Soortenbank moet munt slaan uit unieke data

Geen land ter wereld houdt zo gedetailleerd bij waar zijn dieren en planten voorkomen als Nederland. Jammer alleen dat niet iedereen ziet dat die informatie geld waard is.

Je kunt lang praten over de Nationale Databank Flora en Fauna, maar je moet hem eigenlijk zien. Renée Bekker klapt haar laptop open, en alle krochten van deze soortenbank worden toegankelijk. "Tik ik bijvoorbeeld kleine modderkruiper in, dan worden alle waarnemingen van deze vis in Nederland zichtbaar. Maar ik kan ook inzoomen op één vierkante kilometer, en vragen welke soorten en planten op deze locatie voorkomen. Ook dan is er antwoord."

Het lijkt een speeltje voor biologen en ecologen, maar de soortenbank heeft zich de laatste jaren ontwikkeld tot een unieke dataverzameling, waar ze in het buitenland de vingers bij aflikken. Geen land ter wereld houdt zo gedetailleerd bij waar zijn soorten voorkomen als Nederland. In landen als Groot-Brittannië en Duitsland werken soortgelijke databases met onderzoeksvlakken van tien bij tien kilometer. In Nederland zijn die eenheden 1000 bij 1000 méter, en daarover zijn inmiddels meer dan 60 miljoen waarnemingen verzameld, voorzien van datum, locatie en omstandigheden.

Deze gegevens zijn niet alleen van grote waarde voor allerlei wetenschappelijk onderzoek, maar natuurorganisaties kunnen er hun voordeel mee doen, en ook Rijkswaterstaat als het gaat om bermonderhoud of de aanleg van wegen en viaducten. Met een paar handelingen op de computer wordt duidelijk of er rekening moet worden gehouden met zeldzame soorten. Provincies en gemeenten kunnen de data raadplegen voor de afgifte van bouwvergunningen. Wie de Nationale Databank tijdig heeft doorzocht, heeft veel minder kans te worden verrast door een beschermde rugstreeppad die de bouw plotseling stillegt. Beschermde soorten zijn wel mobiel, dus het blijft natuurlijk opletten.

De basis van de databank is gelegd door zo'n tien organisaties die zich toeleggen op de bescherming van één soortgroep. De Vlinderstichting hield nauwgezet bij waar welke vlinders voorkomen, reptielenclub Ravon noteerde waar de hagedissen rondlopen, en Sovon verzamelde miljoenen waarnemingen van vogels. In 2003, in een tijd waarin er steeds meer conflicten tussen economie en ecologie ontstonden, zeg maar de aannemer versus het beschermde zeggekorfslakje, vond toenmalig minister Cees Veerman (landbouw) dat een uitgebreide database deze conflicten moest voorkomen. Hij stopte twintig miljoen euro in de ontwikkeling van de onafhankelijk Nationale Databank Flora en Fauna, die wordt beheerd door een stichting Gegevensautoriteit Natuur, met een heuse toezichthouder die de onafhankelijke status waarborgt.

Renée Bekker is als 'kwaliteitsborger' aan de databank verbonden; zij beoordeelt wat de kwaliteit van de waarnemingen is. Volgens haar waren de oudste data in het begin vooral een verzameling van hobbylijstjes. "De meeste gegevens werden al sinds meer dan 100 jaar verzameld door zo'n twintigduizend vrijwilligers, anderen zijn afkomstig uit zwaar wetenschappelijk onderzoek. Ook nu nog worden soms bijzondere data uit oude schriftjes van opgeruimde zolders ingevoerd, of verzamelingen uit een erfenis. We hebben zelfs verspreidingsdata in de databank die afkomstig zijn van een vitrine met opgeprikte vlinders, keurig met datum en vangstlocatie: uit 1753."

Een team van 180 mensen bekijkt elke bijzondere waarneming voordat deze verder in het systeem wordt ingevoerd. En is er discussie over die waarde, dan komt het geval voor een 'escalatie-commissie' met de toezichthouder als scheidsrechter.

"Toen we begonnen kwam zo'n tachtig procent van de informatie uit de bestanden die de vrijwilligersorganisaties in het verleden hadden opgebouwd", zegt Bekker. "Niet dat gegevens van vrijwilligers onbetrouwbaar zijn, integendeel, maar de kwaliteitscontrole op de gehele dataset is met de huidige technieken en kennis veel strakker geregeld. Veel van deze waarnemingen zijn vooral gedaan in natuurgebieden. Vrijwilligers observeren liever daar dan langs een snelweg of op een industrieterrein. Daardoor kennen de waarnemingen ook ruimtelijke beperkingen."

Het aandeel van deze waarnemingen is inmiddels aan het dalen, doordat andere organisaties zijn gaan deelnemen. De Waterschappen leveren gegevens, plus Rijkswaterstaat, de provincies en de zogenoemde 'groene' adviesbureaus. Zij komen op plekken waar de vrijwilligers minder snel gegevens verzamelen. Daarmee is het aantal waarnemingen niet alleen snel toegenomen, ook is de databank veel beter te gebruiken voor het omgaan met natuur binnen economische ontwikkelingen.

"We komen ook steeds dichterbij een standaard door alle digitale mogelijkheden die we tegenwoordig hebben", zegt Bekker. "De medewerker van Rijkswaterstaat én de vrijwilliger van de Vlinderstichting leveren nu op dezelfde manier hun gegevens aan. Simpele typefouten worden eerder ontdekt." En doordat iedereen tegenwoordig over een telefoon met gps beschikt, is de locatiebepaling steeds betrouwbaarder geworden.

Langzaam maar zeker ontstaat er zo een kaart van Nederland in vierkante kilometerhokken met daarin de voorkomende soorten. "Van de planten hebben we landelijk nu een nauwgezet beeld. Van de reptielen ook, dat is een bij onderzoekers populaire soortgroep die in specifiek landschap voorkomt." Sinds deze nationale databank bestaat is er bijvoorbeeld ook een complete roadpizza-kaart te maken met verkeersslachtoffers. Maar het beeld van sprinkhanen bijvoorbeeld is onduidelijker: er zijn nog steeds plekken waar nog nooit naar sprinkhanen is gezocht, al is die hobby sterk in opkomst. Voor vleermuizen geldt hetzelfde: die zijn eigenlijk alleen door specialisten met bat-detectors te herkennen.

Bekker klikt weer door de kaarten op haar laptop, en laat wat afgeleide toepassingen zien. Niet alle gebieden hoeven onderzocht te zijn, om toch iets over de overgebleven plekken te kunnen zeggen. Blijkt uit de gegevens dat bepaalde beschermde planten vooral op kalkgronden voorkomen die op het zuiden liggen, dan kan op basis van die informatie geconcludeerd worden dat op andere kalkgronden met die ligging mogelijk dezelfde flora voorkomt. Op basis van dit principe, kunnen met de Nationale Databank zogenoemde 'kansenkaarten' worden samengesteld, die organisaties als Rijkswaterstaat bijvoorbeeld waarschuwen voor beschermde soorten in hun bermen. Zo kan het bermbeheer worden aangepast, en blijft de schade voor de ecologie beperkt, maar ook voor organisaties die anders plotseling een maaiverbod opgelegd zouden krijgen. En dat geldt helemaal voor een bouwbedrijf dat de rugstreeppad tegenkomt. Met een paar simpele ingrepen vooraf is zo'n confrontatie te vermijden.

"Onze kennis van het landschap en de soorten die er verblijven, kan natuurorganisaties ook helpen bij de ontwikkeling van nieuwe natuur", zegt Bekker. "Op basis van onze kaarten is vast te stellen welke gebieden kansrijk zijn om tot natuur te ontwikkelen, puur op basis van de grondsamenstelling en onze informatie over de soorten die het daarop goed doen. De Friese zandruggen bieden bijvoorbeeld grote kansen voor de ontwikkeling van heides, andere gebieden in die provincie veel minder. "

Overheden maken via een abonnement gebruik van de gehele database. Vrijwilligers kunnen gratis bij hun eigen gegevens. Commerciële partijen en particulieren kunnen datasets via het Natuurloket opvragen en krijgen hiervoor een rekening. De begroting van de soortenbank bedraagt iets minder dan drie miljoen euro per jaar. Hiervan wordt inmiddels ruim één miljoen euro gedekt uit eigen inkomsten. Dat is niet genoeg.

Het ministerie van economische zaken stopt per 1 januari de subsidie, terwijl nog te weinig potentiële klanten de geldelijke waarde van de informatie uit de bank zien. Gemeenten bijvoorbeeld worden geteisterd door bezuinigingen en zullen bij het afleveren van bouw- of milieuvergunningen niet zo snel een beroep doen op de betaalde bank. Voor de marketeers van de databank is er dus werk aan de winkel. Bekker: "Het zou doodzonde zijn als we dit project moeten staken, nog voordat het volledig tot bloei is gekomen."

Vrijwilligers zijn niet langer alleen
Baudewijn Odé inventariseert als vrijwilliger in het voorjaar vaatplanten in Zuid-Limburg. In de zomer stapt hij over op de sprinkhanen. "Tien jaar geleden nog maar deed je je waarnemingen, en vervolgens kwamen de meldingen in een enorme black box terecht waartoe niemand toegang leek te hebben. Dat is met de komst van de Nationale Databank verleden tijd. Met behulp van mijn smartphone met gps kan ik direct en precies mijn waarnemingen doorgeven. Op internet zie ik mijn vondsten terug, en die van anderen. Je bent als onderzoeker en liefhebber niet meer alleen, maar deelt je ervaringen met anderen. Door de vergelijking kun je ook bepalen hoe bijzonder je eigen waarnemingen zijn. Naast alle wetenschappelijke en beleidsondersteunende mogelijkheden die de databank heeft, is hij voor mij vooral enorm stimulerend."

Rijkswaterstaat is nu altijd voorbereid
Rutger Sluik is projectleider bij het Expertisecentrum Natuur van Rijkswaterstaat. "Onze organisatie moet voordat de feitelijke werkzaamheden beginnen, informatie inwinnen over mogelijke beschermde dieren en planten die in het gebied kunnen voorkomen. Anders wordt de Flora- en Faunawet overtreden. Zit er iets bijzonders in vaargeul, wegberm of op het talud, dan nemen we onze maatregelen. Voorheen was het zo dat we per project ad hoc onderzoek deden, maar we hadden geen eigen opslag voor die gegevens. We moesten die onderzoeken dus steeds opnieuw doen, een dure kwestie. Met de deelname aan de Nationale Databank is dat probleem opgelost. Alle locaties worden binnen een periode van vijf jaar onderzocht. We slaan de waarnemingen op in de databank, en wanneer we maar willen zijn die te raadplegen. Dat is niet alleen goedkoper en efficiënter, we maken ook gebruik van de gegevens van andere organisaties zodat het onderzoek betrouwbaarder wordt, terwijl wij met onze gegevens weer die andere organisaties met data voeden. Alle partijen hebben voordeel bij die uitwisseling."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden