'Soms was ik toch wel blij met geweld' Ooggetuigen

In de eeuw vol geweld en dreiging met geweld ontstond een beweging die de groeiende macht van de strijdkrachten kritiseerde. Dr. A.H. Heering (84) was zijn leven lang actief in de antimilitaristische beweging. 'Ik had van huis uit een tik van de molen meegekregen, maar ik wilde zelf een beslissing nemen.'

,,De beweging was nooit erg groot, de politieke onrust erover wel. Want de militaire macht stond in hoog aanzien en de verdediging van het vaderland nam in vele nationale tradities een belangrijke plaats in. Iedere jongen moest bereid zijn aan de onafhankelijkheid van zijn vaderland zijn beste krachten te wijden en wie aan het begin van de eeuw deze plicht verzaakte, belandde in de gevangenis. Toch waren er altijd wel enkelen die daar niet voor terugschrokken, uit anarchistische maar ook steeds meer uit ethische bezwaren.''

De algemene mobilisatie van 1914 en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werkten de neiging dienstweigeraars gevoelig te straffen sterk in de hand. Maar niet eerder waren de verschrikkingen van een oorlog zo breed uitgemeten in de pers en allengs begon de politiek te beseffen dat het inderdaad mogelijk was oprechte gewetensbezwaren te hebben tegen het doden van medemensen. Nog tijdens de oorlog, in 1917, vaardigde defensieminister De Jonge dan ook een dienstorder uit waardoor gewetensbezwaarden tijdens hun diensttijd voor het Rode Kruis konden werken.

Door een grondwetswijziging in 1922 en de daarop gebaseerde wet van 14 juli 1923 werd het mogelijk vrijstelling van dienstplicht te verkrijgen op grond van gewetensbezwaren tegen het doden van de medemens.

Heering: ,,Ik had van huis uit een tik van de molen meegekregen. Mijn vader was medeoprichter van Kerk en Vrede en thuis lagen allerlei blaadjes over vredeszaken. Maar ik wilde zelfstandig een beslissing nemen of ik in dienst zou gaan of niet en daarom liet ik mij pas na mijn rechtenstudie, in 1937, oproepen. Ik diende een verzoekschrift in tot vrijstelling en moest voor de door de regering ingestelde adviescommissie verschijnen. Tijdens mijn 'verhoor', zoals dat heette, legde ik uit welke gewetensbezwaren ik had. De commissie stelde me de standaardvraag: 'En als je nu met je meisje op een eenzame weg loopt en een onverlaat valt je aan, mag je ook dan geen geweld gebruiken?' Een ontkenning leidde tot vrijstelling. Maar zei je: 'Ja, in dat geval toch wel', dan viel je af. Ik zei dat ik dan mijn meisje zou verdedigen, hoewel ik hoopte dat ik de misdadiger niet zou hoeven te doden.

,,Ik wees de vergelijking overigens af. Het is nogal wat anders of je met een schurk van doen hebt of met een soldaat die geen misdadiger is, maar een mens als jijzelf - even goed en even slecht - en ook gecommandeerd of door propaganda beïnvloed. En daarbij: in geval van noodweer handel je onvoorbereid, zonder wapens. Terwijl voor een militair het gebruik van geweld tegen de vijand zijn primaire taak is en hij daarin grondig geoefend wordt.''

Heering was dus geen 'absolute weigeraar'. ,,Het was de commissie kennelijk niet helemaal duidelijk welke categorie de wetgever nu precies op het oog had gehad en aan het einde van het gesprek kreeg ik - waarschijnlijk omdat ik jurist was - de opdracht dat na te gaan in de kamerstukken.''

Heerings rapport wees uit dat de meerderheid van de Kamer ruimte had gelaten voor enig geweld in geval van noodweer. ,,Die conclusie werd in hoofdzaak door de commissie overgenomen.'' Maar de Kamer erkende alleen religieuze of morele bezwaren. Anarchisten of anderen die het gezag van de staat niet erkenden - en dus ook geen vrijstelling wilden vragen voor een staatscommissie - kregen nog steeds gevangenisstraf.

Misschien mede dankzij de bevindingen van zijn eigen rapport werd Heerings verzoek tot vrijstelling gehonoreerd. Zijn vervangende dienst - drie keer zo lang als de militaire diensttijd, anderhalf jaar in plaats van vijfenhalve maand - bracht hij door bij het Centraal bureau voor de statistiek.

Niet iedereen trof hetzelfde lot. Sommige 'ongeletterde' dienstweigeraars moesten grondarbeid verrichten, anderen legden kamp Westerbork aan. Weer anderen werden hulpverplegers in de Rijkspsychiatrische Inrichting in Eindhoven. Het ging niet om grote aantallen: nog geen honderd per jaar.

In de jaren twintig beleefde de vredesbeweging haar hoogtepunt. ,,Politiek gezien was ze nooit echt een factor van belang. Maar vrij veel mensen werden door haar idealen gepakt. Nationale ontwapening stond jarenlang op het programma van de SDAP en de Vrijzinnig Democratische Bond, maar onder de dreiging van Hitler-Duitsland kwamen velen daar weer van terug. Ook sommige leiders van de pacifistische beweging gingen om. Dat veroorzaakte natuurlijk nogal wat deining.''

Heering zelf twijfelde niet: ,,De oorlog was voor sommigen een signaal dat de vredesbeweging een aantal vragen niet serieus genoeg had genomen. Maar ik had in de meeste gevallen die vragen al lang geleden overwogen en beantwoord. Ik heb nooit geloofd in geweld als middel om rechtvaardigheid en liefde te betrachten.'' De bezetting veranderde Heerings mening dan ook niet wezenlijk. Er werd wel discussie over gevoerd. In het begin van de oorlog verscheen het blad van Kerk en Vrede nog wel clandestien met artikelen als 'Non tali auxilio' (Niet met zulke hulp).

Verzet, zoals hulp bij onderduik of administratief verzet was natuurlijk geboden. Maar Heerings houding tegenover gewapend verzet was enigszins dubbelzinnig. ,,Ik was wel blij als het succes had, maar ik heb er nooit aan kunnen of willen meedoen.'' Een zelfde ambivalentie was er ten opzichte van de geallieerden. ,,Bij een geallieerde overwinning waren we blij, bij een nederlaag triest. Het was eigenlijk heel simpel: aan die militaire gebeurtenissen konden wij niets veranderen en als er nu toch strijd was, dan maar liever een strijd die overwinning opleverde.''

Hoewel Heering ervan overtuigd was dat zonder militair ingrijpen de bezetting veel langer zou hebben geduurd, veranderde dat zijn stellingname niet.

Vlak na de oorlog en tijdens de jaren vijftig deed de vredesbeweging nauwelijks van zich spreken. Ze werd pas weer wat invloedrijker in de zestiger jaren, met de PSP en het InterKerkelijk Vredesberaad. ,,Het IKV is ontstaan onder invloed van de nucleaire oorlogsdreiging en de Koude Oorlog. Veel massaler dan Kerk en Vrede maar veel minder radicaal en niet antimilitaristisch.'' Heering liep mee in de anti-kernwapendemonstraties in Amsterdam en Den Haag, ,,hoewel ik het jammer vond dat de protesten zich beperkten tot de nucleaire bewapening''.

Aan het eind van de eeuw is dienstweigeren niet meer nodig. In 1996 zwaaide voorlopig de laatste lichting dienstplichtigen af, omdat de opkomstplicht is opgeschort in afwachting van een nieuwe dienstplichtwet.

Heering heeft zich nooit aangetrokken gevoeld tot organisaties die hekken doorknipten en straaljagers bekladden. ,,Ik raakte juist gaandeweg meer gefascineerd door geweldloze strijdmethoden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden