Review

Sophia's schepping/Het vrouwelijke als tegenspeler van God

“Wat heb je eraan als je alleen maar lekker geest bent en dat niet weet? Als je in het paradijs verkeert en je daarvan niet bewust bent, is dat ook maar saai. Daarom moet de mens tot bewustzijn komen en dat gaat alleen via ervaring hier op aarde.”

“Het was het vrouwelijke in God dat de aanzet gaf tot die ervaringsmogelijkheid, door wat traditioneel de zondeval wordt genoemd. Het vrouwelijke speelt daarom een sleutelrol bij het verkrijgen van religieus inzicht en verlossing, maar die rol is het door de christelijke traditie uit angst grotendeels ontzegd.” Aldus Jacob Slavenburg in zijn nieuwste boek '...en de twee zullen één zijn', over het vrouwelijke in de religie.

Niet voor niets koos de cultuurhistoricus en gnosiskenner Slavenburg een citaat uit Genesis als titel voor zijn boek. Want hoewel zijn ideeën in niet-alternatieve kring op weinig instemming zullen kunnen rekenen, blijkt de waardering voor het vrouwelijke volgens hem ook duidelijk uit de Bijbel. Deze waardering is als zijstroom in de geschiedenis van het christendom dan ook voortdurend aanwezig geweest, vooral in de mystiek. Het vrouwelijke wordt daarin vaak gezien als noodzakelijke tegenspeler en gelijkwaardige partner van de mannelijke kant van God. Eenwording van deze twee kanten die we innerlijk ook in de mens terugvinden, is de aangewezen weg naar verlichting of verlossing, stelt Slavenburg.

Duidelijker komt dat naar voren in de gnosis, de religieuze stroming die zich in de eerste eeuwen na Christus verspreidde vanuit het Egyptische Alexandrië. De gnosis was in deze tijd een geduchte concurrent van het kerkelijke christendom en legde de nadruk op het verkrijgen van zelfkennis en innerlijke ervaring.

Slavenburg: “In veel gnostische geschriften wordt met grote waardering over het vrouwelijke gesproken, bijvoorbeeld in 'Pistis Sophia' (Geloof Wijsheid). Daarin legt Maria Magdalena als eerste der apostelen, apostola apostolorum, de leringen van Jezus aan Petrus en de anderen uit. Zo wordt ook duidelijk waar het vrouwelijke symbolisch gezien voor staat, want om die symbolische betekenis gaat het natuurlijk. Vrouwelijk betekent innerlijk ervaren, maar ook op deze aarde betrokken zijn en meer met het lichaam verbonden. Daar zit hem de crux.”

Slavenburg gebruikt in zijn boek de gnostische Sophia-mythe om te laten zien welke rol het vrouwelijke in de religie kan spelen. In deze mythe is Sophia het vrouwelijk deel van een androgyne God. In het begin is er alleen het pleroma, een volmaakte geestelijke lichtwereld waarin de “oertonen over elkaar heen buitelen”. Het is als het ware een paradijs zonder bewustzijn. Daaraan komt een einde als Sophia overgaat tot scheppen en er dus een lek in het pleroma komt. Het cruciale punt is dat Zij dit in haar eentje deed, zonder haar mannelijke tegenspeler daarin te kennen. Opmerkelijk genoeg wordt in veel teksten gezegd dat dit eigengereide optreden wel volgens de wil van de Vader gebeurde.

Slavenburg: “Door deze daad van Sophia wordt de chaos, die er in potentie al was, manifest gemaakt. Die chaos krijgt de vorm van ons materiële universum dat niet erg lijkt op de volmaakte geestelijke lichtwereld van het pleroma. Sophia stelt de ondergod Ialdabaoth, die wordt gelijkgesteld aan Jahweh uit het Oude Testament, aan als heerser over haar schepping. Ialdabaoth heeft zeven zonen, de planeten, die de regie voeren over het leven op aarde. In de wereld verschijnt de mens, in wie het verlangen naar de oorspronkelijke lichtwereld van het pleroma blijft leven.”

Het was dus een daad van Sophia die het materiële universum deed ontstaan. De lichtwereld van het pleroma was niet compleet, er moest nog een element worden toegevoegd. Dat kon blijkbaar alleen via de mens die op de chaotische en onvolkomen aarde zou leven. Die aarde heeft alle kenmerken van haar vrouwelijke schepper en via het contact met “chaotische vrouwelijke zaken” als materie, seksualiteit en emoties kan verdere religieuze ontwikkeling plaatsvinden. Die vrouwelijke zaken zijn precies de elementen die moeten worden toegevoegd - elementen die in feite Sophia zelf vertegenwoordigen.

Slavenburg: “Het leven op aarde met zijn onvolkomenheid en tegenslagen leidt tot innerlijke bewustwording, tot verdere zelfkennis. Zonder de aarde komt zelfkennis niet tot ontwikkeling. Sophia schept het universum om dat bewustzijn te laten ontstaan, dat bewustzijn komt er via het vrouwelijke. De mens moet door de materie gaan, zich echt door de chaotische, 'vrouwelijke' schaduwkanten van het aardse leven laten raken. Je kunt niet direct naar het licht terug zonder de onvolkomenheid op aarde innerlijk diep te ervaren, zoals de christelijke traditie wil. Naast de geestelijke mannelijkheid moet de vrouwelijkheid daarom een volwaardige plaats in de religie krijgen.”

Op de omslag van het boek van Slavenburg staat dan ook een mystieke alchemistische prent afgebeeld van een koning en een koningin die de paringsdaad verrichten in het 'mercuriale levenswater'. In de alchemie is het Mercurius die de dingen met elkaar verbindt en in water kan alles oplossen en het een in het ander overvloeien. De symbolen van zon en maan op de prent geven aan dat eenwording van mannelijk en vrouwelijk de weg tot de Steen der Wijzen - bewustwording of verlossing - is. Slavenburg: “Het draait allemaal om de coniunctio, de bewuste eenheid van mannelijk en vrouwelijk. Daardoor worden de schijnbare tegenstellingen overwonnen en ontwikkelt de mens zich verder in religieus opzicht.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden