Sorry, ik houd niet van dieren

Beeld Colourbox

Elisabeth van Nimwegen kreeg ruzie met een vriendin over een halfdode spoelworm. Waarom schaamt ze zich voor haar gebrek aan dierenliefde?

Ik heb een geheim: ik ben niet dol op dieren. Het is niet dat ik ze haat of met voorbedachten rade ooit iets zou aandoen, maar ze laten me, misschien nog erger, over het algemeen onverschillig. Dit is geen eigenschap waarmee je jezelf populair maakt. Dus zwijg ik hierover en tap ik de boxer van vrienden plichtmatig op het hoofd, zelfs als hij met vervaarlijk zwiepende slijmdraden om zijn mond op me af komt lopen.

Ook luister ik doorgaans aandachtig naar de kattenperikelen van mijn liefste vriendin. Zij houdt erg van dieren en kan meer verdriet voelen bij een aangereden konijn langs de kant van de weg dan bij een volwassen man op een brancard met een kersverse dwarslaesie. Omdat ik mijn onverschilligheid niet uitdraag, hebben we het over dit fundamentele verschil tussen ons nog nooit gehad. Maar laatst viel ik door de mand.

We zaten in het park, op de rand van de zandbak waarin mijn zoontje aan het spelen was. Mijn vriendin vertelde over een schrijver die ze onlangs had geïnterviewd. Tijdens het luisteren plette ik achteloos een spoelworm die naast de voet van mijn zoontje in het zand kronkelde. Haar mond viel open, haar ogen puilden uit van verontwaardiging. "Hij beweegt nog! Maak hem dan echt dood!" Ze rukte het steentje uit mijn hand en hielp de spoelworm uit zijn lijden.

"Jeetje, dat was toch nergens voor nodig?"

"Dat was moederinstinct tegen dierenliefde", antwoordde ik in een poging tot luchtige relativering. "En dan wint het moederinstinct."

Een pijnlijke stilte volgde. Ieder voor zich zoomden we uit op elkaar, weg van de nabijheid. Zij zag ineens een ongevoelige dierenbeul en ik een hysterische dierenvriend.

Tinkebell
Op de fiets naar huis was ik in de war. Al die ophef over een spoelworm. Ik voelde me wreed als ik door haar ogen naar mezelf keek, maar haar opgerispte moralisme irriteerde me ook. Wat is dat toch met mij en dieren? Maar vooral ook: wat is dat toch met anderen en dieren?

Iemand die kan meepraten over de extreme morele verontwaardiging van dierenvrienden is de kunstenares Tinkebell. Zij zou in het kader van een van haar kunstprojecten haar eigen kat Pinkeltje hebben gewurgd en gevild. Van de vacht maakte ze een tas. Dit project leverde haar in de loop van de jaren meer dan 100.000 heftige hatemails uit de hele wereld op. In een TEDx-lezing uit 2012 nuanceerde ze het verhaal: het wurgen was slechts een fictieve overdrijving die ze zich als kunstenares had gepermitteerd om de nadruk van haar boodschap te vergroten. Pinkeltje kreeg een spuitje bij de dierenarts omdat ze ongeneeslijk ziek was.

Beeld Colourbox

Maar het hielp niet de groeiende haat van dierenvrienden te stoppen: via social media hebben de berichten over de 'catkiller from Holland' zich over de hele wereld verspreid en een internationale dierenrechtenorgansatie sleepte haar voor de rechter. Ze werd vrijgesproken.

Tinkebell 'wurgde' niet zomaar een dier, maar een kat, in Nederland al jaren het populairste huisdier: bijna de helft van de Nederlandse huishoudens heeft er een. Hoe ver de liefde tussen mens en kat kan gaan, bewees de Duitser Uwe Mitscherlich. Hij haalde in 2010 de wereldpers omdat hij met zijn 15-jarige kat Cecilia in het huwelijksbootje stapte. De aanstaande bruid droeg zelfs een witte jurk. "We knuffelen de hele tijd en ze heeft altijd in mijn bed geslapen", aldus Uwe, "onze harten slaan tegelijk. Het is echt uniek."

Testen van trouw
De tendens dat steeds meer eigenaars hun huisdier als een equivalent zien van een partner of gezinslid, moet iets te maken hebben met de status quo van onze menselijke relaties. Nu familie- en liefdesbanden losser en minder trouw worden, grijpen mensen woest om zich heen, op zoek naar affectie die blijft. Dan kom je al snel uit bij huisdieren.

De trouw van een dier wordt niet op de proef gesteld zolang hij eten, onderdak en aandacht krijgt. De eerste hond die naar de overburen vertrekt omdat hem daar een hondenriem met Swarovski-kristallen wacht, moet nog opstaan. En je zult geen papegaai horen klagen dat zijn baas te veel drinkt of uit zijn mond stinkt. Huisdieren zijn de ultieme gezelligheidspolis voor allerlei mensen die behoefte hebben aan ongecompliceerd en trouw gezelschap. Daar is niets mis mee, ieder mens bestrijdt zijn eenzaamheid op zijn eigen manier.

Maar als mensen verklaren dat ze meer van dieren houden dan van mensen, dan ben ik op mijn hoede. Dan hoor ik de verbitterde mond van een teleurgesteld persoon, iemand die niet tegen de grillige wetten van het sociale verkeer kan. Een relatie tot een dier is geen gelijkwaardige relatie: de mens kiest het dier en stelt de wetten op, het dier volgt. Of niet, en dan belanden de ooit zo begeerde dieren net zo snel weer in een van onze propvolle asielen en blijkt onze dierenliefde ineens toch heel beperkt.

Niet ontvankelijk
Waarom schaam ik me dan zo voor mijn gebrek aan affectie voor dieren? Ik ben bang dat het iets zegt over mij als mens. Dat onder de vriendelijke laag die ik mezelf en de wereld voorhoud een wreed en ongevoelig kantje schuilt. Als ik zie met hoeveel liefde iemand als Rudy Kousbroek kon praten over een varken, dan raakt me dat. Niet het varkentje zelf raakt me, maar de oprechte ontroering van Kousbroek. Dat moet wel een bijzonder lieve en warme man zijn, denk ik dan. Ik word er zelfs jaloers van: I'll have what Kousbroek's having! Want omgekeerd geredeneerd zou het feit dat ik die ontroering bij dieren niet zo snel voel, moeten betekenen dat ik eigenlijk een kille dame ben.

Beeld thinkstock

Dieren raken mij minder dan mensen, ik ben kennelijk niet ontvankelijk voor de intuïtieve, non-verbale manier waarop ze communiceren. Of ik ben die ontvankelijkheid verloren in de loop naar volwassenheid. Misschien ben ik, door de drukke levensfase waarin ik nu zit met jonge kinderen en werk, te veel op mijzelf gericht. Of is de zorgvoorraad die ieder mens in verschillende sterktes krijgt toebedeeld bij geboorte, opgegaan aan mijn kroost? Zou ik als single allang een kat of een hamster hebben aangeschaft?

Hoe was dat dan toen ik nog een kind was? Kinderen zijn over het algemeen gek op dieren. Wij hadden vroeger een poes thuis, Felica, waar ik op een bepaalde manier wel van hield. Het was een wilde kat, die altijd aan het jagen was en zich alleen liet aaien in haar zeldzame momenten van rust en tevredenheid, 's avonds, als ze op de bruinrode sprei lag die mijn oma had gebreid. Dan spinde ze en aaide ik haar eindeloos over haar zachte vacht. Op mijn tiende werd ik lid van het Anti-bont comité, waarvoor ik langs de deuren ging om handtekeningen te verzamelen. En ik was tussen mijn negende en twaalfde principieel vegetariër, uit protest tegen de bio-industrie. Toch was ik ook toen geen knuffelend dierenmeisje. Mijn activisme was ingegeven door een christelijk levensgevoel: je moet opkomen voor de zwakkeren. Dat keek ik van mijn moeder af. Zij naaide gordijnen voor gevluchte Tamils en schreef kerstkaarten aan politieke gevangenen; ik bestreed onrechtvaardigheid op mijn eigen tastbare niveau, dat van het dierenrijk.

Trouwens, toen we Felica jaren later moesten laten inslapen, smolten de astmatische klachten van mijn broer en mij als sneeuw voor de zon en bleek dat we allebei allergisch waren voor kattenharen. Misschien zijn mijn pogingen om dieren te mijden wel ingewikkelde beschermingsmechanismen van mijn lichaam om een allergische reactie te voorkomen.

Afgebroken kroegflirt
Ook denk ik dat je liefde voor dieren meegekregen moet hebben in je opvoeding. Mijn vader bijvoorbeeld is doodsbang voor honden, vooral herdershonden. Als kind is hij ooit lelijk gebeten en sindsdien loopt hij met een grote boog om ze heen. Zijn paniekerige onhandigheid ten opzicht van honden heb ik overgenomen. Het geblaf, het snuffelen aan je kruis, het tegen je opspringen; ik weet niet wat ik moet doen en wil alleen maar dat ze zo snel mogelijk weer weggaan. Ik heb weleens een kroegflirt abrupt afgebroken toen de man in kwestie vertelde dat hij drie honden had en zijn 'meisjes' ook bij hem in bed sliepen. Dat kon dus nooit wat worden.

Even terug naar de zandbak. Want de clash tussen mijn vriendin en mij ging niet over een aandoenlijk zoogdier. Ik had niet met een cavia gegooid of een kat aan zijn staart rondgeslingerd (wees gerust, dat zou ik ook nooit doen). Spoelwormen zijn darmparasieten die in de zandbak terechtkomen via de ontlasting van katten en honden. Om een kat of hond gezond te houden, moeten ze regelmatig worden ontwormd. Het is ironisch dat juist een katteneigenares mij het doden van één spoelworm verwijt, aangezien zij zelf in de vorm van een ontwormingskuur en masse spoelwormen heeft gedood in de ingewanden van haar drie poezen. Langzame vergiftiging klinkt niet veel beter dan een enkele steniging.

Hoe zou mijn Brabantse oma, Marietje, hebben gereageerd in deze situatie? Elke week ving zij een kip - biologisch avant la lettre - en draaide die eigenhandig de nek om, om voor haar man en acht kinderen een zondagse maaltijd op tafel te zetten.

Waarschijnlijk had zij mijn vriendin onverstoord aangekeken en gezegd: "Ach meske toch, wa doe de gij moeilijk, onzen lieve Heer begrijpt da best."

Elisabeth van Nimwegen (1976) is schrijfster. Vorig jaar verscheen haar debuutroman 'De smaak van ijzer' bij uitgeverij Van Oorschot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden