Soms naar het ene, dan naar het andere ziekenhuis

(Trouw) Beeld
(Trouw)

We moeten het ziekenhuis op de hoek niet blindelings vertrouwen en leren om zo af en toe wat verder te reizen voor goede zorg. Minister Klink van volksgezondheid over de ziekenhuiszorg van de toekomst en wat nodig is om daar te komen.

Nicole Lucas en Karen Zandbergen

Artsen, ziekenhuisdirecteuren, patiëntenorganisaties en farmaceutenclubs lopen al een kleine twee jaar in en uit bij Ab Klink.

Op deze maandagmiddag komt een stoet heren en een dame druk discussiërend uit de werkkamer van de minister van volksgezondheid. Of, in navolging van de overheidssteun aan ING, de IJsselmeerziekenhuizen zojuist zijn overgenomen door de staat? Jazeker, grapt de bewindsman. Om later in het gesprek duidelijk te maken dat het niet per se zijn stijl is om ziekenhuizen te beschermen. Als ze iets fout doen, zal hij dat niet verbloemen. En als er door eigen toedoen één moet sluiten, gaat hij daar niet voor liggen. Hij gaat over bereikbaarheid en continuïteit van de zorg, niet over de vraag of een specifieke instelling blijft bestaan.

De CDA-ideoloog, van huis uit socioloog, heeft sinds kort zijn eigen ervaringen in de wereld van de zorg. Op de hartproblemen van zijn vader, die voor hem aanleiding waren om op een andere manier dan beroepshalve in de zorg te duiken, wil hij niet te diep ingaan. Met zijn vader gaat het beter. Maar in Klinks overtuiging dat er nog flink wat moet verbeteren, is hij door deze persoonlijke ervaringen alleen maar gesterkt.

Niet elk ziekenhuis levert vanzelfsprekend goede zorg, weet de bewindsman. „Het loont om dat uit te zoeken. Verderop kan de zorg beter zijn. Toen ik ziekenhuizen ging vergelijken om te zien waar mijn vader het best terecht kon, kreeg ik een beeld van de enorme geschakeerdheid. Het ene specialisme in een ziekenhuis scoort goed, een ander juist niet.”

Zorg kan ook door de bodem zakken, bleek de laatste weken. „Wie er zonder meer van uitgaat dat het wel goed zit, kan bedrogen uitkomen. Voor zover mensen zich tot voor kort op goed vertrouwen lieten opereren in de IJsselmeerziekenhuizen, is dat vertrouwen beschaamd.” Het klinkt ernstig uit de mond van een minister van volksgezondheid: onderdelen van ziekenhuizen die niet optimaal functioneren. Is dat in het ziekenhuis van de toekomst nog altijd zo?

De kwaliteit van de zorg mag nergens onder een bepaald minimumniveau komen, vindt Klink. Daarvoor moeten meer normen worden vastgelegd. Daarnaast moeten slechte prestaties naar Klinks overtuiging worden afgestraft. Dat gebeurt pas als er op kwaliteit wordt geconcurreerd en niet alleen op prijs.

Daarvoor moeten patiënten zelf kritischer worden. Voor zijn eigen vader ging Klink te rade op de website kiesbeter.nl. Met een paar muisklikken is daar te zien in welk ziekenhuis je zelf kunt bepalen hoe laat de maaltijd komt, wat de parkeertarieven zijn en of er een gebedsruimte is. Er is ook te zien hoe lang de wachtlijsten zijn, hoe een ziekenhuis het doet bij de behandeling van hartfalen en of het een register heeft waarin complicaties bij operaties worden geregistreerd.

Een goed begin, maar het moet nog veel makkelijker, vindt Klink. „Je hebt nu al lijstjes, zoals van Elsevier en het AD, met kwaliteitsvergelijkingen. Specialisten die onderaan eindigen, vinden dat heel vervelend.”

Uit onlangs gepubliceerd onderzoek blijkt dat het effect van dergelijke ranglijsten op de kwaliteit van de zorg (nog) beperkt is. Toch is Klink ervan overtuigd dat ze op den duur een ’optillend effect’ hebben. „Je zult mij nooit horen zeggen dat de zorg een normale markt is. Maar je ziet wel dat competitie de kwaliteit naar boven tilt.” Hij ziet hier een verantwoordelijkheid voor patiëntenorganisaties. „Die weten vaak precies waar het goed geregeld is.”

Al in 2000 beschreef Klink in een rapport van het wetenschappelijk instituut van het CDA de weg die hij nu inslaat. Minder sturing vanuit de overheid, maar geen volledige commercialisering. Meer verantwoordelijkheid bij patiënten en zorgverleners. Hij voelt zich dan ook senang bij de stelselwijzigingen van zijn voorganger, minister Hoogervorst, maar hij wil verder. Want echte concurrentie is nog nauwelijks op gang gekomen.

Er kan naar Klinks overtuiging veel gebeuren door de sector zelf, onder druk van ranglijsten en prestatie-indicatoren. Maar hij wil er niet op vertrouwen dat het vanzelf goed komt. „We hebben veel kundige medisch specialisten, maar als je kijkt naar het rapport dat de IGZ onlangs over de hygiëne in de operatiekamers heeft gepubliceerd, dan schrik je toch. Simpele dingen blijken niet vanzelfsprekend: handen wassen, sieraden afdoen.”

„Het is heel goed dat de IGZ dergelijke thematische onderzoeken doet. Dat betekent dat je niet van het toeval afhankelijk bent om problemen boven te krijgen. De keerzijde is dat we indringend geconfronteerd worden met het gegeven dat sommige dingen vele malen beter moeten.”

Daarom wil Klink wél minimumnormen stellen. Ziekenhuizen moeten kunnen aantonen dat ze daaraan voldoen. „We moeten van verondersteld vertrouwen naar verdiend vertrouwen.”

Op diverse terreinen zijn die normen er inmiddels. Voor het aantal operaties bijvoorbeeld dat een ziekenhuis minimaal moet uitvoeren bij de behandeling van zeldzame ziektes, zoals slokdarmkanker. „Het vereist een zekere routine om dat goed te kunnen doen.”

Dergelijke eisen, gevoegd bij de toenemende concurrentie, leiden ertoe dat ziekenhuizen zich specialiseren. Dat betekent weer dat een patiënt niet meer per se voor iedere behandeling bij hetzelfde hospitaal terecht kan. En ja, dat kan betekenen dat er voor een operatie verder moet worden gereisd. Klink ziet dat niet als een groot probleem als het om eenmalige ingrepen gaat.

Anderzijds wil hij juist voor de chronische patiënt de zorg dichterbij brengen. „Ik wil toe naar nauwere samenwerking tussen de eerste en tweede lijn, huisartsen, diëtisten, apothekers en specialisten. Die is er al op kleine schaal. In Nijmegen heeft een neuroloog een heel netwerk opgezet rond parkinson-patiënten. Er is continue afstemming tussen de verschillende hulpverleners die zich met die mensen bezighouden.”

„De manier waarop de verschillende soorten zorg worden bekostigd, maakt het lastig om dat soort initiatieven te nemen. Daar wil ik iets aan doen. In Duitsland zijn ze met die afstemming en uitwisseling veel verder. De resultaten zijn er echt erg goed. Het aantal hartinfarcten, het aantal mensen met angina is er drastisch afgenomen.”

Dergelijke samenwerkingsverbanden van bovenaf opleggen, vindt Klink niet zijn taak. „De overheid is verantwoordelijk voor de continuïteit van de zorg. Daar hebben we bepaalde minimumnormen voor. Spoedeisende hulp en de basisspecialismen die daarbij horen, zoals cardiologie en verloskunde, moeten binnen 45 minuten voor iedereen beschikbaar zijn. Maar dat betekent niet dat we koste wat het kost allerlei ziekenhuizen op de been moeten houden. Je kunt ook besluiten om meer ambulanceposten op te zetten. We hebben in Nederland tenslotte een behoorlijke dichtheid van ziekenhuizen.” Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor veiligheid, kwaliteit en bedrijfsvoering van ziekenhuizen bij de raden van bestuur en raden van toezicht. „En daar houden we die verantwoordelijkheid ook.”

Betekent dat dan dat ziekenhuizen zich in de toekomst meer mogen gedragen als ’gewone’ bedrijven? Kapitaal van buitenaf aantrekken bijvoorbeeld, zodat ze kunnen investeren in dure apparatuur om de kwaliteit te verbeteren? Daar is de minister nog niet uit. „Het is een beladen discussie, omdat je dan aandeelhouders introduceert in het ziekenhuis.” Aandeelhouders die niet alleen een deel van de winst opeisen, maar ook zeggenschap vragen.

„Ik wil niet direct de vergelijking trekken met de bankensector, maar het vergt wel goede regulering. Je moet de continuïteit van de zorg kunnen borgen, zodat niet op het moment dat aandeelhouders het niet meer interessant vinden, ineens het ziekenhuis door de benen gaat. Ik ben er nog niet uit of en hoe we dat gaan regelen. Eind van het jaar gaat er een brief over naar de Tweede Kamer.”

Bij dit verhaal horen vier interviews met mensen die weinig zichtbaar zijn, maar essentieel voor de kwaliteit van de zorg in het ziekenhuis. Ze werken allen in het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis in Woerden. De interviews vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden