Sonja Prins

Ze schreef al gedichten toen ze negen was: „De lentebloesems mooi zijn zij/dat zei een kleine bruine bij./De bomen beschermen mij voor een kogel/dat zei een mooie grote vogel.” Sonja Prins woonde op dat moment met haar ouders in Californië, waar haar moeder, juriste Ina Prins, de kost verdiende met lesgeven en vertalen. Ina was een voorvechtster van Montessori-onderwijs. Samen met Sonja's vader, 'Apie’ Prins (die Steinbeck en Shaw vertaalde), was moeder Ina enthousiast over de Russische revolutie. Ze richtten er een vereniging en een blad over op: 'Nieuw Rusland’.

Sonja Prins kreeg het communisme dus al met de paplepel ingegoten. Ze werd zelf ook communist en leidde het vooruitstrevende tijdschrift 'Front'. In 1933 verscheen haar eerste dichtbundel, maar onder het pseudoniem Wanda Koopman: ’Proeve in strategie’. Want onder eigen naam gedichten publiceren, dat was in communistische kringen te zeer bourgeois. Dichter Hendrik Marsman echter schreef de inleiding en vond dat haar poëzie ’het niveau van haar generatie ver oversteeg’. Ze kreeg drie kinderen, maar die werden in de praktijk verzorgd door haar moeder.

Tijdens de oorlog ging ze bij het communistische verzet, gaf het verzetsblad ’Vonk’ uit, werd al in 1941 opgepakt en belandde een jaar later in Ravensbrück. Net voor de bevrijding wist ze uit dat kamp te ontsnappen. Vier jaar na de oorlog schreef ze haar ervaringen op in een roman: ’De groene jas’.

Uitgevers hadden na de oorlog geen belangstelling voor haar werk: een communistische dichteres, dat was suspect. Daarom gaf ze in 1955 de bundel ’Het geschonden aangezicht’ maar in eigen beheer uit. Ze werkte in het CPN-gebouw Felix Meritis in Amsterdam als secretaresse van roerganger Paul de Groot en van het tijdschrift 'Politiek en cultuur’, maar raakte in conflict met de partij. (Dat zou haar moeder ook overkomen, maar dan een paar jaar later). Sonja Prins vond dat de CPN de Sovjet-Unie veel te kritiekloos steunde, en dat discussie in de partij onmogelijk was.

Vanaf 1970 kreeg Sonja Prins een oorlogspensioen en in 1972 kocht ze voor 8000 gulden een bouwvallig huisje in de bossen bij Baarle-Nassau, waar ze temidden van grote stapels boeken leefde.

De erkenning kwam laat, maar hij kwam. Voor haar verzetswerk kreeg ze in 1981 het Verzetsherdenkingskruis. Haar poëzie begon serieus genomen te worden sinds Gerrit Komrij in zijn bloemlezingen eerst een gedicht van Wanda Koopman, en in een latere druk drie Sonja Prins-gedichten opnam. Najaar 2006 verscheen de bloemlezing van haar werk. Op 15 januari 2009 overleed ze in een Bredaas verzorgingshuis, 96 jaar oud.

Kick Stokhuyzen
Een in-keurige man, al vroeg kaal, stijfjes beschaafd, verscheen eind jaren zestig plotseling op de televisie. Hij presenteerde een kennisquiz die ’Tweekamp’ heette, waarin teams uit twee studentensteden het tegen elkaar opnamen. Het programma werd populair – maar ook noopte de ongebruikelijke naam van de presentator en zijn uitstraling van onkreukbaarheid tot naamgrappen: Kick Kotshuizen, Stik Kokhalzen.

Begin jaren zeventig presenteerde Stokhuyzen een curieuze muziekquiz (’Herkent u deze melodie?’), waarin een klassiek lied in een verkeerd decor werd gezongen en de kandidaten moesten zeggen waar het lied dan wel thuishoorde.

Halverwege de jaren zeventig veranderde Stokhuyzen weer van onderwerp, al bleef het opnieuw leerzaam. Hij ging het eerste natuurprogramma (’Ja, natuurlijk’) op televisie presenteren: deels quiz, deels reportage. Je kon erin zien hoe een koekoek z’n intrek neemt in het nest van een graspieper, of hoe een orang-oetanmoeder een jong verstoot. Ook dat programma, eveneens van de NCRV, werd heel populair.

Maar in 1983 eindigde Stokhuyzens loopbaan op televisie. Hij had tv er altijd al ’naast’ gedaan, want eigenlijk was hij econoom – zijn echtgenote, actrice Annet Nieuwenhuijzen, had hij destijds bij het Amsterdams studententoneel ontmoet – en werkte hij bij IBM.

Dat bedrijf had altijd toegestaan dat Stokhuyzen er wat televisiewerk naast deed, maar toen hij promotie kon maken zette hij de tv aan de kant. Hij eindigde bij IBM als manager sales promotion.

Stokhuyzens programma’s waren populair, maar in de jaren dat hij op tv actief was waren persoonlijke feitjes over presentatoren nog niet van veel belang. Met wie hij getrouwd was, of dat hij als jongen in een Jappenkamp had gezeten, of waar de voornaam ’Kick’ vandaan kwam – de verbastering van ’kereltje’ – was bij het grote publiek niet bekend.

Afgelopen zomer was Stokhuyzen een van de sprekers bij de jaarlijkse herdenking van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Hij haalde herinneringen op aan zijn jaren in een jongenskamp in Bandoeng, op Java.

„Daar had het keizerrijk Japan een nieuwe kwelling bedacht. Het was verboden om potlood en beschreven of onbeschreven papier te bezitten of bij zich te dragen en iedere vorm van kennisoverdracht, lesgeven dus, was streng verboden en zou onmiddellijk zwaar worden bestraft. Dat is, denk ik, misschien wel de meest pure vorm van culturele genocide”, zei hij.

Na zijn pensionering kwam hij nog een enkele keer terug op televisie in nostalgische programma’s over zijn tv-jaren, maar verder was hij alleen nog te horen als stem. Hij was de approved character voice in de tekenfilms van Winnie the Pooh. Dat betekende dat alleen Stokhuyzen die stem mocht inspreken.

Maandag 12 januari 2009 overleed hij onverwacht aan een hersenbloeding, 78 jaar oud.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden