'Soms pikken ze een tasje, dat valt me dan nog mee'

Hij ging altijd het liefst op het strand joggen met een jonge psychosepatiënt. Op die manier leerde hij veel van kinderen. Bij zijn afscheid als hoogleraar jeugdpsychiatrie aan de VU ziet Theo Doreleijers hoe de aandacht voor psychische stoornissen bij jongeren in het gedrang komt. interview

Het Kwaad met hoofdletter K. Hoogleraar jeugdpsychiatrie Theo Doreleijers - net met pensioen 'omdat het moest van de cao' - heeft het niet aangetroffen bij de vierduizend kinderen die hij in ruim drie decennia sprak. Ook niet in de kinderen en jongeren die hem bezochten omdat ze in de criminaliteit waren beland. Bij verreweg de meesten is sprake van een psychiatrische stoornis, hield hij de buitenwereld jaren geleden al voor.

"Je moet je voorstellen: een kind, in aanleg kwetsbaar, wordt ernstig mishandeld en verwaarloosd. De vader is verslaafd en de moeder vertoont kenmerken van een borderlinestoornis. Er is geen geld, er is geen enkele steun, alleen maar stress in het gezin. Ik heb veel kinderen gezien van wie ik dacht: het valt me nog mee dat ze alleen maar een tasje hebben geroofd."

Beroving met geweld, zedendelicten, heeft u niet een enkele keer gedacht: hier zit het kwaad tegenover mij?

"Het kwaad, dat is een filosofisch begrip. Daar kan ik eigenlijk niet zoveel mee. Ik kijk naar het kind. Als je die kinderen niet behandelt, wordt het alleen maar erger. Dat gold ook jarenlang voor de kinderen van de gastarbeiders die we naar Nederland haalden. We dachten dat die weer zouden teruggaan en hebben die gezinnen jarenlang genegeerd. We keken niet of ouders aan het werk bleven. Totdat we constateerden dat een grote groep met jonge Marokkaanse veelplegers was ontstaan. De stress in die gezinnen, de spanning waarmee de ouders te maken krijgen omdat ze de Nederlandse samenleving niet kennen, die maakt het voor die kinderen nog moeilijker."

U constateerde dat hun leeftijdsgenoten die in Marokko opgroeiden, minstens evenveel psychische problemen hebben.

"We onderzochten kinderen in de stad Fes en die bleken hoog te scoren. Ik was eerst bang dat we misschien niet de goede vragenlijsten hadden gebruikt. Maar een Marokkaanse collega zei me dat veel kinderen daar op straat leven en aan hun lot worden overgelaten."

Dus het ligt niet alleen aan gebrekkige integratie in Nederland.

"Nee, maar we moeten nog beter uitzoeken wat dan wel de oorzaak is van die problemen in het thuisland. Hier in Nederland ontwikkelt zich gelukkig een groep beter opgeleide Marokkanen, ik zie ze zelf terug, ook in de collegezaal."

Zegt u eigenlijk niet: alle criminaliteit is eigenlijk een psychiatrische stoornis? En straffen is niet nodig?

"In ons onderzoek zien we dat geweldscriminaliteit ook ontstaat als de hersenen disfunctioneren. Als je dan straft, voorkom je nauwelijks recidive. Maar straffen dient natuurlijk andere doelen, zoals genoegdoening voor slachtoffers. Kijk, iedereen met weinig geld komt in de verleiding een dure muziekspeler uit de winkel mee te nemen. U en ik gaan zweten als we daaraan alleen al denken in de winkel, maar criminele jongeren niet. Die zijn 'cool' in de slechte zin van het woord, hun neurobiologische functies houden hen niet tegen."

Doreleijers - getrouwd als veertiger, geen kinderen - liet vaak van zich horen. Zeker sinds hij zestien jaar geleden naast de behandelkamer ook koos voor de wetenschap. Hij pleitte ervoor alle kleuters psychiatrisch te screenen, om in een eerder stadium problemen als autisme, ADHD en agressie op te sporen. Hij keerde zich tegen het jeugdstrafrecht waarin de minimumleeftijd 12 jaar is en noemde als alternatief een strafrecht voor adolescenten tussen 16 en 23 jaar.

En hij stelde voor de nu 79-jarige criminoloog Wouter Buikhuisen - die dertig jaar geleden werd weggehoond omdat hij wilde onderzoeken of misdadigers afwijkende hersenactiviteit vertonen - te rehabiliteren met een eredoctoraat. Hij adviseerde veelvuldig de rechter over mogelijke psychiatrische stoornissen van verdachten en de goede behandeling.

Doreleijers zelf is net 65 geworden. Op zijn afscheidssymposium aan de Vrije Universiteit in Amsterdam mopperde hij over de cao die hem dwong in elk geval zijn positie als hoofd van de afdeling jeugdpsychiatrie van het VU Medisch Centrum op te geven. Na terugkomst van vakantie ziet hij ook de voordelen. "Ik werk nu 40 uur per week, in plaats van 70, zoals ik altijd heb gedaan. Ik hoef niet meer alle dingen te doen die horen bij het management. Het was veel, soms kon ik dingen maar half doen. Ik blijf doorgaan met onderzoek en onderwijs."

U gaat niet vissen.

"Nee, maar ik kom wel meer toe aan bijvoorbeeld lezen. Ik heb net 'De kinderjaren van Jezus' uit, van J.M. Coetzee. Over een jongen van vier jaar die in een vreemd land aankomt, samen met een hem onbekende man. Die man besluit zijn opvoeding over te dragen aan een vrouw die hij toevallig tegenkomt. Je ziet vervolgens hoe die vrouw probeert goed te doen, maar de jongen ook verstikt. Die complexe patronen binnen een gezin en de loyaliteit van een kind, en hoe dat steeds terugkeert in het leven van een mens. Dat zien wij hier dagelijks in de kliniek."

Wat boeit u toch zo aan die kinderziel?

"Wat mij interesseert, is de ontwikkeling van mensen. Soms heel verrassend, de andere keer juist precies zoals vooraf was te voorspellen. Of het nou gaat om kinderen, of om mijn eigen leeftijdsgroep, dat maakt me niet zoveel uit. Ik woon in Amsterdam omringd door coffeeshops. Laatst zag ik vier buitenlandse jongeren, knetterstoned naast elkaar, allemaal druk met de eigen smartphone. Ik wil dan weten wat er in die hoofden omgaat, waarom men helemaal naar Amsterdam vliegt, maar dan met elkaar geen contact maakt.

"Dat het destijds kinderpsychiatrie werd, is toeval, ik werd in 1980 gevraagd in het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag een afdeling voor kinderen op te zetten. In die tijd was er in de psychiatrie nog weinig aparte aandacht voor kinderen. Dat organiseren trok me meer dan de kinderziel."

Sommigen herinneren u als een psychiater die afweek van gangbare methoden.

"Het kinderziekenhuis lag vlak bij het strand. Ik herinner me inderdaad dat ik een keer ging rennen met een patiënt die ernstige psychoses had. Toen zei hij: 'Pas nu besef ik dat u niet een soort god bent die mij ergens kan wegstoppen.' Hij zag dat ik ook maar een man was die flink aan het hijgen was. Ik besefte toen ook zelf pas ten volle hoe men tegen je aankijkt als dokter. Voor die dingen is nu in de psychiatrie minder tijd. Aan de ene kant goed, want er werd ook wel erg veel afgepraat. Toch zou de ruimte voor zoiets moeten blijven, ik leerde zo veel van die kinderen."

Collega's roemen uw kunst om tiener te zijn met de tieners.

"Ik heb altijd geprobeerd geen morele oordelen te hebben. Zodat een kind vrijuit kan praten. Ik ben geen vader, geen leraar. Ze kunnen alles zeggen. Je kunt wel morele bezwaren hebben, zeggen 'weet je dat het niet verstandig is om te roken?' Maar zo kom je niet in gesprek."

U werd wel ouder.

"Op een gegeven moment heb je zoveel ellende gehoord dat je niet snel meer geschokt bent. En ook al werd ik ouder, ik ben altijd een beetje anders gebleven. 'Te enthousiast voor zijn leeftijd', zo zeggen leeftijdsgenoten wel eens over mij.

"Of het nou om kinderen gaat of niet, ik ben altijd wel een soort bemiddelaar geweest. Tijdens mijn studie in Nijmegen brak de studentenrevolutie uit, en ik liet mijn haar groeien en deed mee. Maar ik bemiddelde wel tussen de behoudender studenten en de progressieven."

Waar komt dat bemiddelen vandaan?

"Het heeft zeker te maken met mijn vader. Hij was een lieve vader, maar had een hekel aan mensen die niet in zijn straatje pasten en was altijd boos op regeringen die niet van zijn signatuur waren. Hij vond mijn lange haren maar niks, ik schaamde me voor zijn boosheid over de maatschappij. We zijn een aantal jaren van elkaar verwijderd geraakt. Pas na zijn pensionering zijn we weer in gesprek geraakt, toen vertelde hij hoe hij in 1939 was gemobiliseerd en de Maaslinie moest verdedigen met roestige wapens uit de Eerste Wereldoorlog. Krijgsgevangenschap in Berlijn, het was een traumatische ervaring. Toen zijn bazen hem later dropten in Bagdad, richtte die boosheid zich op andere culturen. Hij was directeur bij schoenfabriek Bata en hij haalde vliegtuigladingen gastarbeiders naar Nederland omdat de mensen hier niet meer wilden werken met de chemicaliën die nodig waren in de leerlooierij. Tegelijkertijd vond hij dat buitenlanders lui waren. 'Jij vindt alles dat niet uit Schijndel komt, niet goed' heb ik hem wel eens gezegd. Ik verdedigde linkse regeringen, de andersgelovigen en de buitenlanders."

Uw pensioen valt op het moment waarop de jeugdpsychiatrie een verantwoordelijkheid wordt van de gemeenten.

"Daar ben ik erg op tegen. Natuurlijk moeten kinderpsychiaters meer samenwerken met jeugdzorg en maatschappelijk werk. Maar een wethouder laten beslissen wat de medische zorg moet worden voor een kind met een ernstige stoornis, dat is gevaarlijk. Zo'n wethouder beheert zelf zijn budget en dan is de kans groot dat hij niet kiest voor de relatief dure psychiater. Het zal ertoe leiden dat kinderen niet de behandeling krijgen die ze nodig hebben."

En dat de lijsten met jonge veelplegers langer worden?

"Ja, dat zeker ook. Ik verwijt overigens ook mezelf en mijn collega's dat we niet eerder de spreekkamer uit zijn gekomen, zijn gaan samenwerken met wijkteams. In Den Haag deed ik dat zoveel mogelijk. Mijn grootste frustratie is dat ik het op het laatste moment niet voor elkaar kreeg een poli en kleine kliniek voor kinderpsychiatrie in het VU Medisch Centrum te openen. Nu zitten we apart van kindergeneeskunde en van psychiatrie. Terwijl het juist zo goed is als bijvoorbeeld een kinderarts meteen even kan binnenlopen als hij vragen heeft over de psychische toestand van een patiënt, of van ouders."

Tegelijkertijd signaleert u dat uw generatie hoogleraren jeugdpsychiatrie niet wordt opgevolgd.

"Een goede jeugdpsychiater heeft vele jaren nodig om te leren hoe je kinderen behandelt en moet dat twee dagen in de week blijven doen om behandelaar te mogen blijven. Daarnaast moeten jonge onderzoekers tegenwoordig minstens dertig internationale publicaties op hun naam hebben staan voordat ze hoogleraar worden. Dat is veel tegelijkertijd. Een nieuwe generatie komt eraan, maar het duurt nog even."

De nieuwe generatie wil niet meer net als u zeventig uur per week werken.

"Ik begrijp dat de tijd is veranderd, zeker als men kinderen heeft. Maar er is toch ook nog het weekend, en wat dacht je van de avonden? Je komt er natuurlijk niet als je zegt 'ik wil alleen maar 36 uur per week werken en zodra ik eens een nacht wordt opgeroepen, gaat dat weer van mijn werkweek af'. Ik heb de lat altijd hoog gelegd, bij alles wat ik deed. Ook bij anderen. Soms was dat best lastig."

Kunt u wel genieten van wat u heeft bereikt?

"Ja, enorm. Ik weet nog hoe trots ik was toen mijn proefschrift af was, dat ik besefte dat ik een kans had gekregen die mijn vader niet kreeg tussen de twee wereldoorlogen in. Ik ben trots op elk proefschrift van onze afdeling dat bijdraagt aan een betere positie van de jeugd die het niet getroffen heeft zoals ik het heb getroffen. En ik geef toe, dat goede gevoel werd soms ook wel versterkt doordat ik bij mijn patiënten zag hoe slecht die het hadden. Maar ook in vergelijking met leeftijdsgenoten die al vroeg hun ouders verloren, of zelf gezondheidsproblemen kregen. Ik voel me een zondagskind."

Theo Doreleijers
1948 geboren in Schijndel (Brabant)

1980 hoofd afdeling jeugdpsychiatrie Julianaziekenhuis Den Haag

1995 proefschrift over diagnostiek bij jonge criminelen

1997 hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, Vrije Universiteit Amsterdam

1997 tevens hoofdopleider De Bascule, kliniek voor jeugdpsychiatrie verbonden aan de VU

2007 ook bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie, Universiteit Leiden

2012 docent van het jaar aan de VU

2013 formeel met pensioen

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden