan niet waar zijn, hoe hebben we dat gisteravond kunnen missen? Tsja.

Dit stuk is met zorg geschreven. Behalve de auteur hebben drie collega's de tekst nagelezen. En toch kunnen er nog taalfouten in staan. Mocht u ze vinden, dan heeft u ondanks de verzachtende omstandigheden reden tot klagen. Want zoals literair historicus en taalkundige C.A. Zaalberg het in het Schrijfboek verwoordt: 'Journalisten schrijven niet slechter dan anderen. Maar ze dienen voorbeeldig te schrijven.'

Wat voorheen fout was, is vanaf zaterdag correct
Jaap de Berg, oud-hoofdredacteur en samensteller van het 'Schrijfboek', kan wel begrip opbrengen voor de eindredactie en de fouten die zij laat passeren. Hij weet hoe het werkt op een redactie.

"Toch mogen sommige spelfouten echt niet voorkomen", zegt De Berg. "Zoals met d's en t's, ei/ij, ou/au." En eigenlijk mag geen enkele (eind)redacteur de mist in gaan met de top-200 van fout gespelde woorden, zo vindt hij. "Maar het is mij vroeger ook weleens gebeurd. Ik schreef 'hij zij' in plaats van 'hij zei'. Niet omdat ik het niet wist, maar zulke dingen gebeuren in de haast. Gelukkig verbeterde een collega het."

De Berg weet wel hoe de foutenlast in de krant drastisch beperkt kan worden: herinvoering van de correctie. "Geen enkele Nederlandse krant heeft nog correctoren, en dat is een slechte zaak. Bij kranten als The New York Times, de Frankfurter Allgemeine en Le Monde is het onbestaanbaar dat de correctie zou worden wegbezuinigd. Correctoren staan daar in zeer hoog aanzien. Ik zou Trouw dan ook aanraden om de correctie weer in te voeren, in elk geval voor de best gelezen pagina's. Dat hoeft niet veel te kosten, en je haalt zo het merendeel van de taal- en spelfouten uit de krant."

Frustratie
De tussen-n is een klassiek hoofdpijndossier, met tal van regeltjes, uitzonderingen en schijnbare uitzonderingen. Schrijf je pannekoek of pannenkoek? Is het gedachtegang of gedachtengang? En hoe zit het met grenzeloos en grenzenloos? Voor zover taalgebruikers nog de moeite nemen om correct te spellen, veroorzaakt dit soort vragen vaak frustratie.

De staatsspellers van het Groene Boekje maken het er voor de taalgebruiker niet leuker op, en ook niet makkelijker. Ze hanteren lastige regels die niet of nauwelijks te onthouden zijn. Zo krijgen samenstellingen géén tussen-n als het eerste deel op een toonloze -e eindigt en (ook) een meervoud op -s heeft (geboortegolf, gedachtegang, hordeloop), om er slechts één te noemen. Ga er maar aan staan.

Trouw volgt, net als veel andere media, het 'Witte Boekje'. Deze alternatieve spellinggids geeft de speller meer vrijheid. Pannekoek of pannenkoek? Het mag allebei. Toch heeft een krant behoefte aan enige uniformiteit, en dus moet er gekozen worden. Deze keuzes zijn in het vernieuwde Schrijfboek grotendeels hetzelfde gebleven. Trouw blijft dan ook pannekoek schrijven, omdat je bij het eerste deel van het woord aan het enkelvoud denkt. Denk je in zo'n geval aan het meervoud dan krijgt de samenstelling wel een tussen-n: dus pannenset.

Het enige wat zaterdag verandert is de zogeheten klokketorenregel. Die luidt als volgt: aarzel je bij het eerste deel van de samenstelling tussen enkelvoud en meervoud, of heb je geen flauw idee, schrijf dan geen tussen-n: klokketoren, luizeleven, koekepeer. Voortaan schrijft de krant in dit soort gevallen juist wél een tussen-n. De regel zelf moet er dus ook aan geloven: klokkentorenregel.

Geen 'Katar'
De transcriptie van Arabische en Hebreeuwse namen verandert. Trouw volgt voortaan, althans voor niet-ingeburgerde eigennamen en soortnamen, de Engelse transcriptie. Een uitzondering vormen namen in de Maghreblanden Tunesië, Algerije, Marokko en Mauretanië. Daar is de tweede taal, na het Arabisch, het Frans; de krant bedient zich daarom in die gevallen van de Franse transcriptie.

Wat betekent dat zoal in de praktijk? Al-Kaida en Katar zijn verleden tijd, voortaan spellen we Al-Qaida en Qatar. Abdelaziz Boeteflika, de president van Algerije, heet straks in Trouw Bouteflika, omdat we de ou uit de Franse transcriptie niet meer in oe veranderen. En Saoedi-Arabië wordt Saudi-Arabië; de oe-klank verandert in de Engelse transcriptie in een u.

Veel voorkomende Hebreeuwse namen zien er straks ook anders uit, want er rust geen verbod meer op de y, u en sh. Israëls premier Benjamin Netanjahoe heet vanaf zaterdag Benjamin Netanyahu en hij is dan niet langer lid van Likoed maar van Likud. Sjimon wordt Shimon en Jitschak wordt Yitzhak.

De transcriptieregels gelden niet voor alle ingeburgerde woorden en plaatsnamen, dat wil zeggen de woorden en namen die in Van Dale staan. Dus Beiroet (niet Beirut), boerka (niet burka) en Jeruzalem (in plaats van Jerusalem).

Kapitale Jood en onderkastjoden
Schrijven we Jood of jood? Over deze kwestie komen geregeld brieven en mails binnen, doorgaans met het volgende gebod: Jood moet met een hoofdletter!

Op de krant weten we ons soms ook geen raad. Een enkele eindredacteur spreekt zelfs gefrustreerd over 'die kapitale en onderkastjoden'. Toch is en blijft de regel in Trouw duidelijk: de hoofdletter is voor een lid van het Joodse volk, de kleine letter voor een aanhanger van de joodse godsdienst. Dus Joden en Nederlanders, maar joden en moslims. Bij twijfel of overlap wordt een hoofdletter geadviseerd.

Wie de regel strikt toepast, kan teksten krijgen waar hoofdletters en kleine letters elkaar afwisselen. Dat kan slordig overkomen bij de lezer. Daarom kiest de eindredactie er soms voor om de regel te negeren en één lijn te trekken. Met de zegen van Jaap de Berg.

Het 'Trouw Schrijfboek' (de vijfde, opnieuw verbeterde en royaal aangevulde editie) is samengesteld door Jaap de Berg en Co Welgraven. Het is een uitgave van uitgeverij Rainbow in samenwerking met Trouw. Het heeft 536 pagina's, kost €15 en ligt in de boekhandel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden