Sorgdrager oordeelt mild over peloton

'Geen intimidatiepraktijken. Epo-dokters dachten ook aan gezondheid renners.'

Verrassend kunnen de uitkomsten van het onderzoek van de commissie-Sorgdrager naar de dopingcultuur in het Nederlandse wielrennen nauwelijks genoemd worden. Er was sprake van 'structureel gebruik door toprenners'. Daarmee bevestigt de commissie onder leiding van de oud-minister het beeld dat sommige spijtoptanten, waaronder Michael Boogerd, de voorbije maanden al hadden geschetst. "Zonder doping was een topsportcarrière niet mogelijk", beaamde de commissie nog maar eens.

Winnie Sorgdrager overhandigde gisteren in Den Haag het rapport 'Meedoen of stoppen' aan de twee initiatiefnemers, de wielerbond KNWU en de sportkoepel NOC-NSF.

Aanleiding voor het onderzoek was de dopingbeschuldiging aan het adres van zevenvoudig Tour de France-winnaar Lance Armstrong. En in het verlengde daarvan het afhaken van de Rabobank als miljoenensponsor en de bekentenissen van een aantal Nederlandse coureurs.

De commissie hoorde de voorbije maanden 'tientallen betrokkenen', (oud-)renners, ploegartsen, begeleiders, sponsors. Anoniem, benadrukte Sorgdrager nogmaals. "Anders hadden wij ons werk niet kunnen doen."

De vraag is of het drietal, Sorgdrager, sportarts Edwin Goedhart en hoogleraar Sportontwikkeling Maarten van Bottenburg wel een compleet beeld ter ore kwam tijdens de vraaggesprekken. Reserves waren er zeker, gaf Sorgdrager na wat aandringen toe. "Sommigen gaven toe bang te zijn voor de juridische consequenties." De voormalige minister kreeg echter niet het idee dat de betrokkenen essentiële zaken achterhielden.

De claim dat de omerta het wielrennen in een ijzeren wurggreep houdt, vond Sorgdrager te ver gaan. "Wij hebben geen intimidatiepraktijken geconstateerd. Ik zou het verzwijgen van dopinggebruik liever willen typeren als collectieve geheimhouding."

De bevindingen van de dopingcommissie staan haaks op die van het programma 'Argos TV' bleek gisterenavond in een uitzending. Onwelgevallige publicaties door journalisten werden door het wielermilieu beantwoord met lastercampagnes en bedreigingen.

De KNWU toonde zich zichtbaar opgelucht. De bond viel niets aan te rekenen, bleek uit het rapport. Doping beperkte zich vooral tot de gelederen van de commerciële wielerploegen. Maar tussen de regels door viel op dat Sorgdrager toch de nodige op- en aanmerkingen had richting de bond. De KNWU kan veel meer doen aan dopingpreventie en bewustwording. Dat de arbeidsomstandigheden en werkdruk niet meer van deze tijd zijn, mag men zich op het hoofdkantoor in Nieuwegein aanrekenen. Een werkgroep gaat met het advies aan de slag, liet voorzitter Marcel Wintels daarop weten.

Minder positief was zijn collega-voorzitter, André Bolhuis, van het NOC-NSF. Hij was geschrokken van de bevindingen. Dat het merendeel van de Nederlandse renners vanaf de jaren negentig tot 2007, 2008 aan de doping zat, kwalificeerde hij als 'teleurstellend en onvoorstelbaar'. De commissie ging trouwens veel verder dan dat. Sorgdrager sprak van een dopingcultuur waarvan de wortels teruggaan naar de jaren zestig van de vorige eeuw.

Van Bolhuis had de commissie een 'hard' waardeoordeel mogen vellen. Het rapport was voor hem aanleiding om de politiek nog even te kapittelen over het liberaliseren van de kansspelen. Met het wegvallen van de kansspelafdrachten krijgt de topsport een forse knauw, voorspelde hij. "Die gelden worden juist gebruikt voor zaken als tuchtrecht en voor dopingcontroles."

Opvallend mild was Sorgdrager over de soms bedenkelijke rol van de teamartsen. "Er waren ploegdokters die aan afwijzende grondhouding tegenover doping hadden, maar vanuit gezondheids- en ploegbelang toch besloten om renners te adviseren over epo-gebruik." In andere gevallen was de arts een makkelijk kanaal voor coureurs om aan doping te komen, merkte Sorgdrager op. Artsen zouden volgens de commissie terug moeten naar hun kerntaak: waken over de gezondheid en niet over de prestaties.

Over de rol van Rabobank was Sorgdrager minder te spreken. "Het is op zijn minst naïef te noemen als een sponsor na 1998 ('Le Tour Dopage' - red.), toen steeds duidelijker werd dat in het peloton op grote schaal doping werd gebruikt, blind vertrouwde op de eerbiediging van de contractafspraak dat er dopingvrije sport bedreven diende te worden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden