Sommige wetenschappers kunnen niet afzijdig blijven

amsterdam – - „Stilzwijgen over schendingen van mensenrechten op grote schaal is geen wetenschappelijke onafhankelijkheid. Observeren en schrijven is in deze situatie niet afdoende, de mensen in Gaza hebben NU hulp nodig.” Dat schrijft de 29-jarige antropologe Anne de Jong op haar Facebook-account. Anne is een jonge wetenschapper én idealiste. Ze voer als onderzoeker van de Londense School of Oriental and African Studies mee op het hulpkonvooi dat maandag door het Israëlische leger werd aangevallen. Momenteel zit ze in een gevangenis in het zuiden van Israël. Hoever kunnen idealistische wetenschappers gaan in hun engagement?

De Jongs betrokkenheid bij de kritiek op schendingen van mensenrechten in de Gazastrook komt in ieder geval niet uit de lucht vallen. In 2005 schreef ze al haar afstudeerscriptie over geweldloos verzet van Palestijnen, vertelt een van haar begeleiders Annelies Moors. Zelf zegt Anne op Facebook dat ze geen partij kiest in het conflict tussen de Palestijnen en Israëliërs: „Er wordt mij regelmatig gevraagd aan welke kant ik sta en laat mij daar heel duidelijk over zijn: ik sta aan de kant van de mensenrechten. Mensenrechten zouden voor iedereen moeten gelden, ongeacht huidskleur, geslacht of religie. Als de situatie omgekeerd was, zou ik hetzelfde voor Israël doen.” Haar motto ’stilzwijgen is medeplichtigheid’ vindt de Utrechtse hoogleraar antropologie Ton Robben ’aanmatigend’. Hij schreef een aantal boeken over de manier waarop antropologen hun onderzoek uitvoeren. „Niet iedere wetenschapper kan zich bezighouden met de schendingen van mensenrechten.”

Het is niet ongebruikelijk dat antropologen bij hun onderzoek deelnemen aan de wereld die ze bestuderen. Sterker: het is een zeer gebruikelijke methode. Dat heeft twee belangrijke voordelen, volgens Robben. Ten eerste zie je direct wat er gebeurt. Ten tweede begrijp je je onderzoeksobject beter doordat je zijn ervaringen deelt.

In de jaren zeventig vonden sommige antropologen dat je de structuren van de maatschappij pas goed begreep, als je je ertegen verzette. Zelf deed Robben, die politiek geweld in Argentinië onderzoekt, ook wel eens mee tijdens demonstraties in dat land. Als hij een aanhanger van de zogeheten ’actie-antropologie’ was geweest, had hij de politie moeten provoceren om geweld te gebruiken. Dat vindt Robben niet aanvaardbaar, vooral omdat het de onafhankelijkheid van de wetenschap in gevaar brengt. Deze wijze van onderzoek is in diskrediet geraakt.

De laatste tien jaar ziet Robben dat bepaalde antropologen zich zo sterk laten leiden door hun engagement dat ze de slachtoffers die ze beschrijven willen helpen in de strijd. „In Haïti zijn er bijvoorbeeld antropologen die zich sterk maken voor een betere gezondheidszorg. Dat zag je tien jaar geleden minder.” Daarnaast valt hem op dat er ook bij organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch veel antropologen werken.

Is de generatie van wetenschappers als Anne de Jong dan idealistischer dan vroeger? Robben: „Veel studenten begonnen ook vroeger al aan hun studie met de mededeling dat ze de armoede uit de wereld wilden helpen. Of dat ze de situatie in Tsjetsjenië willen oplossen. Dan proberen wij ze realiteitszin bij te brengen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden