Sombere onderzoeker komt blij thuis

Al wandelend door Nederland maakte natuurkenner en hoogleraar Frank Berendse de balans op en ontdekte dat het best goed gaat met het landschap. Tenminste: zolang het niet agrarisch is.

HANS MARIJNISSEN

Maar liefst vijf buizerds maken bochten boven de boomtoppen. Een raaf strijkt neer op de akker. Welkom in Het Paradijs. Officieel heet deze natuur ten westen van de A30 bij Barneveld Landgoed Erica, maar de Barnevelders spreken liever van Het Paradijs. Frank Berendse ook. Als zeventienjarige jongen telde hij hier de vogels en liep het litteken op dat nog steeds zijn voorhoofd markeert. Een bosuil viel hem aan toen de jonge onderzoeker te dicht bij de zojuist uitgevlogen kuikens kwam.

Nu is Berendse terug in de natuur van zijn jeugd. Als hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie wandelde hij de afgelopen twee jaar door Nederland om ter plekke de staat van de natuur te onderzoeken. Deze week komt zijn boek 'Natuur in Nederland' uit dat volgens de uitgever een standaardwerk is voor iedereen die zich in Nederland met de natuur en natuurbeheer bezighoudt. Berendse beschrijft daarin tien typen landschap, gaat in op de geologie van het hoge zand en het rivierenland, het voorkomen van soorten in het zeekleilandschap en het Zuid-Limburgse heuvelland, en oordeelt uiteindelijk over de kwaliteit.

"Het zou een somber boek worden, dacht ik voordat ik op pad ging", zegt Berendse terwijl hij met zijn kijker naar de vijf buizerds tuurt. "En voor een deel is het dat ook. Kijk naar dit stuk grasland dat voor ons ligt. Hoogproductief, het wordt zes keer per jaar gemaaid. Dit is het groene asfalt met alleen Engels raaigras. Daarachter maïs. En wat je niet ziet, is er ook: bestrijdingsmiddelen en mest. Toen ik hier dertig jaar geleden stond, zag ik roodborsttapuiten, de wielewaal, veldleeuweriken. Ze zijn allemaal verdwenen. Maar er zijn ook andere veranderingen geweest. Het landschap is veel hoger geworden. De bomen zijn uitgegroeid, terwijl de bosschages vroeger door de houtoogst laag werden gehouden. Het gevolg is dat allerlei bosvogels sterk zijn toegenomen, terwijl struweelvogels sterk in aantal zijn teruggegaan."

Het agrarische gebied is wat Berendse noemt 'het dode land van Braks en Bleker', hoewel het agrarische land bij Barneveld nog redelijk kleinschalig is. Hij heeft nog een mooie verwijzing naar bewindslieden die momenteel de natuur regeren. "Ik noem ze de rentmeesters van de verschroeide aarde. Want volgens zijn tellingen zijn maar liefst twaalf van de vijftien boerenlandvogels als grutto en tureluur met meer dan de helft afgenomen. De teruggang van de veldleeuwerik is helemaal hard gegaan. Terwijl deze vogel het in de natuurgebieden erg goed doet. Die teruggang heeft dus alles te maken met de inrichting van het agrarisch gebied, en het intensieve gebruik daarvan."

Om in wat positievere sferen te komen, wandelt Berendse langs de grens van Landgoed Erica richting de twee elzenbroeken verderop. De stammetjes staan in het water, en daartussen staan de gele lis en bitterzoet. De waterviolier wijst op kwel die bovenkomt. "Als je hier in de winter door het heldere ijs kijkt, zie je de plantjes als lichtgroene sterren. Ook dat is Nederland. Ik ben heus geen positivo, maar in veel natuurgebieden van Nederland gaat het gewoon goed."

Berendse was eigenlijk bezig met een leerboek voor zijn studenten. In zijn colleges behandelde hij steevast de geschiedenis van het landschap, de ontwikkeling naar de tijd van nu, de kwaliteit en de bedreigingen. Dat moest ook maar eens opgeschreven worden. "Maar kennis over natuur wordt snel opsommerig, en van een opsomming vallen mensen in slaap. Ik zocht daarom naar een toegankelijk vorm waarin ik mijn kennis kon aanbieden", zegt Berendse. "Ik moest op zoek naar aantrekkelijke avontuurtjes, die ik hun kon voorschotelen." En daarom deed de hoogleraar zijn wandelschoenen aan, struinde door Nederland, stapte een enkele keer op de fiets, en soms gleed hij in een kano door de natte gedeelten.

Resultaat van zijn werkwijze is dat er nu een forse uitgave ligt over de stand van de natuur in Nederland, met prachtige foto's van topfotograaf Ruben Smit, die bij hem promoveerde en daarna fotograaf werd. In het boek komen de twee weer samen. En met fraaie aquarellen van flora en fauna van de hand van Ed Hazebroek.

Vreemd genoeg is Berendse het meest te spreken over het hoofdstuk dat het gebied met de mínste natuurwaarde beschrijft: dat over de nieuwe polders. Maar er is iets anders dat hem daar aanspreekt: de vitaliteit. "Als je eens nagaat wat dat gebied allemaal heeft meegemaakt. Aanvankelijk lag op de plek van de Zuiderzee een uitgestrekt veenmoeras. Later brak de zee hier binnen en werd het veen voor een deel weggeslagen zodat zeeboezems ontstonden. In de loop van vele jaren werden deze meren zoeter en sloten zich aaneen. De Romeinen troffen in hun tijd een enorm meer aan dat ze Flevo noemden. De verbinding met de Waddenzee werd steeds groter, en langs de randen van het grote water dat de middeleeuwers 'het Almere' noemde, lagen gordels van veenmoeras op het dekzand. Na 1500 stroomden grote hoeveelheden zeewater vanuit de Waddenzee het Almere binnen, zodat de Zuiderzee ontstond, met Zuiderzeeharing en ansjovis. Daar draaide een hele economie op. Tot de Afsluitdijk kwam en de inpoldering." Wat Berendse maar wil zeggen: wát een dynamiek - onder en zonder invloed van de mens.

Die waarneming koppelt Berendse aan de gevolgen van de klimaatverandering op de natuur. Hij heeft eerst willen vaststellen of er van die gevolgen wel sprake was. "Onderzoek in samenwerking met het Nationaal Herbarium liet zien dat er zich in de plantenwereld enorme bewegingen voordoen, vooral door de temperatuurverschillen, en vooral de zachte winters. Maar het grappige is dat er in Nederland amper achteruitgang van soorten is te zien. We krijgen er alleen maar soorten bij! Het aantal warmteminnende planten is enorm toegenomen. En kijk naar de vogels. De kleine zilverreiger kwam een aantal jaren terug alleen in de Franse Camargue voor. En wat te denken van de cetti's-zanger, een klein zangvogeltje dat ontzettend hard kan zingen?"

Over de klimaatverandering hoeven we ons in Nederland niet zo heel veel zorgen te maken, tenminste als het om de natuur gaat. Die past zich aan, net zoals Flevo zich heeft ontwikkeld. Zorgelijker is de hoogleraar over de rol van de mens. In de eerste plaats op het platteland, maar ook die in de nu nog beschermde natuurgebieden.

Berendse heeft plaatsgenomen op een bankje, met een klein heideveld als decor. En hij wijst. "Daar rechts, iets opbollend, is het oude heideveld, op een zandrug. Links daarvan lag vroeger een zwaar bemest weiland. In het midden was een sloot. Het Geldersch Landschap dat deze natuur beheert, heeft het bemeste land afgegraven en de heide langzaam laten overlopen richting nat gebied. Op de overgang van hoog naar laag, dus van droog naar nat, ontstaat rijke natuur. Dat is precies wat hier is gebeurd. De voorwaarden zijn door de mens gecreëerd, en de natuur nam het over. Melkeppe, grote lisdodde, gele waterkers, snavelzegge, vlottende bies, het is er allemaal. En nu broeden hier ook de dodaars en de geelgors. De natuur trekt zich van het platteland als het ware terug in dit soort beschermde gebiedjes. Maar dan moet er voor die reservaten wel goed worden gezorgd."

Die praktijk staat onder druk, weet Berendse. Er is een economische crisis, er is een kloof ontstaan tussen burger en natuur, ecologen praten volgens Berendse vooral over bijzondere natuur die speciale aandacht vraagt, en het kabinet bezuinigt 75 procent op het beheer en de aankoop van natuur. Minder geld voor beheer zal binnen twee, drie jaar leiden tot een verlies van tientallen soorten. "De dieren en planten in onze sterk gefragmenteerde en daardoor geïsoleerde natuur zijn the living death. Als we de isolatie van deze soorten niet opheffen door natuurgebieden uit te breiden en op elkaar te laten aansluiten, zullen over twintig tot dertig jaar - naar mijn voorlopige schatting - zo'n zeshonderd soorten uit ons land vertrokken zijn."

Wandelen en fietsen door de hoofdstukken
Met zijn boek wil hij een poging doen het draagvlak voor natuur terug te brengen, door, zegt Berendse, natuur weer van de burgers te laten zijn. "Natuur lijkt op dit moment een controversieel onderwerp. Ik probeer over te brengen dat het iets heel waardevols is, maar niet exclusief. Natuur is ook gewoon leuk, dát is mijn boodschap. En ik hoop nadrukkelijjk mee te geven hoe groot onze verantwoordelijkheid daarvoor is."

Frank Berendse, 'Natuur in Nederland', KNNV Uitgeverij. Prijs 29,95 euro, ISBN 9789050113762. Op de bijbehorende website www.natuurinnederland.nl beschrijft Berendse wandelingen en fietstochten uit de behandelde hoofdstukken. Routes zijn gratis te downloaden.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden