Soms moet je mensen kwetsen als je duidelijk wilt zijn

België is anders dan Nederland, ook op religieus gebied. Een serie portretten van opmerkelijke personen op levensbeschouwelijk gebied. Vandaag ex-priester Bruno-Paul de Roeck.

Uit de biechtstoel klonk vaak gelach als priester Bruno-Paul de Roeck de biecht afnam. ,,Van een vrouw die haar kind mishandelde. Ik raadde haar aan een middag in bad te gaan zitten met een borrel. En van een jongen van zeventien die had gemasturbeerd. 'Snuit jij je neus wel eens', vroeg ik hem. 'Denk je echt dat God zich bezighoudt met welke klier jij nu weer ontlast?'''

De Roeck (70) moet er nog steeds om lachen. ,,Ik moest bij de bisschop komen omdat het verhaal ging dat ik tijdens de eucharistie koffiekoeken in plaats van ouwel consacreerde. Dat had van mij best gemogen. Feitelijk dacht ik toen al hetzelfde als tegenwoordig'', zegt hij, en hij vindt het daarom begrijpelijk dat hij geëxcommuniceerd is. ,,Zelfs goed. Iemand die zo eigenwijs is als ik, is toch niet te handhaven in de kerk?''

,,Ik kon geen baan meer krijgen of behouden. Overal probeerde de kerk me in mijn proeftijd ontslagen te krijgen. In zekere zin ben ik toen naar Nederland gevlucht.'' De Roeck schreef een aantal therapeutische zelfhulpboeken en werd beeldhouwer. Zeven jaar geleden keerde hij terug naar België. ,,Nederlanders zijn zo serieus, maar ze zeggen niet gemakkelijk waar het op staat. Ze cirkelen om een probleem heen. Soms kon ik daar wanhopig van worden. In Nederland duren vergaderingen daardoor twee keer zolang als in België.

Zodra ik in België ben, word ik vrolijker. Het is alsof mijn IQ stijgt. De manier van denken is anders. Belgen zijn rechtlijniger. Ze drukken zich grover uit, minder diplomatiek. Ze zijn losser en onbeholpener. Schelden is hier vrij normaal. Het gebeurt zelfs op de preekstoel. Ik heb eens een pastor horen preken: 'Godverdomme, er zijn hier mensen die hun verantwoordelijkheid niet nemen'.'' De Roeck vertelt dat er onlangs ook in België een bond tegen het vloeken is opgericht, door Nederlanders.

,,Soms moet je mensen kwetsen als je duidelijk wilt zijn. Want natuurlijk vindt iedereen met een beetje gezond verstand bijvoorbeeld dat God geen persoon is'', stelt De Roeck. ,,Als God een persoon is en dus verantwoordelijk, zou hij wel heel pervers zijn.''

Voor sommige traditionele vormen van religie haalt De Roeck de neus op. ,,Het plezieren van een hogere macht, het omkopen ten dienste van je eigen gerief, het pogen om magische machten te bespelen om de loop der gebeurtenissen om te buigen: het heeft allemaal niks met echte religie te maken. Het kaarsjebranden of bidden voor hulp voor hulp heeft 'een hoog hocuspocus-gehalte'. ,,Als mensen denken dat het helpt is dat heel link. Ze voelen zich machteloos, en willen de macht hebben. Ze zijn gefrustreerd, en zoeken slinkse wegen om toch een potentaatje te kunnen zijn.''

,,Laatst las ik dat een karmelietessenklooster per e-mail verzoeken verzamelt om voor te bidden. De goede zusters bidden voor eenieder die het hun vraagt, ze knielen voor God om zelfs de meest egoïstische wensen over te brengen. Diep in hun hart weten zij natuurlijk best dat het niet zo werkt. Kennelijk hopen ze zo de gewone man weer te bereiken, maar dit is het tegengestelde van bidden. Het is geestelijke verloedering.''

We kunnen maar beter bescheidener zijn, zegt Roeck. ,,Onze machteloosheid inzien. We kunnen geen almachtige Redder in dienst nemen die de slechteriken zal straffen en de goeden belonen in een leven hierna, maar de werkelijkheid is zo hard dat mensen behoefte hebben aan illusie.''

En aan ritueel. ,,Ach, er zijn zoveel rituelen. Van bewegen op het monotone lawaai in de disco tot bezoek aan een kunsttentoonstelling, het je verbonden voelen met beelden waarin je iets van jezelf herkent. Daar drinken wij dan wel graag een glaasje bij. Ook ons Belgische 'eetritueel' begrijpen jullie Nederlanders trouwens niet.''

,,Waar het om gaat is het besef dat het bestaan waar wij deel aan hebben ons eindeloos overstijgt. Het is wreedaardig en prachtig, vernietigend en levenscheppend. Het zit intelligent in elkaar, en het is ook ontzettend dom. Er wordt wat verspild in de natuur -een mug legt honderdduizend eitjes. Wij mensen moeten hier met ontzag en eerbied tegenoverstaan, het mysterium tremendum et fascinans.''

,,Heel soms beleven wij dit zo intens dat het ons leven verandert. Andere zaken worden belangrijk. Je bent niet meer dezelfde. Goud en diamanten verliezen hun waarde, kiezels en grind zijn voortaan veel mooier. Je ziet dan ook de schoonheid in het doodgaan en in het verval.''

,,Het is een contemplatieve manier van kijken naar de werkelijkheid -iets dat ik in mijn zeventienjarige monnikschap heb geleerd, en waarvoor ik de karmelieten nog steeds dankbaar ben. In jezelf is een plek waar je niet zozeer jezelf bent, maar waar het zijn is. Als je daarbij kunt komen, ken je een geluk dat niet afhankelijk is van gezondheid en applaus. Het is een kamertje in het diepste van jezelf, met open ramen op het universum. Extreme eenzaamheid en gevoelens van verbondenheid met alles wat bestaat gaan hier samen. Deze mystieke ervaring is het hart van iedere godsdienst.'' Ook een atheïst kan volgens De Roeck overigens zo'n ervaring hebben.

Vijf jaar geleden leek De Roeck nog enig geloof te hebben in een leven na de dood. Hij schreef toen in zijn 'Klein testament': ,,Ik houd het erbij dat het op een andere manier zal zijn. In een andere dimensie, die wij niet kennen of verstaan omdat ze nu niet de onze is en waar wij dus niets over kunnen vertellen.''

De Roeck zegt echter nooit in een of ander persoonlijk voortbestaan te hebben geloofd, en hij wijst op het vervolg van het citaat: ,,Doodgaan is de uiteindelijke, definitieve ontmaskering van het individualisme''. We moeten volgens De Roeck 'echt helemaal doodgaan'. ,,Helemaal. En geen verhaaltjes over ontsnappende zielen of reïncarnatie, hoe troostend dat soort verhalen ook zijn voor wie bang is om dood te gaan.''

Individualisme is een westerse ziekte: ,,Die verziekt het doodgaan: het wordt voor ons westerlingen steeds erger. Als ik dood ga, moet je na zes weken maar eens naar mij gaan kijken. Dan zie je de andere dimensie van mij: honderdduizend maden zijn mij aan het transformeren. Het leven gaat door.'' De Roeck is de angst voor de dood voorbij, zegt hij. ,,Maar dat is geen garantie dat ik niet m'n broek vol schijt als het moment daar is.''

Twijfelt De Roeck soms wel eens aan deze voorstellingen over wat er al dan niet achter onze horizon ligt? ,,Twijfel? Nooit. Omdat ik geen geloof meer in kerkelijke 'waarheden' heb'', zegt hij stellig, ,,ken ik ook de erbij behorende twijfels niet meer''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden